Hartmassage zonder beademing


CPR \ Basic Life Support \ Hartmassage zonder beademing

Index



Terughoudendheid van de bevolking m.b.t. beademing

Index

Niettegenstaande ernstige inspanningen om de bevolking op te leiden in CPR-technieken, blijkt dat omstanders in bijna de helft der gevallen de reanimatie niet durven te starten [1]. Onderzoekers in King Country [1] startten een programma waarbij de dispacheurs de omstanders instructies gaven omtrent de uit te voeren CPR. Men kwam stelde vast dat het 2,4 minuten in beslag neemt om de nodige instructies via telefoon door te geven. De meest voorkomende redenen van de omstanders om CPR niet te starten was de angst voor infecties bij beademing was.

Een studie bij personen die weten hoe ze de CPR-technieken moeten toepassen toonde aan dat slechts 15% onder hen bereid was een reanimatie met mond-op-mondbeademing te starten bij een vreemde [2]. Daarentegen verklaarde 68% dat ze de technieken wel zouden toepassen indien enkel hartmassages noodzakelijk zouden zijn. De meerderheid van de ondervraagden was bang voor de overdracht van infecties tijdens de beademing.

In Japan, waar de prevalentie van HIV lager ligt dan in onze streken, bleek uit een studie [12] dat ook daar slechts weinig leken bereid zijn om CPR gecombineerd met kunstmatige beademing door te voeren. Als reden gaf men hier niet het risico van overdracht van infectie, maar de angst op falen aan. Indien de CPR-technieken zouden worden vereenvoudigd, dus hartmassage zonder beademing, zouden meer leken de CPR-technieken uitvoeren in geval van nood.


Klinische studies

Index

Uit dieronderzoek [1] bleek dat hartmassage zonder beademing even effectief zou zijn als de combinatie met kunstmatige beademing, zelfs tot 10 minuten na het intreden van een ventriculaire fibrillatie.

In een andere studie [1] werd aan de omstanders telefonische instructies gegeven in verband met de uit te voeren CPR-technieken. Een deel kreeg de instructie om hartmassage door te voeren zonder beademing, een ander deel werd gevraagd om wel de kunstmatige beademing uit te voeren. Men trachtte de studie dubbelblind uit te voeren, in zover dit uiteraard mogelijk was. Nadien werd de morbiditeit en de mortaliteit van beide studiepopulaties vergeleken. Na uitsluiten van slachtoffers van overdosis, alcohol intoxicatie en CO-intoxicatie, alsook het uitsluiten van de slachtoffers waarbij men telefonisch oordeelde dat er geen cardiaal arrest aanwezig was, werden 520 patiënten opgenomen in de studie. Uiteindelijk besluit men uit de studie dat het geven van instructies voor CPR zonder in vergelijking met kunstmatige ventilatie, geen statistisch verschil oplevert wat betreft morbiditeit en mortaliteit. Het is ook eenvoudiger om instructies te geven betreffende CPR zonder kunstmatige beademing, waardoor meer omstanders geneigd zijn de technieken uit te voeren.
Belangrijke opmerking bij deze studie zijn de exclusiecriteria. Men sluit immers die slachtoffers uit die een stilstand doen na een primair respiratoir arrest, bij hen kan de kunstmatige ventilatie dus belangrijker zijn dan bij de slachtoffers van een ventriculaire fibrillatie. Misschien moet men trachten te achterhalen welke slachtoffers meer kans hebben stil te staan na een primair respiratoir arrest. Het blijkt dat deze slachtoffers vooral jonger zijn en minder thuis collaberen in vergelijking met de slachtoffers van een primair cardiaal arrest. Ook is de waarde van de instructies gegeven door de dispacheurs niet bepaald.

De Belgian CPCR Registry toonde aan dat de globale overleving van het slachtoffer na veertien dagen niet wordt beënvloed door het al dan niet toepassen van beademing en dat het doorvoeren van enkel de hartmassage nog steeds efficiënter is dan het totaal afwezig zijn van enige interventie [1].

In de Kanto-regio van Japan registreerde men in een observationele studie de outcome na reanimatie met en zonder beademing bij de hartmassage [1]. De auteurs noteren geen verschil tussen de standaard reanimatie en reanimatie zonder beademing en besluiten dat reanimatie zonder beademing aangewezen is voor volwassen personen buiten het ziekenhuis. Aangezien het hier gaat om een observationele studie, moeten we voorzichtig zijn bij de interpretatie van deze resultaten [1].

Bij het vergelijken van een groep cursisten aan wie enkel de hartmassage was aangeleerd en een groep die in latere tijd ook kunstmatige beademing leerde toepassen, bleek dat de eerste groep minder de technieken verwarde en sneller en beter de hartmassages uitvoerde dan de tweede groep [2].

Tenslotte  toonde men aan dat de centrale arteriële oxygenatie relatief hoog blijft voor een bepaalde tijd na de ingang van een ventriculaire fibrillatie. De pulmonaire venen, linker atrium, linker ventrikel en het gehele arteriële systeem is immers gevuld met geoxygeneerd bloed. Men zou dan ook kunnen aannemen dat vooral een snelle start van de hartmassage belangrijk is, terwijl gedurende de eerste 6 tot 12 minuten na een circulatiestilstand de positieve-drukbeademingen minder noodzakelijk blijken te zijn [21]. De cardiac output bedraagt gedurende de reanimatie slechts 30% waardoor een verminderde ventilatie/perfusieverhouding kan getolereerd worden [21].

De coronaire en cerebrale bloedvaten zijn maximaal gedilateerd vroeg na het intreden van een cardiaal arrest. De belangrijkste factor voor de myocardiale perfusie is de coronaire perfusiedruk. Dit is de diastolische druk in de aorta - de druk tijdens de relaxatiefase van de hartmassage - min de sinus coronariusdruk of de rechter atriale diastolische druk.
De cerebrale perfusiedruk is gerelateerd aan de systolische druk, dus de druk tijdens de compressiefase van de hartmassage.
Telkens de hartmassage wordt onderbroken door een beademing daalt de myocardiale en cerebrale perfusiedruk. Het vraagt bovendien enige tijd om deze druk weer op te bouwen eens de compressies zijn hervat. Bij de vroegere verhouding van 15 hartmassages op 2 beademingen werden daardoor dus slechts gedurende de helft van de hartmassages de hoogste perfusiedrukken bereikt [2]. Het was dan ook nuttig om de verhouding hartmassage/beademing bij de reanimatie aan te passen in het belang van de hartmassage. De nieuwste guidelines schrijven ook voor dat, indien de hulpverlener weigert kunstmatige beademing toe te passen, hartmassage zonder beademing kan worden doorgevoerd, beter dan het niet starten van CPR [21].


Richtlijnen

Index

Het E.R.C. besloot dat er te weinig wetenschappelijke evidentie bestaat om de huidige richtlijnen aan te passen. Het advies om 30 thoracale compressies af te wisselen met 2 mond-op-mond beademingen blijft aldus bestaan. Voor hulpverleners die echter weigerachtig zijn om het slachtoffer te beademen, is de techniek van enkel thoracale compressies evenwel meer aanvaardbaar dan het niet-doorvoeren van enige vorm van CPR.
 

CPR \ Basic Life Support \ Hartmassage zonder beademing


Bart Massaer