Bloed

Index
Bloed is het transportmiddel voor voedingsstoffen en
zuurstof vanuit de buitenwereld. Bovendien
zorgt het bloed voor het verwijderen van afvalstoffen uit de weefsels naar de
uitscheidingsorganen.
De cellen van het bloed worden aangemaakt in het beenmerg, meer specifiek in het merg van
platte beenderen zoals de ribben en het
borstbeen.
Bloed bestaat uit bloedlichaampjes opgelost in een vloeistof die men
plasma noemt.
Het grootste aantal bloedlichaampjes zijn rode bloedlichaampjes of
erythrocyten,
de witte bloedcellen of leucocyten zijn veel kleiner in aantal. De
bloedplaatjes of thrombocyten dragen bij tot de bloedstolling.
De belangrijkste functie van de 25 triljoen erythrocyten of
rode bloedlichaampjes is het transport van
zuurstof.
Erythrocyten dragen het pigment hemoglobine, een complex proteëne opgebouwd rond een
ijzeratoom. Dit hemoglobine draagt de zuurstofatomen en kan deze ook weer gemakkelijk
vrijstellen.
Rode bloedlichaampjes zijn kleiner dan witte bloedlichaampjes
en overleven 120 dagen. Om een constante hoeveelheid te behouden worden ze aangemaakt
aan een snelheid van ongeveer 8 miljoen erythrocyten per seconde.
Op erythrocyten bevinden
zich eiwitten of antigenen die ingedeeld worden in een A-groep en een B-groep.
Aldus bestaan er vier bloedgroepen: A, B, AB en O, bij de
voorlaatste zijn beide antigenen op de erythrocyten
aanwezig, bij de laatste zijn ze net allebei afwezig. Een tweede groep antigenen
noemt men de rhesusgroep, elke bloedgroep kan rhesus-positief of
rhesus-negatief zijn, respectievelijk naar aan- of afwezigheid van het
eiwit. Andere eiwitten aanwezig op de erythrocyten
zijn doorgaans minder belangrijk bij het
transfusiebeleid.
Onder de leucocyten of witte bloedcellen onderscheiden we verschillende
types met verschillende vorm en grootte. Ze zorgen allen voor de verdediging van het lichaam
tegen invaderende organismen. Als antwoord op een infectie worden ze in grote mate aangemaakt.
Bloedplaatjes of thrombocyten hebben een plaatjesvorm en triggeren bij
schade aan de bloedvatwand de stollingsmechanismen, samen met een aantal substanties in het
plasma.
Plasma is een gele vloeistof bestaande uit 90% water en zouten, glucose,
cholesterol, eiwitten en andere bestanddelen. De eiwitten of proteënen oefenen verschillende
belangrijke functies uit van transportmolecule voor voedingsstoffen tot antilichamen in de
onstekingsreactie.
|