Bewustzijn


Index



Inleiding

Index


Uiteraard gelden ook voor een getrainde hulpverlener de principes van Basic Life Support. Bij aankomst op een noodsituatie, na de algemene zorg voor veiligheid, dient je ook het bewustzijn te controleren. Bij een bewusteloos slachtoffer zorg je meteen voor vrije luchtwegen door het hoofd te kantelen en de kinlift toe te passen. Het toepassen van de Jaw-thrust en het gebruik van hulpmiddelen bij het vrijwaren van de luchtweg wordt voorbehouden voor getrainde hulpverleners [54].


Etiologie bewusteloosheid

Index


Bij een comateuze patiënt dient men steeds rekening te houden met de mogelijkheid van een intoxicatie met benzodiazepines, anti-epileptica, neuroleptica, opiaten of cocaëne. Indien de saturatiemeting een waarde aangeeft van meer dan 90% komt dit overeen met een arteriële zuurstofspanning van 55 tot 60 mmHg wat geen primaire oorzaak van coma is.
Andere oorzaken van coma omvatten druk op de hersenstam zoals bij een subduraal hematoom, een intracraniële bloeding of een CVA, alsook metabole stoornissen zoals hypoxemie, hypoglycemie of een Co-intoxicatie. Ook post-ictaal kan coma aanwezig zijn.


Glasgow ComaSchaal

Index


Voor een meer diepgaande controle van het bewustzijn en het opvolgen van de evolutie ervan, maakt men gebruik van de Glasgow ComaSchaal:

 

Openen van de ogen

  • Spontaan

  • Op aanspreken

4

 

  • Op aanspreken

3

  • Op Pijnprikkel

2

  • Niet

1

Motorisch antwoord

  • Voert bevelen uit

6

  • Lokaliseren van pijn

5

  • Wegtrekken bij pijn

4

  • Flexie bij pijn

3

  • Extensie bij pijn

2

  • Geen reactie

1

Verbaal antwoord

  • Georiënteerd

5

  • Verward

4

  • Onaangepast

3

  • Onverstaanbaar

2

  • Geen

1

Bij geëntubeerde patiënten is het onmogelijk om de verbale respons te noteren; men noteert een "T" in het opvolgblad van de comaschaal (vb. 5T) waarbij 11T het maximale antwoord is. Bij geëntubeerde en geparalyseerde patiënten noteert men een "P" bij de motorische respons, het maximale antwoord op de comaschaal is dan 3TP


Gevaren van bewusteloosheid

Index


Luchtwegenobstructie

In eerste instantie speelt uiteraard het verlies van een vrije, doorgankelijke luchtweg een belangrijke rol. Getrainde hulpverleners en artsen dienen dan ook vertrouwd te zijn met de technieken voor het opheffen van een luchtwegenobstructie en het behoud van een vrije luchtweg. In de meeste gevallen zijn deze technieken afdoende wanneer ze gecombineerd worden met een aspiratie van de mond- en keelholte. Het toepassen van de Jaw Thrust kan een alternatief zijn voor het kantelen van het hoofd en de kinlift. Een mondpijpje kan helpen om de luchtweg verder te vrijwaren. Falen deze technieken, dan ga je best over tot het definitief beveiligen van de luchtweg met behulp van een endotracheale tube.

Braken en regurgitatie

Oorzaak

Bij de bescherming van de bovenste luchtweg speelt het slikmechanisme een belangrijke rol. Bij bewusteloze slachtoffers verliest het slikmechanisme echter zijn functionaliteit waardoor de onbeschermde luchtweg kan gecontamineerd worden door aspiratie van braaksel of andere partikels.
Er is een subtiel verschil tussen braken en regurgitatie: braken is een actief proces waarbij de maag samen trekt met retrograde propulsie van de maaginhoud in de oesofagus tot gevolg. Braken komt frequenter voor bij lichtere vormen van bewusteloosheid of wanneer de cerebrale perfusie verbetert na resuscitatie. Regurgitatie is het passief en vaak silentieus overlopen van de inhoud van de maag, meestal vloeistof, retrograad in de oesofagus, met het risico van inhalatie en contaminatie van de longen.

Een onvoldoende vrije luchtweg gedurende spontane ademhaling kan door de toegenomen negatieve intrathoracale druk reeds aspiratie induceren. Het risico op aspiratie is nog groter bij recente voedselinname, bij obesitas, hiatus hernia, intestinale obstructie en tijdens de zwangerschap. Ook thoracale compressies op de onderste helft van het sternum vergroten de kans op regurgitatie.
Tijdens kunstmatige beademing kan wordt vaak ook een hoeveelheid lucht in de maag geblazen wanneer de beademingsdruk groter is dan de sluitingsdruk van de bovenste oesofagale sfincter. Dit probleem stelt zich voornamelijk wanneer beademingstoestellen gebruikt worden in combinatie met een aangezichtsmasker. Om deze reden worden de beademingstoestellen best enkel gebruikt bij een geëntubeerd patiënt.
Tijdens een circulatiestilstand verlaagt bovendien de druk van de onderste oesofagale sfincter [21]. De gastrische distensie vergroot nog de kans op regurgitatie en verkleint de expansiemogelijkheid van de longen tijdens ventilatie [21]. Aspiratie ten gevolge van CPR buiten het ziekenhuis is een frequente complicatie gerapporteerd op 20 tot 30%.

De zure maaginhoud kan in de longen een ernstige chemische pneumonitis en bacteriële pneumonie veroorzaken.

Preventie

Cricoïddruk
Cricoïddruk Het cartilago cricoidea is de enige beenderige ring in de larynx. Het samendrukken van de slokdarm tussen deze cricoïdring en de zesde wervel voorkomt passieve regurgitatie en zou het risico op aspiratie bij een bewusteloos slachtoffer verkleinen [21]. De cricoïddruk, ook wel het Sellick-maneouvre, werd voor het eerst beschreven in 1961 en is goed gekend bij anesthesisten. Het wetenschappelijk bewijs van de doeltreffendheid van de techniek is evenwel beperkt [1].

Het Sellick maneouvre wordt uitgevoerd door een assistent matig te laten drukken met de duim, wijs- en middenvinger op de cricoidring terwijl hij of zij met de andere hand de hals ondersteunt. Theoretisch oefent men kracht van 30 Newton uit.
Laat de druk aanhouden tot de luchtweg definitief beveiligd is, bij voorkeur na het plaatsen van een endotracheale tube.
Vermoedelijk een belangrijke reden voor het falen van de techniek, zelfs indien goed uitgevoerd, is het lateraal verplaatsen van de slokdarm bij het uitoefenen van druk op het cricoid, vaak met partiële compressie van de luchtwegen [1].

Tijdens de beademing met een beademballon beschermt cricoïddruk tevens tegen gastrische inflatie. Zonder toepassing van cricoïddruk zal een beademdruk kleiner dan 15 cmH2O zelden, en een beademdruk groter dan 25 cmH2O vaak gastrische distensie uitlokken. Mèt cricoïddruk komt er slechts weinig lucht in de maag tot beademdrukken van 45 cmH2O [1].
Een foutief uitegevoerde cricoïddruk kan echter de beademing zowel met een beademballon als met een larynxsmasker belemmeren [1] [57]. Verminder in dat geval onmiddellijk de druk en stop de cricoiddruk indien de beademing verder onmogelijk blijft.
Tenslotte mag je geen cricoïddruk toepassen bij een actief brakende patiënt om een ruptuur van de slokdarm te vermijden.
Het BURP-maneouvre
Bij het BURP-maneouvre of "Backward, Upward and right-sided pressure" wordt druk uitgeoefend op het thyroid- en cricoïdkraakbeen in dorsale, craniale en rechter richting. Het maneouvre moet naast het toepassen van cricoïddruk bijdragen in de visualisatie van de larynx tijdens de laryngoscopie.
Definitieve beveiliging van de luchtweg

De definitieve beveiliging van de luchtweg wordt verzekerd door het plaatsen van een endotracheale tube.

Behandeling

Indien de patiënt bij een intubatiepoging begint te braken of te regurgiteren, plaats het slachtoffer dan onmiddellijk in Trendelenburgpositie en draait het hoofd of eventueel het hele lichaam naar links. Aspireer onmiddellijk de mond en de farynx met een dikke catheter. Nadien kan je opnieuw proberen om de patiënt te intuberen ditmaal met de patiënt op de linker zijde gedraaid. Nadeel van de techniek is dat vele anesthesisten niet vertrouwd zijn met een intubatie bij een patiënt in zijlig. In geval van een oesofagale intubatie kan je eventueel de tube in de slokdarm laten zitten, deze zal de maag decomprimeren en een volgende intubatiepoging geleiden. Eens de luchtweg definitief is beschermd nadat regurgitatie is opgetreden, bestaat de standaardbehandeling uit aspiratie, mechanische ventilatie, positieve eindexpiratoire drukken, fiberoptische lavage en eventueel de behandeling met steroëden en antibiotica wanneer op specifieke culturen een organisme werd aangetoond.


Aanvullende technieken voor het vrijwaren van de luchtweg

Index


Jaw-thrust

De Jaw Thrust is een alternatief voor het kantelen van het hoofd en de kinlift bij het vrijmaken van de luchtweg. Zet je in de lengteas van het slachtoffer en grijp beide zijden van de onderkaak net onder de oorlellen met de vingers van elke hand. De onderkaak wordt aan haar hoek, de angulus mandibulae, krachtig naar voor geduwd zodat de onderste tandenrij juist voor de bovenste komt. Met de duim van beide handen wordt tenslotte de onderlip weggetrokken en de mond geopend. De handpalmen van de helper rusten op het voorhoofd van het slachtoffer en door druk in de polsgewrichten wordt het hoofd naar achteren gekanteld.
Vermoed je bij het slachtoffer een halswervelletsel, breng dan de onderkaak naar voren en maak de luchtweg vrij zonder het hoofd naar achteren te kantelen. Enkel indien je met deze techniek de luchtweg onmogelijk vrij kan maken, mag je zachtjes bijkomend het hoofd kantelen.

De jaw thrust wordt uitgevoerd met twee handen en in de lengterichting van het slachtoffer. Het is dus geen ideale techniek indien je het slachtoffer ook moet beademen. Eventueel kan je in dat geval knielen aan de zijkant van het slachtoffer terwijl je met ëën elleboog steunt op de grond. Trek de onderkaak aan langs ëën zijde en sluit bij de beademen eventueel de neus met je kaak af [21].

De jaw thrust heeft een aantal voordelen op de basistechnieken om de luchtweg vrij te maken. Bij 20% van de bewusteloze personen is immers de gewone kinlift niet in staat om de luchtweg degelijk te openen en dient een krachtige voorwaartse verplaatsing van de mandibula doorgevoerd te worden [1]. Zelfs indien de kinlift gecombineerd wordt met het kantelen van het hoofd zal bij een aantal slachtoffers de nasofaryngeale obstructie persisteren. Bij het openen van de mond zak een deel van de spanning op de halsspieren verloren gaan, door het krachtig naar voor verplaatsen van de onderkaak wordt deze spanning herwonnen. Bijkomstig kan hiermee ook een larynxspasme verholpen worden.

Het naar voor brengen van de onderkaak is een pijnlijk manoeuvre en is tevens een test voor het bepalen van de diepte van bewusteloosheid. Een patiënt die niet reageert op het doorvoeren van de jaw thrust is in diep coma. Jammer genoeg is deze techniek zeer vermoeiend en moeilijk uit te voeren.

Vrije luchtweg bij glossoptose

Door glossoptose bij bilaterale mandibulafractuur of symfysaire fracturen of bij schotwonden dienen we de vrije luchtweg als volgt te verzekeren:

 


Hulpmiddelen bij het vrijwaren van de luchtweg

Index


Mondpijpje

Obstructie van de luchtwegen door de pharyngeale weefsels bij een bewusteloos slachtoffer kan worden tegengegaan door het inbrengen van een mondpijpje. Mondpijpjes of "canules" zijn gemaakt uit doorschijnend plastiek of rubber, gekromd en verhard ter hoogte van de tanden. De meest gekende canule is de Mayo-canule.

Indien de reflexen van mond en keel aanwezig zijn, kan het inbrengen van een mondpijpje leiden tot braken of zelfs tot een larynxspasme. Mondpijpjes mogen dus enkel worden ingebracht bij diep bewusteloze slachtoffers waarbij de wurgreflex afwezig is.

Mondpijpjes bestaan in verschillende maten, bruikbaar van kleine kinderen tot grote volwassenen. Nummers 2, 3 en 4 zijn de meest gebruikte maten bij volwassenen. Bepaal de juiste maat van het mondpijpje door de lengte af te passen tussen de snijtanden en de hoek van de onderkaak bij het slachtoffer. Een te korte canule is inefficiënt, een te lange canule kan een braakreflex uitlokken.

Een mondpijpje wordt eerst partieel "verkeerd" ingebracht. De mond wordt geopend en de punt van het mondpijpje wordt achter de tong ingebracht met de convexe kant naar boven gericht. Zorg ervoor dat je de tong niet naar achteren duwt waardoor de luchtweg belemmert wordt. Draai tenslotte het mondpijpje over 180ë en schuif het verder achter de tong met de convexe kant naar onder. Indien het mondpijpje goed is geplaatst, rust de platte boord op de lippen. De canule steekt niet uit en kan dus worden gebruikt in combinatie met een beademingsmasker.
Bij kleine kinderen bestaat er een groter kans op beschadiging van het weke verhemelte bij het inbrengen van het mondpijpje. Tracht het mondpijpje in te brengen over een tongspatel of onder rechtstreeks zicht met een laryngoscoop [59].

Vergeet niet dat een mondpijpje niet sluitend zorgt voor een vrije luchtweg! Een mondpijpje wordt steeds gebruikt in combinatie met de kinlift en het kantelen van het hoofd. Bij onoordeelkundige plaatsing kan bovendien de tong naar achter tegen de keelwand worden geduwd, wat een nieuwe obstructie tot stand brengt. Ook de epiglottis kan door het inbrengen van het mondpijpje de luchtweg gaan obstrueren, terwijl soms de tong het uiteinde van de canule afstopt. Indien het slachtoffer braakt moet het mondpijpje snel kunnen verwijderd worden. Het mondpijpje wordt dus nooit gefixeerd! Bij kinderen kan door het inbrengen van het mondpijpje het weke verhemelte beschadigd worden [59]. Dit kan je vermijden door het mondpijpje in te brengen onder rechtstreekse laryngoscopie.

Het gebruik van een mondpijpje wordt enkel voorbehouden voor geoefend personeel en behoort niet tot de elementaire vitale ondersteuning.

De Cuffed Oropharyngeal Airway is een aangepaste vorm van het mondpijpje die wordt gebruikt om een intubatie te vergemakkelijken. Gezien de eenvoudige positionering zou het COPA ook kunnen worden toegepast in de eerste hulp voor het behoud van de vrije luchtweg.

Neuscanule

Als alternatief op het mondpijpje kan ook een neuscanule worden ingebracht om de luchtweg te vrijwaren.

NeuscanuleEen nasopharyngeale canule wordt door minder diep bewusteloze slachtoffers beter getolereerd dan het mondpijpje [1]. Ook bij bewute kinderen wordt dit hulpmiddel beter verdragen dan het mondpijpje [59]. Bij slachtoffers met een kaakkramp of trismus is het inbrengen van een mondpijpje bovendien onmogelijk en zal de neuscanule het enige bruikbare hulpmiddel zijn om de luchtweg open te houden.
Bij een slachtoffer met een schedelbasisfractuur gebruik je indien mogelijk enkel een mondpijpje gezien een neuscanule accidenteel kan ingebracht worden doorheen de fractuuropening in de schedel, niettegenstaande dit risico klein is [57]. In 30% van de gevallen ontstaat er een neusbloeding bij het inbrengen van een neuscanule [57].

De maat van de neuscanule bepaalt de inwendige diameter van het hulpmiddel, de lengte neemt evenredig met de diameter toe. Een oud trucje omvat het bepalen van de inwendige diameter door te vergelijken met de pink of de neusvleugels van de patiënt, deze meettechniek is echter niet betrouwbaar en correleert niet met de diameter van de luchtwegen [57]. Bij volwassenen maken we gebruik van een canule met een diameter van 6 of 7mm. Een te lange tube prikkelt de laryngeale of glossopharyngeale reflexen wat kan leiden tot braken of zelfs een laryxspasme.

vóór het inbrengen van de canule dient men de doorgankelijkheid van het betrokken neusgat, meestal het rechter, na te gaan. Breng bij voorkeur een glijmiddel aan op de canule. De neuscanule wordt loodrecht op het aangezicht ingebracht en glijdend via de neusbodem opgeschoven. Indien je een obstructie voelt mag je niet hard gaan duwen om neusbloedingen te voorkomen. Probeer liever een insertie langs het andere neusgat. Eens de canule volledig is ingebracht, dient de tip van de canule in de farynx te liggen en het verbrede deel net boven het neusgat. Men kan de canule beveiligen tegen aspiratie in de luchtwegen.

Omwille van de kans op epistaxis mogen neuscanules niet worden gebruikt bij patiënten onder anticoagulatie of bij kinderen met manifeste adenoëden. Ook dit hulpmiddel wordt enkel voorbehouden voor getraind personeel.


Definitief beveiligen van de luchtweg

Index

Geen enkel hulpmiddel om de luchtweg definitief te beschermen heeft een wetenschappelijk bewezen voordeel [57]. Toch beschouwt men reeds lang het plaatsen van een endotracheale tube als de meest optimale manier om de luchtweg definitief te beveiligen tegen obstructie of aspiratie, een techniek die echter enkel kan voorbehouden worden voor gespecialiseerde en getrainde hulpverleners aangezien ze gepaard gaat met belangrijke en frequent voorkomende complicaties zoals de oesofagale intubatie en het accidenteel detuberen [57]. Het langdurig proberen om de patiënt te intuberen leidt bovendien tot een onnodig lang uitstellen van de hartmassage en compromitteert aldus de cerebrale en coronaire perfusie.

Om deze reden hecht men nu meer belang aan enkele alternatieve technieken om tijdens een reanimatie de luchtweg te beschermen. Zo kan je gebruik maken van een larynxmasker (LMA) een combitube, een larynxtube of een ProSeal larynxmasker. Ook het Airway Management Device en het Intubating LMA worden besproken. De beste techniek is echter afhankelijk van de specifieke urgentieomstandigheden en werd tot op heden onvoldoende wetenschappelijk onderzocht [57].
Een zeldzame keer is het onmogelijk om de luchtweg van de patiënt open te houden met bovenstaande technieken. Dit kan gebeuren bij patiënten met een uitgebreid faciaal trauma of bij patiënten waarbij de larynx belemmerd wordt door oedeem of door een vreemd voorwerp. In deze uitzonderlijke situatie kan het plaatsen van een cricothyrotomie levensreddend zijn. Een tracheostomie is daarentegen niet aangewezen in urgentiesituaties vermits de techniek te veel tijd in beslag neemt en de nodige ervaring en uitrusting vereist.


Bart Massaer