Ventriculaire tachycardie


CPR / Advanced Life Support / Circulatie / peri-arrest aritmieën / Ventriculaire tachycardie

Index



Indeling ventriculaire tachycardie

Index

Een sustained ventrikeltachycardie is een VT die langer aanhoudt dan 30 seconden. Bij non-sustained VT zijn er minstens drie opeenvolgende ventriculaire complexen, het geheel duurt echter minder lang dan 30 seconden. De onderverdeling tussen monomorfe en polymorfe ventriculaire tachycardie is nuttig omdat de oorzaak en de aanpak van beiden verschilt. Polymorfe VT kan opnieuw ingedeeld worden in deze met verlenging van het QT-interval (torsades de pointes), en deze zonder verlenging van het QT-interval (ischemisch). Een ventrikelstorm wordt gedefinieerd als drie of meer verschillende episodes van ventriculaire tachycardie in een periode van 24 uur.

Non-sustained ventrikeltachycardie

Non-sustained ventrikeltachycardie is een VT met minstens drie opeenvolgende ventriculaire complexen, doch korter durend dan 30 seconden. Deze vorm van ventrikeltachycardie komt vaak voor na een myocardinfarct. De prognose is afhankelijk van het tijdstip van ontstaan ten opzichte van het myocardinfarct. Een non-systained VT in de eerste uren na een myocardinfarct staat meestal in verband met de reperfusie en heeft weinig klinische betekenis. Een non-sustained VT die echter ontstaat een week na een myocardinfarct, verdubbelt het risico op een plotse hartstilstand bij patiënten met bewaarde linker ventrikelfunctie [33]. In deze setting is het noodzakelijk om nieuwe ischemie uit te sluiten en om de linker ventrikelfunctie te evalueren.

Sustained ventrikeltachycardie

Monomorfe ventrikeltachycardie

Een sustained monomorfe VT is een reëntry-ritme dewelke meest frequent ontstaat 48 uur na een myocardinfarct, of in de setting van cardiomyopathie. De aanpak is afhankelijk van het ritme, de duur en de hemodynamische weerslag van het ritme.

Polymorfe ventrikeltachycardie

Een polymorfe ventrikeltachycardie met normaal QT-interval wordt beschouwd als een ischemisch ritme dat typisch degenereert in ventrikelfibrillatie. Dit ritme is quasi steeds symptomatisch en vereist onmiddellijke cardioversie. Een polymorfe VT heeft een slechtere


Handelen bij een ventrikeltachycardie

Index

Stel je bij een bewusteloze patiënt na het aanleggen van de monitor een ventriculaire tachcyardie vast, tracht dan onmiddellijk het hartritme elektrisch te converteren. Een ventriculaire tachycardie bij een hemodynamisch stabiele patiënt met risico op acute collaps kan behandeld worden met intraveneus amiodarone. Voorts wordt een VT met stabiele hemodynamiek behandeld zoals een regelmatige trachycardie met breed QRS-complex.

Een ventrikeltachycardie is, net als een ventriculaire fibrillatie, een defibrilleerbaar ritme. De Advanced Life Support van een ventrikeltachycardie is daarom gelijk aan de aanpak van een ventrikelfibrillatie en wordt samengevat in het actieplan voor VF/VT.

Preventief kan je gebruik maken van amiodarone of sotalol om het heroptreden van een ventrikeltachycardie te voorkomen. Bij patiënten met een lage ejectiefractie kan de profylactische implantatie van een ICD zijn nut hebben.


Defibrillatie ventrikeltachycardie

Index

Synchronisatie

Om een ventrikeltachycardie te converteren moet de defibrillatieschok gesynchroniseerd worden met de R-golf op het elektrocardiogram. De R-golf krijgt de voorkeur op de T-golf gezien een ventrikelfibrillatie kan uitgelokt worden indien je defibrilleert gedurende de refractaire periode van de hartcyclus [56].

Het synchroniseren kan bemoeilijkt worden door het brede aspect van het QRS-complex [56]. Bij een onstabiele patiënt waarbij de synchronisatie faalt, kan je niet-gesynchroniseerd defibrilleren. Bij een stabiele patiënt is het beter om de toediening van niet-gesynchroniseerde defibrillatieschokken te vermijden. Uiteraard worden bewuste patiënten onder anesthesie gebracht alvorens een poging tot defibrillatie wordt ondernomen.

Energieinstelling

De nodige energie om een ventriculaire tachycardie te converteren is afhankelijk van de morfologische karakteristieken en de snelheid van de tachycardie. Bij een ventriculaire tachycardie met palpeerbare carotispos zal een monofasische defibrillatie met een energie van 200 Joule vaak efficiënt het hartritme converteren. Gebruk je een bifasische defibrillator, stel dan de energie in op 120 tot 150 Joule en drijf deze eventueel op indien de eerste defibrillatieschok faalt in het herstellen van het hartritme.

Bij de cardioversie van een ventrikeltachycardie bij een kind gebruik je een energieinstelling van 0.5 tot 1 Joule per kilogram initieel, gevolgd door een energieinstelling van 2 Joule per kilogram. Geef, indien geen succes, nadien een bolus amiodarone of procainamide alvorens een derde cardioversiepoging te ondernemen.

CPR / Advanced Life Support / Circulatie / peri-arrest aritmieën / Ventriculaire tachycardie


Bart Massaer