Circulatie |
|
CPR \ Basic Life Support \ Circulatie Index
In normale omstandigheden trekt de hartspier bij een volwassene 60 tot 80
keer per minuut samen waarna ze zich weer ontspant. Deze pompfunctie van het
hart zorgt ervoor dat het bloed voortdurend door het lichaam circuleert. Enkele oorzaken van circulatiestilstand zijn :
Bij een circulatiestilstand worden ook het bewustzijn en de ademhaling vrijwel onmiddellijk uitgeschakeld. Er is geen zuurstofvoorziening meer, alle vitale processen vallen stil. Soms neemt men nog een laatste ademhalingspoging waar onder de vorm van "gasping", wat men niet mag verwarren met een efficiënte ademhaling (21). Een circulatiestilstand kan ook gepaard gaan met ritmestoornissen zoals een ventriculaire fibrillatie, een ventriculaire tachycardie, een asystolie of polsloze elektrische activiteit. In de meeste urgentiesystemen duurt het minstens acht minuten eer een ziekenwagen na alarmering aankomt ter plaatse van het ongeval [54]. Gedurende dit tijdsverloop hebben slachtoffers van een plotse circulatiestilstand baat bij een onmiddellijke interventie door een omstander. Het onmiddellijk toepassen van CardioPulmonaire Resuscitatie - de combinatie van hartmassage en beademing - door een omstander zorgt er immers voor dat, in afwachting van verdere behandeling, de hersenen, het hart en de vitale organen een kleine hoeveelheid bloed toegevoerd krijgen. Indien het hart nog activiteit vertoont onder de vorm van een ventrikelfibrillatie is de kans op een succesvolle defibrillatie nadien, groter indien C.P.R. onmiddellijk gestart werd. Vooral indien binnen de vijf minuten geen defibrillatie kan uitgevoerd worden, bewijst de hartmassage haar nut [54]. Viel de hartactiviteit intussen stil tot een asystolie dan zijn de kansen op overleving veel geringer. Met het opstarten van de reanimatie past de leek meteen de eerste stappen van de overlevingsketen toe. De optimale behandeling van een ventrikelfibrillatie of een ventrikeltachycardie is uiteindelijk de elektrische defibrillatie. Ook in geval van trauma, overdosis van drugs, verdrinking en bij een circulatiestilstand bij kinderen kan de onmiddellijke toepassing van CPR levensreddend zijn.
Een controle van de carotispols door leken is onbetrouwbaar om de circulatie te evalueren [54]. Het kijken naar de aanwezigheid van "tekens van leven" zoals bewegen, ademen of hoesten, lijkt echter weinig meerwaarde te bieden [54].
Reanimatie is een techniek om bij slachtoffer met hartstilstand de weefsels in het lichaam te voorzien van de nodige zuurstof om de meest vitale processen op gang te houden. Die zuurstof wordt via uitwendige hartmassage het lichaam rondgepompt waarna het reserve aan zuurstof in het bloed wordt aangevuld met behulp van kunstmatige beademing. De gehele reanimatie bestaat uit cycli van 30 hartmassages en 2 beademingen, de techniek noemt men CardioPulmonaire Resuscitatie, kortweg C.P.R. Bij een plotse hartstilstand moet de reanimatie zo snel mogelijk gestart worden, in afwachting van een automatische defibrillator en verdere gespecialiseerde hulp (21). Moet je steeds reanimeren ?Iedereen is verplicht, zowel wettelijk als moreel, te handelen met de kennis
en de middelen waarover hij of zij beschikt. Bij elk slachtoffer waar bewustzijn,
ademhaling of hartwerking
afwezig zijn moet de reanimatie zo snel mogelijk gestart worden. Indien de
hulpverlener terughoudend
is om te beademen, volstaat het om hartmassage
zonder beademing door te voeren.
Een slachtoffer met een hartstilstand is steeds bewusteloos en heeft ook een ademhalingsstilstand. Na het vaststellen van de bewusteloosheid roep je meteen om hulp. Draai het slachtoffer op de rug, zorg voor vrije luchtwegen en controleer de ademhaling. Vertoont het slachtoffer een abnormale ademhaling of een ademhalingsstilstand, laat dan iemand de hulpdiensten alarmeren en start meteen de hartmassage gevolgd door de beademing. Beschik je over een automatische externe defibrillator, schakel deze dan zo spoedig mogelijk aan en volg het algoritme voor gebruik van een AED. HartmassageBij een bewusteloos slachtoffer met inefficiënte ademhaling of een ademhalingsstilstand start je na het alarmeren van de hulpdiensten meteen de hartmassage:
Na het doorvoeren van 30 hartmassages beademen je tweemaal het slachtoffer, nadien start je opnieuw de hartmassage. Bij een onderbreking van de hartmassage zal de bloeddoorstroming naar de kransslagaders en naar de overige organen heel snel vertragen en stoppen. Herstart je nadien de hartmassage, dan herstelt deze bloeddoorstroming zich slechts heel traag. Het is dan ook heel belangrijk om de sequentie van hartmassages zo weinig mogelijk te onderbreken! Hartmassage bij kinderenDe reanimatie van een kind start met het vaststellen van de bewusteloosheid en het vrijmaken van de luchtwegen. Controleer of er ademhaling aanwezig is en geef bij een ademhalingsstilstand vijf initiële beademingen. Start nadien de hartmassage met dezelfde techniek als bij volwassenen, terwijl je uiteraard de kracht van de compressies aanpast naar de lichaamsbouw van het slachtoffer, gebruik makend van 1 of 2 handen naargelang je voorkeur. Druk 30 keer op het midden van de borstkas tot een diepte van een derde van de omtrek. Na het doorvoeren van 30 hartmassages beademen je tweemaal het kind en start je opnieuw de hartmassage. Bij een baby jonger dan ëën jaar geef je hartmassage door met slechts twee vingers te drukken [59]. Als alternatief kan je de twee duimen naast elkaar plaatsen op het onderste derde van het sternum en met de vingertoppen naar het hoofd van het slachtoffer gericht, terwijl de andere vingers de thorax omvatten en steun geven aan de rug. Deze techniek is efficiënter [1] doch biedt het nadeel dat men geen vingers meer vrij heeft om verdere manipulaties uit te voeren, je kan de techniek dan ook best toepassen indien meerdere hulpverleners aanwezig zijn [59]. Druk in beide gevallen de borstkas in over 1/3. Ben je alleen, alarmeer dan de hulpdiensten nadat je gedurende ëën minuut de reanimatie hebt doorgezet [59], tenzij je getuige was van het plots neerstuiken van het kind [59]. Hartmassage zonder beademingStudies tonen aan dat de bevolking terughoudend is om de beademing door te voeren bij een vreemde. In dit geval volstaat het de hartmassage uit te voeren zonder beademing. De hartmassage geschiedt eveneens aan een frequentie van ongeveer 100 per minuut met zo weinig mogelijk onderbrekingen. Beëindigen van de reanimatieDe gehele reanimatiecyclus blijf je verder zetten tot:
Complicaties van de hartmassageZelfs indien de hartmassage perfect wordt uitgevoerd, veroorzaakt men nog wel
eens ribfracturen bij volwassen slachtoffers (21),
meestal omdat de handen niet helemaal in het centrum van de borstkas werden
geplaatst en dus druk uitgeoefend werd naast het borstbeen.
Ribfracturen en andere letsels zijn zeldzamer bij kinderen
en babyës. Het vermijden van complicaties mag echter geen reden zijn om de reanimatie niet door te voeren gezien geen reanimatie stellig leidt tot het overlijden van het slachtoffer.
Het is duidelijk dat het uitvoeren van de hartmassage afmattend is. Indien een tweede hulpverlener beschikbaar is, kan best ëën van beide hulpverleners eerst de hulpdiensten alarmeren, terwijl de andere hulpverlener de reanimatie start. Nadien kunnen de hulpverleners elkaar elke 2 minuten aflossen om vermoeidheid te voorkomen [54]. Voorts blijft de reanimatietechniek dezelfde.
Zwangere vrouwen hebben een slechte prognose na C.P.R. Een belangrijk risico vormt de druk die de baarmoeder of uterus uitoefent op de vena cava wat de terugkeer van bloed naar het hart beperkt. De zwangere die moet gereanimeerd worden plaats je daarom best met de rechter zijde hoger dan de linker, hierdoor kantelt de uterus naar links, weg van de vena cava. Ideaal kantelt men de patiënte over een hoek van meer dan 30ë, de veranderde anatomie zal de patiënte echter snel doen verrollen in een volledige laterale positie. Getraind personeel kan ook manueel trachten om de uterus bimanueel te verplaatsen naar links en naar het hoofd van de patiënte.
Dispacheurs kunnen telefonisch de hulpverlener bijstaan in de reanimatietechnieken. Daarbij zijn eenvoudige en duidelijke richtlijnen heel belangrijk. Omwille van de eenvoud wordt hartmassage wordt doorgevoerd zonder te beademen.
Het is belangrijk dat het slachtoffer in horizontale positie op de rug ligt.
Zelfs dan is tijdens hartmassage het bloeddebiet naar de hersenen verminderd.
Als het hoofd hoger ligt dan de romp is dit debiet nog meer verminderd, tot
zelfs afwezig.
Het is moeilijk om de efficiëntie van CPR te meten in een georganiseerde studie, temeer daar de weinige cijfers die er beschikbaar zijn, rekening houden met de outcome na het doorlopen van de gehele overlevingsketen. CarotiscontroleBuiten het ziekenhuis kan je de efficiëntie van de hartmassage
enkel evalueren door de carotis
te palperen gedurende de thoraxcompressies. Buiten Nochtans geeft een
goede pulsatie van de A. Carotis enkel een idee over de systolische bloeddruk,
terwijl de gemiddelde bloeddruk meer representatief is voor de cardiac
output en de diastolische bloeddruk meer representatief voor de
coronaire perfusie. Arteriële bloeddrukmetingHet is niet correct dat een arteriële bloeddrukmeting onbetrouwbaar zou zijn tijdens CPR. Indien men een adequate hartmassage doorvoert ontstaat zelfs een functionele bloeddrukcurve [3]. Indien de waarden van de arteriële bloeddrukmeting onder de normalen liggen, dient men maatregelen (adrenaline) te nemen om deze bloeddrukwaarden te herstellen. Toch komt het bereiken van de normale waarden van de bloeddruk niet steeds overeen met een succesvolle reanimatie, al zijn drukken onder de normalen gecorreleerd met een slechte outcome. Uitgeademde CO2Het uitgeademde CO2 zou een betrouwbare merker zijn voor de pulmonaire perfusie en de cardiac output bij constante ventilatie, gezien koolstofdioxide geëxcreteerd wordt door het bloed in de longen ([1], [1], [1], [1]). Omwille van de grote dode ruimte tijdens een reanimatie blijft het end-tidal CO2 zeer laag, tot minder dan 10 mmHg. Neemt de cardiac output toe dan zullen meer alveolen worden geperfundeerd en zal het end-tidal CO2 toenemen, vaak tot meer dan 20 mmHg bij een succesvolle reanimatie. Wanneer de spontane circulatie herstelt, merken we een toename van het end-tidal CO2 tot meer dan 40 mmHg (3). Het ETCO2 kan eenvoudig worden gemeten met behulp van een
capnometer geplaatst tussen het uiteinde van de endotracheale
tube en de beademballon.
Verscheidene studies toonden het verband tussen ETCO2, cardiac
output en de perfusie van het myocard. Een continue meting van het
uitgeademde CO2 zou dus een parameter kunnen zijn voor de
efficiëntie van de uitgevoerde reanimatie. ElektrocardiogramHet elektrocardiogram geeft een idee over de onderliggende ritmestoornis en de aanwezigheid van myocardiale ischemie.
Circulatie tijdens hartmassage wordt veroorzaakt enerzijds door het hartpomp-mechanisme, anderzijds door het thoraxpomp-mechanisme. HartpompmechanismeVolgens het hartpomp-mechanisme worden door de hartmassage
de beide hartkamers tussen 2 beenderige elementen, het sternum
vooraan en de wervelkolom achteraan, samengedrukt. Bij het drukken op de thorax
oefent men meer druk uit op de ventrikels
dan op de atria, de atrioventriculaire
kleppen zullen sluiten en net zoals onder normale fysiologische
omstandigheden ontstaat er een linker en rechter hartdebiet.
Niettegenstaande ook druk wordt uitgeoefend op het veneus systeem, veronderstelt
men dat het bloed primair in een anterograde richting wordt gestuwd. Opheffen
van de druk veroorzaakt relaxatie van het hart, wat leidt tot een artificiële
diastole en weer openen van de atrioventriculaire kleppen. ThoraxpompmechanismeIn 1976 rapporteerden Criley et al. een patiënt welke gedurende een hartkatheterisatie een ventrikelfibrillatie ontwikkelde, simultaan met een episode van hoesten en singultus. Tijdens elke hik noteerde men een stijging van de arteriële druk. De patiënt verloor geen enkele keer het bewustzijn, niettegenstaande CPR niet werd doorgevoerd. Deze casus leidde tot verder onderzoek naar het thoraxpomp-mechanisme tijdens CPR. Uitwendige thoraxcompressie veroorzaakt een
veralgemeende verhoging van de intra-thoracale druk die gelijkmatig op alle
intra-thoracale vaatstructuren wordt overgebracht. Het hart fungeert tijdens de reanimatie
volgens deze theorie enkel als een passief buizenstelsel met hartkleppen
die permanent open blijven. Functionele kleppen zouden bestaan ter hoogte van de
grote instroomvenen in de thoraxholte - vena subclavia en vena jugularis
interna - die het terugstromen van het bloed beletten tijdens de compressiefase [3].
Ook de compliantie van het veneuze systeem en de veneuze collaps tijdens CPR
dragen bij tot de drukgradiënt [1].
Tijdens de relaxatiefase valt de druk in de thorax terug op een druk die lager
is dan de druk van het extrathoracaal veneus systeem en het bloed vloeit passief
in de veneuze vaten van de thorax. CPR \ Basic Life Support \ Circulatie |
|