Inleiding |
Een primaire ademhalingsstilstand wordt vaak voorafgegaan door tekenen van respiratoire insufficiëntie. Bij een schijnbaar bewusteloos slachtoffer start je onmiddellijk met Basic Life Support. Na de zorg voor veiligheid, de controle van het bewustzijn en het vrijmaken van de luchtwegen, alarmeer je de hulpdiensten en laat je zo snel mogelijk een defibrillator aanbrengen. Start de reanimatie met 30 hartmassages en twee beademingen, gebruik makend van de best beschikbare hulpmiddelen. Werd nog geen CPR doorgevoerd door de omstanders, geef dan gedurende twee minuten 30 hartmassages en twee beademingen alvorens een defibrillatie te overwegen.
Niettegenstaande mond-op-mondbeademing een efficiënte techniek is om het slachtoffer van zuurstof te voorzien, blijft de uitgeademde zuurstofconcentratie bij de hulpverlener slechts 16 tot 17%. Indien je beschikt over een beademballon is het dus belangrijk om zo snel mogelijk te beademen met lucht met een hogere zuurstofconcentratie. Bovendien is het toepassen van mond-op-mondbeademing onaangenaam voor de hulpverlener, in het bijzonder wanneer bloed of braaksel aanwezig zijn, waardoor hulpverleners vaak weigerachtig staan tegenover het toepassen van mond-op-mondbeademing. Er zijn tevens geësoleerde rapporten van de overdracht van infecties tijdens ten gevolge van een beademing. Het beademen met een beademballon is minder vermoeiend en vermijdt onhygiënisch contact tussen de hulpverlener en het slachtoffer.
Respiratoire insufficiëntie |
Een respiratoire insufficiëntie kan acuut of chronisch optreden. Soms is de insufficiëntie continu, soms intermittent. Soms is ze voldoende ernstig om een ademhalingsstilstand en een circulatiestilstand uit te lokken.
Bij respiratoire insufficiëntie ontstaan na trauma moeten we denken aan de mogelijkheid van een spanningspneumothorax.
Een respiratoire insufficiëntie ontstaat meestal ten gevolge van een combinatie van factoren. Bijvoorbeeld bij een patiënt gekend met chronische ademhalingsmoeilijkheden kan een luchtwegeninfectie, een uitputting van de ademhalingsspieren of een ribbreuk aanleiding geven tot uitputting en verdere onderdrukking van de ademhalingsfunctie. Wanneer de ademhalingscapaciteit ontoereikend is om het bloed van zuurstof te voorzien, ontstaat al gauw een circulatiestilstand.
Een ademhalingsstilstand wordt vaak voorafgegaan door tekenen van respiratoire insufficiëntie:
De respiratoire insufficiëntie kan eveneens gepaard gaan met alarmtekenen in de andere orgaansystemen:
Technisch kunnen we de oxygenatie meten met behulp van een zuurstofsaturatiemeter. De waarde van de zuurstofsaturatie geeft echter enkel een idee over oxygenatie en geeft geen informatie over de adequaatheid van de ventilatie. Om de arteriële spanning van koolstofdioxide te bepalen hebben we nood aan een arterieel bloedgas. Een respiratoire acidose is eerder een laattijdig teken van een ernstig respiratoir probleem.
Indien een geëntubeerd kind plots respiratoir insufficiënt wordt, moet je meteen volgende mogelijke oorzaken uitsluiten:
Zorg voor een voldoende vrije luchtweg en geef extra zuurstof. Spoor actief naar een onderliggende oorzaak en tracht deze te elimineren. Zo kan een posttraumatisch ontstane spanningspneumothorax gedecomprimeerd worden door het plaatsen van een 14 Gauche katheter in de tweede intercostaalruimte.
Het kan noodzakelijk zijn om de patiënt te sederen en de ademhaling te ondersteunen met behulp van een beademballon en via een larynxmasker of een endotracheale tube. Bij COPD-exacerbatie kan een niet-invasieve ventilatietechniek soelaas bieden. Zelden wordt in urgentie een tracheostomie geplaatst.
De beademballon |

Een beademballon of Resusci Folding Balloon bestaat uit een samendrukbare en elastische ballon met een inhoud van ongeveer 1.2 tot 1.6L. Deze ballon kan via een kleppensysteem worden aangesloten op een beademmasker, een tracheale tube, een larynxmasker of een Combitube. Het kleppensysteem zorgt ervoor dat de uitgeademde lucht van het slachtoffer in de atmosfeer verdwijnt. Tenslotte beschikt een beademballon nog over:
Het meest gebruikte type aangezichtsmasker voor volwassenen is het BOC
anatomisch aangezichtsmasker. Dit masker is gemaakt om mooi te passen op de
omtrekken van het aangezicht met een minimum aan druk zonder dat lucht lekt
langs de randen.
De aangezichtsmaskers worden gemaakt in verschillende maten. Kies het kleinste masker
dat nog past op het aangezicht om de dode ruimte van het masker zo klein
mogelijk te houden. Een
goed passend masker omvat de mond en de neus van het slachtoffer zonder de ogen
te bedekken of over de kin uit te steken.
Om de ballon te gebruiken positioneer je jezelf in het
verlengde van het slachtoffer ter hoogte van het hoofd. Maak de
luchtwegen
vrij en brengt men het aangezicht van het slachtoffer in
sniffing position zo je geen
vermoeden hebt van een mogelijk
halswervelletsel.
Het masker wordt met duim en wijsvinger gefixeerd op het aangezicht van het
slachtoffer, terwijl de andere vingers van dezelfde hand de kin ondersteunen.
Maak gebruik van de neusbrug om de juiste
positie van het masker te bepalen. Je vingers mogen enkel het benige
gedeelte van de kin raken om obstructie van de luchtweg te voorkomen. Onder moeilijke omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om het masker met twee
handen te fixeren, ëën helper zal dan de beademballon leegknijpen terwijl de
andere het masker fixeert. Is er
nog een derde hulpverlener beschikbaar, dan kan deze het
Sellick-maneuver toepassen
[21]. Een
ballonbeademing met meerdere hulpverleners waarbij de ene hulpverlener het
masker aansluit op het aangezicht van het
slachtoffer terwijl de andere hulpverlener de ballon samen knijpt, is steeds efficiënter.
Bij patiënten zonder gebit is het soms moeilijk om het masker luchtdicht op het
aangezicht te fixeren. Verwijder dan ook geen kunstgebit dat niet verplaatst of
gebroken is.
Maak je geen gebruik van extra zuurstof, blaas dan
over een tijdspanne van twee seconden een volume van 10 - 15 ml/kg
of 700 tot 1000 mL in. In de praktijk betekent dit
dat je de ballon leegknijpt tot de thorax van het slachtoffer zichtbaar oprijst. Vaak worden met een beademballon kleinere
getijvolumina
toegediend dan voorzien omdat de helper het masker niet steeds lekvrij op het
aangezicht van het slachtoffer kan plaatsen
[21]. Eventueel kan je de
beademballon leegdrukken tegen je dijbeen om gemakkelijker het nodige volume in
te blazen.
Zonder toevoeging van extra
zuurstof zal de patiënt beademd worden met een zuurstofconcentratie van
21%. Een beademballon voorziet echter de mogelijkheid om extra
zuurstof aan te sluiten, waarbij je een zuurstofconcentratie van 45%
bekomt indien je de zuurstof rechtstreeks aansluit op de beademballon, terwijl
je met een reservoirsysteem en een zuurstofdebiet van ongeveer 10 L/min
een maximale zuurstofconcentratie kan bereiken van 85%. Bij gebruik van extra zuurstof kan je
dan ook de
getijvolumina
verminderen naar 400 tot 600 mL per beademing, wat praktisch betekent dat
je lucht inblaast tot je de thorax van het slachtoffer net ziet oprijzen
[21].
De beademballon kan ook worden aangesloten op een endotracheale tube, een larynxmasker of op een combitube. Eens de luchtweg met een dergelijk hulpmiddel is beveiligd kan je doorlopend de hartmassage doorvoeren zonder te onderbreken voor de beademing. Beadem de patiënt aan een frequentie van 10 beademingen per minuut [57]. Bij beademing via een larynxmasker is mogelijk het luchtlek te groot en dien je toch de hartmassage te onderbreken om efficiënt de lucht in de thorax te blazen [57].
Het gebruik van een beademballon bij kinderen is een veilig en effectief gedurende een kortere periode. Voor de beademing van baby's en voor de ballonbeademing van neonati gebruikt je een rond masker met een zachte afsluitende rand. Deze maskers zijn kleiner en verminderen opnieuw de dode ruimte. Ook de ballon wordt in volume aangepast; gebruik voor kinderen een ballon met een volume van 500 mL. Op het kleppensysteem van deze ballon is een overdrukklep voorzien om te grote beademdrukken te voorkomen. Deze "pop-off klep" wordt ingesteld op 20 tot 30 cm water.
Controleer stees de effectiviteit van de beademing door te observeren of de thorax adequaat op een neer gaat. Luister naar het hartritme en de ademgeluiden en controleer de perifere zuurstofsaturatie.
Impedance Treshold Device |
![]() |
Het Impedance Treshold Device is een hulpmiddel dat geplaatst wordt tussen de beademballon en de endotracheale tube. Het creëert een meer negatieve intrathoracale druk tijdens het loslaten van de hartmassage. Hierdoor neemt de veneuze retour naar het hart toe met een stijging van het hartdebiet tot gevolg. Het ITD zorgt bovendien voor een verbetering van de coronaire perfusie tijdens de reanimatie. Hiermee bekomt men een verbetering op korte termijn, de succes ratio op langere termijn is echter nog niet bewezen .
Automatische ventilatie |
![]() |
Stel de beademing in met een teugvolume van 6 tot 7 mL/kg aan een frequentie van 10 beademingen per minuut. Sommige ventilatoren passen deze gegevens aan aan het lichaamsgewicht en de lengte van de patiënt, andere ventilatoren bieden de mogelijkheid om gebruik te maken van gesofisticeerde beademingsmodaliteiten. De correcte instelling wordt geverifieerd aan de hand van de arteriële bloedgaswaarden.