Hartmassage in combinatie met abdominale druk (IAC-CPR)Index
In 1976 publiceerde men de eerste beschrijving over hartmassage in combinatie met manuele druk uitgeoefend op het abdomen. Men kan hierbij twee vormen van abdominale druk onderscheiden:
Hemodynamische gegevens tonen aan dat hartmassage gecombineerd met continue abdominale druk leidt tot een hogere systolische bloeddruk. Men veronderstelde dan ook dat de myocardiale en cerebrale perfusie met deze techniek zou verbeteren. Bij vergelijking van de standaard CPR techniek mët of zonder toepassing van continue abdominale druk kon men evenwel geen significante verschillen aantonen [3]. De toename in rechter atriumdruk, intraventriculaire en intracraniële druk is gelijk aan of zelfs groter dan de toename in aortadruk, netto ziet men dus geen toename van de diastolische druk en zelfs een dalign van de myocardiale en cerebrale perfusiedruk [3].
InleidingDe techniek waarbij een derde helper afwisselend abdominale druk toe past op het ogenblik van de relaxatie van de thorax, noemt men Intermittent Abdominal Compression CPR of IAC-CPR. Door het toepassen van deze abdominale druk zou de veneuze retour naar het hart toenemen en verhoogt de druk in de abdominale aorta. De retrograde flow laat de aortaklep sluiten waardoor ook de diastolische druk toeneemt. Het drukpunt voor de abdominale compressie bevindt zich op de middellijn, halverwege tussen de navel en de processus xyphoëdeus. Duw met een kracht die een druk op de abdominale Vena Cava en de Aorta Abdominalis veroorzaakt van ongeveer 100 mmHg. Dit komt ongeveer overeen met de kracht die men uitvoert om onder normale omstandigheden de Aorta Abdominalis te palperen. FysiologieSinds 1980 worden meer en meer studies gepubliceerd die de positieve hemodynamische en klinische effecten van IAC-CPR aantonen in vergelijking met de standaard CPR-technieken [50]. De techniek werd echter nog niet op enthousiasme onthaald noch frequent toegepast in de klinische praktijk. Recente guidelines vermelden de techniek als een alternatieve techniek eerder dan de standaard behandeling. De meeste studies die het voordeel van IAC-CPR aantonen zijn immers kleine studies, het opzetten van grote klinische trials met respect voor een informed consent op het terrein van de reanimatie is immers zeer moeilijk. In 1984 voerde men hemodynamische metingen uit tijdens het doorvoeren van hartmassage met alternerende abdominale druk. In deze studie verhoogde de gemiddelde arteriële bloeddruk met 50%, in een andere studie stelde men een verhoogde diastolische bloeddruk vast, vergeleken met de standaardreanimatie. Tijdens de druk op het abdomen merkt men een plotse verhoging van de bloeddruk in de aorta, meer dan de verhoging van de centrale veneuze druk. Meer subtiel is de grotere vullingsfase van de thoraxpomp (de vulling van de pulmonale vasculatuur), wat men kan merken als een verschil in druk tussen het rechter hart en de longvaten gedurende het laatste vijfde van de compressie. Externe abdominale druk werkt dus als een ballonpomp in de aorta waardoor meer bloed vanuit de aorta in de systeemvaten wordt geperst. Bovendien wordt door de compressie meer bloed in de thorax gepompt waardoor deze geprimed wordt voor de volgende thoracale compressie. De techniek van IAC-CPR heeft dus voordelen zowel aan de arteriële als aan de veneuze zijde van de circulatie. Dit effect lijkt vooral belangrijk te zijn bij de niet-obese patiënt. Met de techniek van IAC-CPR kan men de bloedcirculatie tijdens CPR verdubbelen. Een analyse van de tot heden uitgevoerde klinische studies toont aan dat IAC-CPR uitgevoerd door getrainde hulpverleners de kans op herstel van spontane circulatie verhoogt ten opzichte van de standaard CPR-technieken. Voornamelijk binnen het ziekenhuismilieu lijkt deze verbetering van de CPR-techniek statistisch significant [50].
Men onderzocht de veiligheid van reanimaties uitgevoerd met continue abdominale druk. Men kon geen toegenomen emesis of aspiratie vaststellen [27]. Er zijn zelfs aanwijzingen dat abdominale druk uitgeoefend gedurende de ventilatie het risico op gastrische inflatie zou verminderen [27]. Slechts een enkele casus rapporteert een traumatische pancreatitis na de reanimatie van een kind, mogelijk ten gevolgen van de abdominale compressie [50]. |
|