Aritmieën |
|
CPR / Advanced Life Support/Circulatie/ Aritmieën Index
Vier ritmestoornissen of aritmieën liggen vaak aan de basis van een plots cardiaal arrest:
Een gecoërdineerde strategie om overlijden ten gevolge van een plots cardiaal arrest te verijdelen omvat bovendien de behandeling van andere potentieel letale aritmieën die het cardiaal arrest voorafgaan of die de initiële periode na de resuscitatie compliceren. Een ventriculaire fibrillatie wordt bijvoorbeeld vaak ingeleid door een andere ritmestoornis die zich na een succesvolle reanimatie opnieuw kan manifesteren. Tevens is na defibrillatie de kans op ontstaan van een nieuwe levensbedreigende ritmestoornis reëel. Deze peri-arrest aritmieën beënvloeden manifest de overlevingskansen van de patiënt terwijl de eerste hulpverleners, voornamelijk getraind in het praktische aspect van de reanimatie, meestal niet opgeleid zijn voor de behandeling ervan. Professionele hulpverleners moeten deze ritmestoornissen wel terdege herkennen en meteen het juiste behandelingsalgoritme toepassen. De behandeling van deze peri-arrest aritmieën is daarom ook vastgelegd in algoritmen van de European Resuscitation Council. De beschreven algoritmen zijn bestemd voor de hulpverlener die niet gespecialiseerd is in de behandeling van complexe ritmestoornissen en werden bewust heel eenvoudig opgesteld. Bij het toepassen van de algoritmes hou je echter rekening met het feit dat men onmogelijk alle situaties in het algoritme kan voorzien. Het kan dus noodzakelijk zijn om in specifieke situatie andere therapeutische maatregelen te treffen. Er zijn in deze zin drie basisalgoritmes voor volgende aritmieën:
Omwille van het bewezen nut van implanteerbare cardioversie-defibrillatoren dient na de reanimatie de onderliggende oorzaak van het cardiaal arrest grondig te worden gedocumenteerd [52].
Ritmestoornissen komen vaak voor bij patiënten
met structureel hartlijden. De uitlokkende factor is dan een voorbijgaand
metabool onevenwicht, vaak gerelateerd aan hypoxie, infectie, cardiale
ischemie, aan een overload aan catecholamines of aan een
elektrolytenstoornis.
Ritmestoornissen worden klassiek ingedeeld naargelang ze veroorzaakt worden door een stoornis in de prikkelvorming of in de prikkelgeleiding. Dit concept is niet altijd gemakkelijk en eigenlijk niet altijd juist, maar soms wel goed in functie van het kiezen van de behandeling. Een alternatieve indeling houdt rekening met het weefsel waarin de ritmestoornissen ontstaan. Maak een onderscheid tussen ventriculaire en supraventriculaire ritmestoornissen. Is de patiënt in shock of is de polsslag afwezig, veronderstel dan een ventriculaire oorsprong van de aritmie. Volgende ritmestoornissen moet je in urgentie kunnen herkennen:
Aritmieën zijn belangrijk wanneer ze symptomatisch zijn of wanneer ze potentieel gevaar inhouden. De mogelijk optredende symptomen bij ritmestoornissen zijn sterk individueel en zeer variërend van banaal tot zeer ernstig. De ernst van de symptomen correleert bovendien niet altijd met de ernst van de oorzakelijke aritmie. Zowel bij bradycardie als bij tachycardie kunnen belangrijke en minder belangrijke symptomen optreden. Ook de hartfrequentie speelt bij het ontstaan van symptomen: de klachten nemen toe vanaf frequenties boven de 200/minuut. Meestal zijn de klachten te reduceren tot de belangrijkste klachten in de cardiovasculaire anamnese, met name:
De fysiologische impact van ritmestoornissen wordt bepaald door het ventriculair hartritme en de duur van de ritmestoornis. Bradycardieën verminderen het hartdebiet door een vertraagd hartritme bij een gefixeerd slagvolume, verlies van de atriale kick kan aanleiding geven tot een forse toename van de pulmonale hypertensie bij patiënten met diastolische dysfunctie. Bij een tachycardie verkleint de diastolische vullingstijd met reductie van het hartdebiet en hypotensie tot gevolg. De kliniek van een ritmestoornis wordt tevens gedomineerd door de onderliggende aandoening die de aritmie veroorzaakt. Ritmestoornissen zijn vaak paroxysmaal, wat wil zeggen dat ze zonder waarschuwen optreden. Ze worden dan ook dikwijls verward met of gecompliceerd door een aanval van hyperventillatie of angst. De beste informatie bekom je indien je de patiënt kan onderzoeken tijdens het incident zelf. Zelfs zonder ECG-toestel is de controle van de polsslag, de inspectie van de halsvenen, het nauwkeurig beluisteren van de Korotkowtonen bij het nemen van de bloeddruk en het evalueren van de eerste toon bij de hartauscultatie zeer nuttig bij het stellen van de diagnose. Daarnaast is evenzeer belangrijk om de patiënt te evalueren buiten de aanvallen, met vooral aandacht voor tekenen van hartdecompensatie of myocardischemie. De bekomen informatie interpreteer je binnen het totaal klinisch beeld van de patiënt, zoniet bestaat er een risico op een inadequate diagnose en foutieve behandeling [23]. Als basisprincipe geldt dat je de patiënt, en niet het elektrocardiogram behandelt. Hou bij het stellen van de diagnose eveneens rekening met de metabole en zuurbase-toestand van de patiënt en denk aan mogelijke aritmogene bijwerkingen van reeds toegediende farmaca. Volgende symptomen wijzen op hemodynamische instabiliteit en vragen een urgente aanpak:
Neem zo snel mogelijk een
elektrocardiogram, eventueel via de paddels van de
automatische defibrillator. Indien beschikbaar
neem je een
elektrocardiogram met 12
afleidingen of maak je gebruik van een transoesofagale elektrocardiografie.
Deze informatie dient evenwel
te worden geënterpreteerd binnen het totale klinisch beeld van de patiënt, zoniet bestaat er
een risico op een inadequate diagnose en foutieve behandeling
[23].
Ga eerst na of er geen sprake kan zijn van een artefact op het
elektrocardiogram. Voor een volledige
diagnose dient men eveneens rekening te houden met de
metabole en zuurbase-toestand van
de patiënt. In specifieke omstandigheden dient men zelfs te denken aan de bijwerkingen van
voorheen toegediende farmaca met betrekking tot aritmieën.
Bepaal steeds de urgentie van de ritmestoornis aan de hand van de klinische weerslag. Is een patiënt met een niet-sinusale tachycardie bewusteloos of hemodynamisch instabiel, dan is prompte cardioversie aangewezen. Start steeds met de toediening van zuurstof en het plaatsen van een perifeer infuus terwijl de diagnose gesteld wordt. Corrigeer ook meteen elke gekende elektrolytenstoornis en tracht de uitlokkende factor van de aritmie te elimineren. Om de ritmestoornis aan te pakken, kan je drie wegen bewandelen:
Zowel voor farmaca gebruikt bij een cardiaal arrest als voor farmaca ter behandeling van periarrest-aritmieën bestaat slechts weinig wetenschappelijke evidentie [23]. Anti-artimica werken ook trager dan een elektrische cardioversie waardoor farmaca eerder voorbehouden worden voor stabiele patiënten terwijl elektrische cardioversie toegepast wordt bij patiënten met tekenen van hemodynamische instabiliteit. Geef voorrang aan andere interventies zoals de defibrillatie en plaats nadien een intraveneuze lijn voor het toedienen van anti-aritmica. Wees bedacht op het feit dat elke anti-artimische handeling, van farmaca tot fysieke maneouvres, op zich ook aritmogeen werkt met een mogelijke klinische deterioratie louter als gevolg van de behandeling. Tevens kan een hoge dosis van een anti-artimicum of een combinatie van verschillende anti-artimica het myocard dermate onderdrukken dat hypotensie ontstaat met een deterioratie van het hartritme tot gevolg. Na conversie van de ritmestoornis neem je best een nieuw elektrocardiogram ter evaluatie van het basisritme. Na de reanimatie ga je op zoek naar de uitlokkende factor van de hartstilstand. Indien met een anti-aritmicum het ontstaan van een ventrikeltachycardie kan geblokkeerd worden, is de prognose beter [52]. Kan men elektrofysiologisch een VT uitlokken dan verbetert de prognose met de implantatie van een interne cardiovertor-defibrillator (ICD).
Indien je bij een kind met een hartritmestoornis detecteert, controleer je onmiddellijk of er circulatie aanwezig is. Bij afwezigheid van circulatie start je de reanimatie. In aanwezigheid van circulatie evalueer je de hemodynamische status en zorg je indien nodig voor:
CPR / Advanced Life Support/Circulatie/ Aritmieën |
|