ademhaling |
|
CPR \ Basic Life Support \ ademhaling Index
Om zuurstof in de longen en in het lichaam te brengen, wordt dus onder normale omstandigheden voortdurend verse lucht ingeademd. Via de luchtwegen bereikt deze ingeademde lucht de longen, waar de zuurstof oplost in het bloed terwijl koolstofdioxide als afvalproduct van de cellulaire verbrandingsreactie oplost in de lucht om uitgeademd te worden. Per minuut ademt een volwassen persoon gemiddeld 12 tot 18 keer. Een kind ademt sneller - zie tabel - pasgeborenen zelfs tot 40 keer per minuut.
De ingeademde zuurstof wordt via de bloedsomloop rondgepompt door het lichaam en gebruikt in het metabolisme. Een afvalstof van de verbrandingsreactie is het koolstofdioxide (CO2) dat via het bloed terug naar de longen stroomt om uitgeademd te worden.
Valt de ademhaling stil,
dan stopt het inademen van zuurstof en het uitademen van CO 2. Het
koolstofdioxide stapelt zich op in het bloed en in de weefsels, de organen
verstikken onder een tekort aan zuurstof.
Soms blijft het hart nog een tijdje verder pompen, door het aanhoudende gebrek
aan zuurstof zal echter
ook de hartspier na enkele minuten stilvallen.
Bij een primaire ademhalingsstilstand wordt de zuurstofvoorziening van het hele lichaam in gevaar gebracht. Het hart en de longen kunnen gedurende enkele minuten het lichaam nog voorzien van de zuurstof opgeslagen in het bloed, dit reserve raakt echter snel uitgeput en na enkele minuten treedt er overal zuurstoftekort op. De meest gevoelige organen zijn de hersenen: bij een volwassene zijn de
hersenen al na gemiddeld drie minuten zonder zuurstof
onherstelbaar beschadigd. In geval van onderkoeling
(bijvoorbeeld bij verdrinking) is
deze periode evenwel langer. Ook bij kinderen kan het, afhankelijk van de
leeftijd, drie tot tien minuten duren vooraleer de hersenen door
zuurstoftekort onherstelbaar beschadigd worden.
Bij een bewusteloos
slachtoffer zal men eerst om hulp roepen
en de luchtwegen vrijmaken.
Nadien wordt de ademhaling gecontroleerd:
Neem voor de controle van de ademhaling niet meer dan tien seconden de tijd [21]. Sommige slachtoffers vertonen een abnormale, snurkende en inadequate ademhaling. Indien je bij deze slachtoffers de luchtweg vrijmaakt, kan de ademhaling plots verbeteren. 40% van de slachtoffers van een plotse hartstilstand vertoont gedurende de eerste minuten nog een reflexmatige vorm ademen, "agonale ademhaling" genaamd. Ook bij deze inadequate, moeizame en soms luidruchtige vorm van ademen, welke vaak verkeerdelijk beschouwd wordt als een normale ademhaling [54], moet je toch de hartmassage starten. Gasping komt voor bij 40% van de slachtoffers met een hartstilstand [54], een foutieve inschatting van de efficiëntie van de ademhaling zou bij deze slachtoffers de aanzet tot hartmassage verijdelen. Twijfel je dus aan de efficiëntie van een ademhalingspatroon, start dan sowieso de reanimatie. Indien het slachtoffer normaal ademt:
Indien het slachtoffer niet normaal ademt:Bij een slachtoffer met een inefficiënte ademhaling of een ademhalingsstilstand zal in korte tijd ook een hartstilstand optreden. Indien er omstanders aanwezig zijn zorgt je als hulpverlener verder voor het slachtoffer terwijl je aan ëën van de omstanders vraagt om de hulpdiensten te alarmeren. Geef uitdrukkelijk aan van wie je verwacht dat de hulpdiensten worden verwittigd en vraag om terug te keren na de alarmering, zo kan je nagaan of de hulpdiensten wel degelijk verwittigd zijn. Indien een automatische externe defibrillator of AED beschikbaar is, vraag dan aan de omstanders om dit meteen mee te brengen. Start bij een volwassen slachtoffer na de alarmering onmiddellijk met dertig hartmassages tot een AED gebruikt kan worden. Handel dan verder volgens het algoritme voor gebruik van het AED. Zonder het AED beadem je na het doorvoeren van dertig hartmassages het slachtoffer twee maal. Gaat het om een kind, geef dan vijf initiële beademingen alvorens met de hartmassage te beginnen.
Wanneer je te maken hebt met een bewusteloos slachtoffer zal je het slachtoffer op de rug draaien en de luchtwegen vrijmaken. Stel je na de controle van de ademhaling vast dat het slachtoffer niet of inefficiënt ademt, dan alarmeer je de hulpdiensten en geef je meteen dertig hartmassages. Kunstmatige beademingBij een slachtoffer dat niet meer ademt kan je de zuurstofvoorziening in het lichaam alsnog onderhouden door het toepassen van kunstmatige mond-op-mond beademing:
Is je beademing onvoldoende om de borstkas van het slachtoffer te laten opgaan, controleer dan de mond van het slachtoffer op eventuele aanwezigheid van vreemde voorwerpen die de luchtweg obstrueren. Zorg opnieuw voor vrije luchtwegen en probeer een nieuwe beademing. Onderneem maximaal twee pogingen om te beademen, keer nadien terug naar de hartmassage. Uit studies blijkt echter dat de bevolking terughoudend
is om bij een vreemde een beademing
door te voeren. in dit geval volstaat het om eventueel enkel
hartmassage door te voeren, niet gecombineerd met kunstmatige
beademing. De gehele reanimatiecyclus blijf je verder zetten tot:
Opmerking: Initiële beademingenDe eerste minuten na een circulatiestilstand zonder asfyxie blijft de hoeveelheid zuurstof in het bloed voldoende hoog om de lichaamsweefsels van zuurstof te voorzien. De zuurstofaanvoer zal eerder beperkt zijn ten gevolge van het afwezige of gedaalde hartdebiet. Na een plotse hartstilstand is de beademing initieel dan ook minder belangrijk dan de hartmassage, er zullen geen initiële beademingen meer doorgevoerd worden [54]. Dit vereenvoudigd bovendien de reanimatierichtlijnen wat de training van het lekenpubliek vereenvoudigd [54]. Frequentie en getijvoluminaDe techniek van de beademing dateert van de vroege jaren 1960. Het beademingsvolume werd toen vastgelegd op 800 tot 1200 mL. De laatste jaren worden deze cijfers in twijfel getrokken. Kunstmatige beademing zonder bescherming van de luchtwegen zoals bij een endotracheale intubatie draagt immers een groot risico op inflatie van lucht in de maag, regurgitatie en pulmonaire aspiratie. Het risico van gastrische inflatie is afhankelijk van:
Kleinere getijvolumina zorgen er voor dat de druk van de onderste oesofagale
sfincter niet wordt overschreden en dat gastrische inflatie wordt voorkomen.
Bovendien rest er na het inblazen van een kleiner volume lucht meer tijd voor de
hartmassages en het
adequaat uitademen van het CO2. Getijvolumina van 1000ml veroorzaken hypocapnie, getijvolumina van 500ml hypercapnie, geen van beide keuzes resulteert echter in normocapnie [16]. Hyperventilatie door grote getijvolumina of door een hoge beademfrequentie verhoogt de intrathoracale druk en verlaagt de veneuze terugkeer naar het hart. Dit onderdrukt het succes van de reanimatie [54]. De plotse verhoging van het ademminuutvolume van de redder en de met de omstandigheden gepaard gaande fysische stress veroorzaken bij de helper echter een belangrijke een stijging van het hartritme. Deze hyperventilatie is geassocieerd met een significante dalign van het end-tidal CO2 alsook van de capillaire spanning van koolstofdioxide. Een dergelijke hyperventilatie met tachycardie zou de gezondheid van de helper onder bepaalde omstandigheden kunnen schaden. Om deze hyperventilatie te beperken kan de helper best na een tijdspanne van ongeveer vijf minuten de beademing laten overnemen door een tweede helper [48]. VerwikkelingenBij een beademing zal de ingeblazen lucht zich
verdelen tussen de longen en de maag. De belangrijkste complicatie van
kunstmatige beademing is dan ook het inblazen van lucht in de maag of gastrische
inflatie [21].
Het risico is het grootst bij de beademing van
kinderen.
In afwezigheid van een
endotracheale tube zal de relatieve verdeling van de lucht over de longen of
de maag afhankelijk zijn van de elasticiteit of compliantie van de longen en van de openingsdruk van de
onderste oesophagale sfincter die de doorgang van de slokdarm naar de maag
afsluit. Deze druk bedraagt onder fysiologische omstandigheden ongeveer 20
mmHg, tijdens CPR daalt de druk echter reeds na 15 minuten tot 4 mmHg.
Ook de thoraxcompliantie daalt na deze periode tot 30% van haar normale
waarde. Door de partiële luchtwegobstructie veroorzaakt door de weefsels van de farynx zullen de beademingsdrukken
bovendien toenemen.
Bij ernstige verwondingen aan de mond, wanneer de mond van het slachtoffer niet open kan ten gevolge van trismus of indien je met je eigen mond de mond van het slachtoffer niet volledig kan omsluiten, ben je genoodzaakt een mond-op-neus beademing uit te voeren. Bij drenkelingen zijn de handen van de hulpverlener nodig zijn om het slachtoffer te ondersteunen, met de techniek van mond-op-neusbeademing kan de redder reeds beademingen starten zodra het hoofd van het slachtoffer boven water is. Duw de mond van het slachtoffer dicht met de hand die de kinlift uitvoert. Adem diep in en omsluit met je lippen de neusgaten van het slachtoffer. Blaas je uitgeademde lucht in de neus van het slachtoffer en kijk zijwaarts of de borstkas van het slachtoffer opgaat. Na de beademing trek je je mond weg om zelf verse lucht in te ademen en het slachtoffer toe te laten uit te ademen. Soms moet je tijdens de uitademing de mond van het slachtoffer openen om de uitgeademde lucht te laten ontsnappen [21].
Bij de meeste personen met een tracheostomie is er geen doorgang van lucht
meer mogelijk via de normale weg. Indien je beademing
moet toepassen, zal je de lucht moeten inblazen in de opening ter hoogte van de
hals.De tube die zich in het buisje bevindt kan je verwijderen om de opening
vrij te maken voor de passage van lucht. Indien dit niet mogelijk blijkt vervang
dan de hele tube als deze beschikbaar is. Zoniet, dan kan je toch op de stomie
beademen zonder aanwezigheid van de tube.
Basic Life Support bij kinderen mag niet beschouwd worden als een miniatuurversie van de volwassen techniek. De reanimatie van een kind wordt
gestart met vijf initiële beademingen
alvorens over te gaan tot de
hartmassage
[59]. Ondervind je weerstand bij het inblazen van lucht, overweeg dan of er geen luchtwegenobstructie aanwezig is. Open de mond van het kind en kijk of er geen vreemd voorwerp voor de de luchtweg zit. Zorg opnieuw voor vrije luchtwegen, eventueel met behulp van de jaw thrust. Na maximaal vijf pogingen tot beademen ga je over tot de hartmassage. CPR \ Basic Life Support \ ademhaling |
|