Zuurstoftoediening


CPR / Advanced Life Support / ademhaling / Zuurstoftoediening

Index



Noodzaak

Index


Tijdens een ademhalingsstilstand of een circulatiestilstand wordt de beperkte zuurstofreserve in het bloed al gauw opgebruikt waardoor de verbrandingsreactie in de weefsels dreigt stil te vallen met afsterven van de weefsels tot gevolg. Het uitvoeren van mond-op-mond beademing zal dit reserve slechts gedeeltelijk opnieuw aanvullen. Voornamelijk de hersenen zijn gevoelig aan zuurstoftekort; voor het beperken van de hersenschade is het dan ook essentieel dat er aan de beademingslucht zo snel mogelijk extra zuurstof wordt toegevoegd.


Fysische eigenschappen van zuurstof

Index


Zuurstof  met chemisch symbool O2 heeft een moleculair gewicht van 32 Dalton en een kookpunt - de temperatuur waarbij de vloeistof overgaat in gasvorm - van -183ëC bij een druk van 760 mmHg. Neemt de omgevingsdruk toe, dan stijgt het kookpunt van zuurstof. Er bestaat evenwel een kritische temperatuur waarboven de stof zich steeds volledig in gasvorm bevindt. Voor zuurstof bedraagt deze kritische temperatuur -118ëC. Bij kamertemperatuur is zuurstof dus steeds een gas!


Zuurstoftoediening

Index


ZuurstoftoedieningDe zuurstoffles

Zuurstof vinden we in een drukfles, een zuurstoffles. De flessen zijn vervaardigd uit Molybdenum-staal en gemaakt in zes verschillende maten. We herkennen de inhoud als "zuurstof" aan het feit dat de fles een witte hals draagt. Op deze fles vinden we daarbij veelal de aanduiding O2 en de letter M, deze laatste geeft aan dat de zuurstof geschikt is voor medisch gebruik. In de hals van de zuurstoffles staan meestal de vervaldatum, de inhoud van de fles, het gewicht en nog enkele andere gegevens gegraveerd.

Zuurstof heeft een kritische temperatuur van -118ëC en wordt opgeslaan in de cilinder onder een druk van 12.000 KPa. Hierdoor bevindt de zuurstof zich in de fles in gasvorm. Aangezien de zuurstof zich in de fles bevindt onder een zeer hoge druk, is het raadzaam voorzichtig om te springen met deze drukfles. Een zuurstoffles moet ook geregeld getest worden.

De ontspanner

Om bij het toedienen aan de patiënt de hoge druk uit de zuurstoffles te verlagen, maken we gebruik van een ontspanner. Op de markt zijn tegenwoordig verschillende modellen te koop. De meest klassieke ontspanner bevat een manometer waarop we de druk in de fles aflezen en een debietmeter waarmee we het gewenste zuurstofdebiet kunnen instellen.

Voor een zuurstoffles in gebruik te nemen is het belangrijk om te berekenen hoeveel zuurstof nog beschikbaar is in deze fles. Hiertoe vermenigvuldigen we de druk, afgelezen op de manometer, met het volume van de fles, afgelezen op de hals van de fles. Men steunt hierbij op de Wet van Boyle die stelt dat de druk van een gas vermenigvuldigd met het volume dat het gas inneemt, steeds een constante is: P X V = Cte. Het resultaat van dit product is het totaal aantal liters beschikbare zuurstof. Delen we dit getal door het gegeven debiet, dan bekomen we het totaal aantal minuten waarover we nog zuurstof kunnen toedienen.

Berekening zuurstof

Toediening aan een patiënt die nog spontaan ademt

Indien de patiënt spontaan ademt kunnen we voor de toediening van zuurstof gebruik maken van een zuurstofmasker met of zonder reservoir of van een neusbrilletje.

Zuurstofmasker met reservoirZuurstofmasker met reservoir

Dit hulpmiddel wordt met de smalle kant op de neus van de patiënt geklemd, de brede kant steunt op de kin. Via een zuurstofmasker met reservoir kunnen we een maximaal zuurstofdebiet toedienen. De maskers zijn in de regel doorzichtig om toe te laten de kleur van de mond te evalueren. Met behulp van een zuurstofslangetje wordt het masker aangesloten op de ontspanner. Zorg dat voldoende zuurstofdebiet toegevoerd wordt om na elke inademing het reservoir weer te laten vullen.

Zuurstofmasker zonder reservoir

Het zuurstofmasker zonder reservoir wordt eveneens met de smalle kant op de neus van de patiënt gefixeerd. Het ingestelde zuurstofdebiet wordt via de zijgaatjes aangevuld met omgevingslucht, de patiënt zal dus een lagere zuurstofconcentratie inademen. De maskers zijn in de regel doorzichtig om toe te laten de kleur van de mond te evalueren. Met behulp van een zuurstofslangetje wordt het masker aangesloten op de ontspanner.

Neusbril

NeusbrilEen neusbrilletje is een eenvoudig te gebruiken hulpmiddel dat met twee korte beentjes vooraan in de neusgaten van de patiënt wordt gebracht. Slechts een klein zuurstofdebiet wordt geleverd om de normale hoeveelheid ingeademde lucht te verrijken. Een neusbrilletje is dan ook slechts geschikt voor een debiet van 2 tot 4 liter zuurstof per minuut.

Toediening aan een beademde patiënt

Bij een beademde patiënt sluit je een zuurstofslang aan tussen de ontspanner en de beademballon. Een maximaal debiet zorgt dat het zuurstofreservoir van de beademballon zich volledig vult tijdens de uitademing van het slachtoffer.


Zuurstof bij reanimatie

Index


Tijdens een reanimatie trachten we om zo snel mogelijk de beademing aan te vullen met een maximum aan zuurstof. Hiertoe sluiten we een zuurstoffles aan op de beademballon met zuurstofreservoir. We geven tijdens de beademing een maximum van 15 liter zuurstof per minuut. De ingeademde zuurstoffractie is recht evenredig met de concentratie zuurstof (100% bij gebruik van een zuurstoffles) en omgekeerd evenredig tot het teugvolume bij de beademing. Indien het teugvolume 750 ml bedraagt en de beademfrequentie 12 keer per minuut, is een flow van 10 L/minuut vereist om een ingeademde zuurstoffractie van 100% te bekomen.

Een verbetering in de kleur van de patiënt wijst op verbeterde weefseloxygenatie. Draagbare saturatiemeters met vingerprobe zijn beschikbaar om de saturatie van de patiënt te controleren. Een normale arteriële aturatie bedraagt meer dan 93%, tijdens de reanimatie hou je de arteriële aturatie zeker boven 90%.
Recente studies onthulden een mogelijk voordeel van het gebruik van lucht met 21% zuurstof bij de reanimatie van neonati. Er bestaat voor deze theorie op heden echter te weinig wetenschappelijke evidentie om in de praktijk toegepast te worden [59].


Gevaar van zuurstoftoediening

Index


Brandgevaar

Zuurstof wordt onder hoge druk opgeslagen in een zuurstoffles. In combinatie met een brandstof bestaat er een reëel brandgevaar. Je mag dus nooit de connecties van een zuurstoffles invetten. Zorg ook dat er niet gerookt wordt en dat er geen vonken gemaakt worden tijdens de zuurstoftoediening.

Zuurstof en defibrillatie

Tijdens de defibrillatie kunnen vonken ontsnappen met brandgevaar tot gevolg. Het is dus raadzaam enkele voorzorgsmaatregelen te treffen indien je een patiënt met extra zuurstof wenst te defibrilleren.


Complicaties van zuurstoftoediening

Index


Hypoventilatie

Bij patiënten die lijden aan Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen (C.A.R.A.) - voornamelijk type II of de blue bloaters - kan overmatige zuurstoftoediening de ademhaling onderdrukken. Deze patiënten leven immers met een hoge PaCO2 waardoor eveneens de cerebrale bicarbonaatconcentratie is verhoogd. De medullaire chemoreceptoren worden gereset op een hogere waarde voor CO2 wat de gevoeligheid voor hypercapnie verlaagt. De enige drive om te ademen komt aldus door zuurstoftekort. Aldus zullen deze patiënten bij een hogere zuurstofconcentratie gaan hypoventileren.

CPR / Advanced Life Support / ademhaling / Zuurstoftoediening