Besmetting |
Besmetting
Index
Frequent worden vragen gesteld over de overdracht van besmettelijke ziekten zoals
AIDS (HIV-virus), Hepatitis (HBV), Herpes, Influenza of tuberculose.
Na jarenlange ervaring met training op een fantoom is er geen enkel geval
gedocumenteerd van besmetting verbonden met het oefenen. Besmetting tijdens de training
op een reanimatiepop is extreem zeldzaam
[21]. De poppen moeten natuurlijk
wel steeds gereinigd zijn en ontsmet met Hibitane in water na elke reanimatie. Ook het
inwendig mechanisme van de reanimatiepop dient geregeld te worden gereinigd of vernieuwd.
InleidingEr bestaat geen reden om de start van een reanimatie uit te stellen tot de infectieuze status van de patiënt gekend is. Vooreerst dient te worden gesteld dat de grote meerderheid van de reanimaties wordt doorgevoerd door professionelen. Enkel een reanimatie in het thuismilieu wordt meestal uitgevoerd door leken aangezien daar het grootste deel van de niet-traumatische respiratoire- en hartstilstanden zich voordoet, terwijl het slachtoffer meestal gekend is. Recente informatie en richtlijnen in verband met infectieoverdracht kan je terugvinden op http://www.hpa.org.uk/ Overdacht HIV of HBV tijdens reanimatieDe kans dat een redder zou geënfecteerd worden met HBV of HIV ten gevolge van een reanimatie is gering. In tegenstelling tot prikaccidenten met door bloed besmette instrumenten is de overdracht van HIV of HBV tijdens mond-op-mond beademing nooit beschreven. De beademing kan wel leiden tot uitwisseling van speeksel tussen het slachtoffer en de redder, transmissie van HIV via speeksel wordt evenwel niet in aanmerking genomen aangezien speeksel niet met dusdanige hoeveelheden HIV besmet is om een infectie te veroorzaken. Ook bij bijtwonden of bij contaminatie vanuit andere wonden wordt HIV niet via het speeksel overgedragen. Sommige beschermgazen zouden eveneens een goede barriëre vormen voor HIV-1 [21]. Evenmin wordt Hepatitis B overgedragen, zelfs niet indien het speeksel in contact komt met de mucosa van de mond bij de beademing. In landen waar HIV meer prevalent is, is ook het risico op overdracht groter. Doorvoeren van mond-op-mond beademing kan ook resulteren in uitwisseling van bloed tussen het slachtoffer en de redder. Dit is vooral het geval bij traumata of wanneer het slachtoffer verwondingen heeft rond de lippen of het slijmvlies van de mondcaviteit. Hier bestaat dus wel een theoretisch risico op overdracht van HIV of HBV. In dit geval zullen voor de beademing enkel de soepel plastiek beademingsgazen met filteropeningen, het aangezichtsmasker of de beademballon worden gebruikt. Aangezichtsmaskers zijn efficiënter in het tegenhouden van bacteriën dan beademingsgazen. Aangezichtsmaskers met een eenrichtingsventiel voorkomen zelfs de transmissie van bacteriën naar de hulpverlener toe [21]. De efficiëntie van beademingsgazen is echter nog niet wetenschappelijk aangetoond. Uiteraard is de meest ideale stap de intubatie met een endotracheale tube, welke dient doorgevoerd te worden zodra professionele en getrainde hulpverleners ter plaatse zijn. Het gebruikte materiaal wordt na de reanimatie grondig gereinigd. Voorzichtigheid is geboden bij contact met sperma, vaginaal secreet, cerebrospinaal vocht, pleuravocht, amnionvocht of ascites. De kans op transmissie via speeksel, tranen en braaksel is zeer klein. Overdracht Herpes, meningitis en tbcHet theoretisch risico op infectie door speekseltransmissie of transmissie via aerosolen is wel groter voor herpes simplex, voor N. meningitidis en voor andere respiratoire infecties zoals tbc. Geësoleerde gevallen van cutane tuberculose, herpes labialis, H. Pylori, N. gonorrhoeae, Salmonella en stafylokokken- en streptokokkeninfecties alsook van meningococcenmeningitis werden beschreven [21]. Overdracht van meningococcenmeningitis is een risico bij de reanimatie van een kind met meningitis. Hulpverleners betrokken bij een dergelijke reanimatie dienen profylactisch antibiotica - Rifampicine of Ciprofloxacine - te nemen.
Voornamelijk
omtrent de zeer
resistente tuberculosis bestaat bezorgdheid. Meestal wordt tbc enkel overgedragen na langdurig
contact zoals bij familieleden van patiënten. Transmissie naar hulpverleners kan
echter voorkomen bij de beademing
[21]. De grootte van dit risico is
niet gekend en blijft waarschijnlijk aan de lage kant. Draag de volledige
persoonlijke bescherming bij de reanimatie van een tbc-patiënt. Na
beademen van een tbc-patiënt kan de hulpverlener zich
dus best laten testen met de Mantoux-test, eventueel te herhalen na 12 weken. Bij
wie de test positief uitdraait moet een preventieve behandeling gestart worden.
Niettegenstaande het verwaarloosbare risico op overdracht van ziekten zijn slechts
weinig mensen bereid om CPR door te voeren in een noodsituatie. De meeste beroepen zich op
de angst om overdracht van AIDS
[21]. Velen zijn enkel bereid om
hartmassage zonder kunstmatige
beademing toe te passen. De hulpverlener dient hierin individueel zijn morele en ethische
standpunten in overweging te nemen. Is men niet bereid om het slachtoffer te
beademen, dan kan men
hartmassage zonder ventilatie
doorvoeren.
|