Bloedsomloop


CPR\ Fysiologie \Bloedsomloop

Index



Functie van de bloedsomloop

Index


De bloedsomloop in het menselijk lichaam heeft volgende functies:

  • Transport van zuurstof van de longen naar de weefsels
  • Transport van koolstofdioxide ( CO2) vanuit de weefsels naar de longen
  • Transport van afvalstoffen vanuit de weefsels naar lever en nieren
  • Regulatie van de lichaamstemperatuur
Zuurstof en brandstof worden via de bloedsomloop verdeeld over ongeveer 300 triljoen cellen! Men definieert de longcirculatie als die bloedvaten die van en naar het longweefsel lopen, de bloedvaten naar de overige weefsels in het lichaam horen bij de systeemcirculatie

Bloedvaten

Index

Slagaders

Bloedvaten die het bloed vanuit het hart naar de weefsels vervoeren noemen we slagaders of arteriën. De pompende werking van het hart stuwt het bloed pulserend door deze bloedvaten. Indien een wonde gepaard gaat met een slagaderlijke bloeding zal het bloed pulserend uit de wonde stromen.

De belangrijkste slagader is de grote lichaamsslagader of aorta die vanuit het hart een bloeddebiet van ongeveer 6 liter per minuut vervoert. De aorta maakt een boog boven het hart een boog en loopt nadien achteraan in de borstkas naar de buikholte. Vanuit de aorta vertakken de arteriën naar de verschillende organen en weefsels waar ze vertakken in kleinere arteriolen en uiteindelijk overgaan in de haarvaten. Uit de aorta vertakken ook de kransslagaders die het hart zelf van zuurstof voorzien. 

Haarvaten

In de weefsels wordt zuurstof opgenomen om te verbruiken bij de verbrandingsprocessen. Deze verbranding genereert koolstofdioxide die terug aan het bloed wordt afgegeven. De overdracht van zuurstof en koolstofdioxide tussen weefsels en bloed gebeurd in de allerfijnste bloedvaatjes die we haarvaten ofcapillairen noemen. Terwijl de wand van de grotere bloedvaten is opgebouwd uit bindweefsel en spierweefsel bedekt door een dun laagje cellen, het endotheel, is de wand van de haarvaten enkel uit dit endotheel opgebouwd. De wand van de haarvaten is dus slechts ëën cellaag dik, het lumen van de vaatjes laat slechts ëën rode bloedcel per keer door. Door hun fijne structuur en hun groot aantal vertakkingen nemen de haarvaten een belangrijk uitwisselingsoppervlak in.
Bij oppervlakkige huidwonden merken we de bloeding uit de haarvaten aan het puntjesvormige karakter van de bloeding.

Aders

Vanuit de weefsels wordt het zuurstofarme bloed doorheen kleine en grotere aders of venen terug naar het hart gebracht. Twee grote lichaamsvenen monden uit in het hart: de bovenste holle ader of vena cava superior brengt bloed aan vanuit de bovenste lichaamshelft, de onderste holle ader of vena cava inferior brengt bloed aan vanuit de onderste lichaamshelft. Venen vervoeren bloed op niet-pulsatieve wijze naar het hart.

De wand van de venen is beduidend dunner dan de wand van de slagaders. Grotere venen hebben bovendien een systeem van interne kleppen om te voorkomen dat het bloed bij een rechtopstaand individu onder druk van de zwaartekracht in de verkeerde richting stroomt. Bovendien worden de venen door de spierkracht samengedrukt wat er toe bij draagt dat het bloed in de goede richting wordt voortgestuwd. Zonder kleppen in de venen zou het bloed opstapelen in de benen opstapelen wat aanleiding geeft tot voortdurend gezwollen benen.

Bij verwonding van een vene stroomt het bloed continu uit het bloedvat.

De longcirculatie

Zuurstofarm bloed komt toe in het rechter hartsysteem en wordt vanuit de rechter hartkamer naar de longen gepompt via de longslagader. De longslagader vertakt zich in twee takken, ëën slagader voor elke long. In de longen vertakken de bloedvaten zich opnieuw in een zeer uitgebreid vaatsysteem van kleine haarvaatjes.
Ter hoogte van deze longhaarvaatjes of longcapillairen wordt koolstofdioxide afgegeven aan de lucht en wordt het bloed geladen met verse zuurstof. Het zuurstofrijke bloed zal via de longaders naar het linker hart worden gebracht, vanwaar het via de aorta naar het hele lichaam wordt verdeeld.

De bloeddruk in de longcirculatie is ongeveer een zesde van de bloeddruk in de systeemcirculatie, de wand van de longslagaders en longaders zijn nog veel dunner dan de wand van de slagaders en aders in de rest van het lichaam.


Het hart

Index

Ligging van het hart in de thorax

Een volwassen hart heeft ongeveer de grootte van twee gesloten vuisten. Het is gelegen centraal in de thorax of borstkasholte tussen de linker en de rechter long. Het hart bevindt zich achter het borstbeen of sternum en vóór de wervelzuil – bij hartmassage maken we van deze ligging gebruik om het hart leeg te duwen tussen beide beenderen. Tweederde van het hart ligt links van het borstbeen, ëën derde rechts ervan. De voorzijde, achter het sternum, wordt bijna volledig ingenomen door het rechter ventrikel, de onderboord van het rechter ventrikel ligt net onder de junctie van het sternum met het xyphoid. De punt van het hart wijst naar de linker zijde. Bovenaan vernauwt het rechter ventrikel ter hoogte van de overgang met de arteria pulmonalis.

Plaatsen we een hand op de borstkas dan voelen we de hartslag aan de linkerzijde van de ribbenkooi gezien de linker onderste helft van het hart wat naar voor gericht is en daar dicht tegen de huid aanligt. Het voorste oppervlak van het hart, gelegen achter het sternum, wordt voornamelijk ingenomen door het rechter ventrikel.

Hartkamers

Het hart bestaat uit een linker en een rechter helft, beide helften zijn in principe volledig van elkaar gescheiden en staan in serie ten opzichte van elkaar. De linker en rechter hartkamers zijn van elkaar gescheiden door een spierwand die men het septum noemt. De kamers zelf zijn opgebouwd uit speciaal spierweefsel, het hartspierweefsel of myocard dat ritmisch samentrekt onder stimulatie van elektrische impulsen. Het linker hart ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen en pompt dit door via de aorta naar alle weefsels in het lichaam. Het rechter hart ontvangt zuurstofarm bloed uit de weefsels en transporteert dit via de longslagader naar de longcapillairen.
Elke harthelft bestaat op zijn beurt uit een voorkamer of atrium en een kamer of ventrikel. De voorkamers vormen een bloedreservoir en helpen de kamers beter te vullen. Indien de voorkamers onvoldoende meewerken kan het hart zich weliswaar nog leegpompen via de ventrikels, de werking van het hart zal echter minder efficiënt verlopen met eventueel een lage bloeddruk tot gevolg.

Gedurende de levensloop van een mens pompt het hart voldoende bloed rond om 3.3 supertankers te vullen! Tijdens een inspanning levert het hart bovendien nog tien maal zoveel arbeid... Op een jaar tijd klopt het hart ongeveer 3 miljoen keer. Zo heeft het hart van een 70-jarige persoon reeds meer dan 2.5 biljoen keren samengetrokken. De energie die een hart in vijftig jaar tijd spendeert is voldoende om een gevechtsschip uit het water te heffen.

Hartkleppen

Het bloed in het hart stroomt enkel in ëën richting dankzij de aanwezigheid van kleppen. Elke klep sluit een kamer van het hart op het geschikte ogenblik in de hartcyclus. Tijdens de contractie van de betrokken kamer opent de hartklep om bloed uit de kamer te laten stromen. Na de contractie sluit de hartklep, tijdens de relaxatie van de betrokken hartkamer kan het hart zich maar in ëën richting vullen. De kleppen zorgen bovendien voor het drukverschil tussen de linker en de rechter harthelften.
De verschillende hartkleppen lijken qua structuur sterk op elkaar. De twee kleppen die de ventrikels van de circulatie scheiden noemt men naar hun vorm halfmaanvormige of semilunaire kleppen. Tussen het rechter ventrikel en de longslagader ligt de pulmonaalklep. Deze bestaat uit drie klepbladen die vrij openen wanneer het rechter ventrikel samentrekt en bloed in de longbloedvaten wordt geëjecteerd. Bij relaxatie van het rechter ventrikel sluit deze klep weer. De tweede semilunaire klep, de aortaklep, ligt tussen het linker ventrikel en de aorta. De aortaklep heeft eveneens drie klepbladen en opent zich wanneer het linker ventrikel het bloed in de aorta pompt. Na relaxatie van het linker ventrikel zal de aortaklep onder de druk in de aorta sluiten.

Tussen atria en ventrikels liggen de atrioventriculaire kleppen. Deze kleppen zijn door middel van dunne maar stevige fibreuze koorden, de chordae tendineae, aan de ventrikelwand bevestigd. Bij contractie van de ventrikels zullen kleine spieren in de wand, de papillairspieren, deze chordae aantrekken en zo voorkomen dat de atrioventriculaire kleppen te ver naar achteren worden getrokken.
De klep tussen het linker ventrikel en het linker atrium heeft de vorm van een mijter. Hierom noemt men deze klep de mitralisklep. De corresponderende klep tussen het rechter atrium en het rechter ventrikel noemt men de tricuspiedklep omwille van de aanwezigheid van drie klepbladen en de dunnere vorm.

De vliezen om het hart

Langs de binnenzijde wordt het hart afgeboord door een beschermende laag cellen die samen een gladde membraan vormen, het endocard genaamd. Langs de buitenzijde bevindt het hart zich in een fibreuze zak opgebouwd uit twee lagen, dit is het pericard. De binnenste laag van het pericard is vastgehecht aan de hartspier en heet het visceraal pericard terwijl de buitenste laag, het pariëtaal pericard, verbonden is met ligamenten aan de wervelzuil, het middenrif en andere structuren in het lichaam, waardoor het hart stevig op zijn plaats wordt gehouden. Deze twee lagen van het pericard zijn van elkaar gescheiden door een dunne film van vocht die zorgt dat het hart vrij kan bewegen in het pericard.

Het geleidingssysteem

HartgeleidingHet hartritme wordt bepaald door elektrische impulsen die ontstaan in de cellen van de hartspier en via een netwerk van gespecialiseerde vezels verder geleid worden.
De impuls ontstaat in de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker van het hart. Elke hartspiercel kan in principe als pacemaker fungeren, in een normaal werkend hart ontstaan de impulsen echter in de sinusknoop. Valt deze uit dan kan een ander deel van het geleidingssysteem de taak van pacemaker overnemen.
De impulsen worden over de twee atria voortgeleid langs de spiercellen tot aan de atrioventriculaire knoop gelegen op de verbinding tussen het linker en het rechter hart, net waar beide atria en ventrikels samen komen.
Vanuit deze knoop wordt de elektrische impuls verder geleid over de bundel van His en de bundeltakken - ëën per ventrikel - waarna de vezels van Purkinje de elektrische impuls tot aan de cellen brengen.

De stroom doorheen het hart is kleiner dan een miljoenste van een Ampëre doch sterk genoeg om de hartspier te stimuleren.

De hartcyclus

Inleiding

De ritmische contractie en relaxatie van het hart gecoërdineerd door de elektrische activiteit noemt men de hartcyclus. In deze hartcyclus onderscheiden we twee fasen: de diastole is de relaxatiefase en duurt ongeveer tweederde van de cyclus. Tijdens deze periode zijn de ventrikels ontspannen. De systole is de fase waarin het bloed geëjecteerd wordt uit de ventrikels in de bloedvaten. Deze fase duurt een derde van de hartcyclus.

Systole

Tijdens de systole of contractiefase van het hart zullen eerst de voorkamers of atria contraheren en het bloed in de ventrikels pompen. In rust draagt deze atriale kick bij tot 10% van het totale ventriculaire volume, tijdens een inspanning neemt het belang van de atriale kick toe tot eventueel 40%. Na de atriale contracie volgt een relaxatie van de voorkamers, waarbij de druk in de atria lager is dan in de ventrikels. De relatief hoge druk in de ventrikels veroorzaakt een sluiting van de atrioventriculaire klep om terugvloei van bloed in de voorkamers te vermijden. Nadien trekken de ventrikels samen waardoor bloed doorheen de semilunaire kleppen in de systeem- en de longcirculatie gepompt wordt. Tijdens de systole stijgt de druk in de ventrikels van minder dan 5mmHg tot een piekwaarde van 120mmHg. Eens het merendeel van het bloed is uitgestort in de aorta, daalt de druk in de ventrikels opnieuw tot de startwaarde waardoor de atrioventriculaire kleppen weer kunnen openen.

Diastole

Tijdens de diastole ontspannen de ventrikels waardoor de druk daalt tot lager dan 5mmHg. De tricuspiedklep en de mitralisklep zijn open, bloed vloeit passief vanuit de atria in de ventrikels. Laat in de diastole genereert de sinusknoop een impuls die ervoor zorgt dat de atria samentrekken. Het instromende bloed zorgt nu voor een lichte toename van de intraventriculaire druk. Aan het einde van de diastole zal de elektrische impuls de ventrikels bereikt hebben waardoor ook deze gaan samentrekken. 

Een volledige hartcyclus neemt ongeveer ëën seconde in beslag. Bij een gezonde volwassene vuurt de pacemaker van het hart ongeveer 70 keer per minuut een impuls af waardoor het hart ongeveer 70 keer per minuut de hartcyclus doorloopt. Athleten hebben een groter en sterker hart waardoor het hart trager kan pompen dan bij andere volwassenen. Algemeen geldt dat hoe beter de fysieke conditie, hoe trager het hartritme in rust. Sommige getrainde atleten hebben probleemloos een hartritme van 35 per minuut terwijl dit hartritme bij ouderen reeds aanleiding zou geven tot bewustzijnsverlies.


De kransslagaders

Index

Het hart zelf is een goed getrainde spier die onophoudelijk levenslang aan een ritme van ongeveer 70 slagen minuut het bloed door het lichaam pompt. Bij het verwezenlijken van deze immense inspanning verbruikt het hart zelf eveneens veel zuurstof en energie, aangevoerd via het eigen bloedvatensysteem dat bestaat uit bloedvaatjes die als een krans of kroon rond het hart zijn gewonden. We noemen deze bloedvaatjes de kransslagaders, kroonslagaders of coronairen.
Er zijn twee coronairen: de linker en de rechter arteria coronaris. Beide coronairen takken af van de grote lichaamsslagader of aorta, net boven de aortaklep. Nadien winden ze zich rond het hart in een groeve langs de buitenzijde en vertakken ze in een aantal kleinere bloedvaten en haarvaten om uiteindelijk de hartspiervezels van zuurstof en energie te voorzien. Is zuurstof geleverd aan de hartspier en koolstofdioxide opgenomen in het bloed, dan vloeit dit veneuze bloed via de coronaire venen naar de rechter voorkamer of rechter atrium waar het gemengd wordt met het veneuze bloed afkomstig uit het lichaam.

Het hart knijpt eigenlijk met haar krachtige spiervezels tijdens elke contractie haar eigen bloedvaatjes dicht. Het is dus voornamelijk wanneer de hartspier zich ontspant dat de coronairen open staan, voornamelijk tijdens de relaxatiefase van het hart kan het zuurstofrijke bloed de hartspier bereiken en van zuurstof voorzien. Werkt het hart harder krachtiger dan gewoonlijk, dan zijn de coronairen in staat om zich meer open te zetten waardoor de bloedtoevoer naar het hart opgedreven wordt. Tijdens extreme fysieke inspanning kan de stroom doorheen de kransslagaders zelfs tot vijfmaal toenemen, een zeer noodzakelijk en efficiënt mechanisme bij personen in goede fysieke conditie.
Verhinderen bloedklonters of verkalking de doorgang doorheen de kroonslagaders dan zal de hartspier tijdelijk - tijdens een inspanning - of definitief - ook in rust - zuurstoftekort ondervinden. Er ontstaat pijn op de borst of angor pectoris, waarbij een deel van de hartspier dreigt af te sterven. Dit noemt men een hartinfarct.


Regulatie van de circulatie

Index

Als antwoord op veranderingen in het lichaam zal het zenuwstelsel opdrachten geven aan de verschillende organen.
Indien de receptoren in de bloedvaten een dalign van het zuurstofgehalte of een toename van het koolstofdioxide detecteren, zullen de hersenen het ademhalingsstelsel de opdracht geven om de snelheid en de diepte van de ademhaling te vergroten. Tegelijkertijd geven de hersenen impulsendoor aan het hart om het hartritme te versnellen en de bloedvaten te laten samentrekken. Hierdoor wordt de bloedtoevoer naar de belangrijke weefsels hersteld.

Deze boodschappen worden vanuit de hersenen naar het cardiovasculair systeem overgedragen door middel van chemische stoffen die men neurotransmitters noemt. Dit zijn stoffen die tussen de cellen circuleren en een antwoord ter hoogte van een doelorgaan uitlokken. Een belangrijke neurotransmitter is noradrenaline, een substantie gelijkend op adrenaline. Noradrenaline laat het hartritme versnellen en de kracht van de hartcontracties vergroten. Bij een angstig individu zal meer adrenaline worden vrijgesteld en wordt meer bloed uit het hart wordt weggepompt naar de spieren. Hierdoor is het lichaam beter in staat om aangepast te reageren op een mogelijk gevaar, een reactie die men de fight, flight, fright reactie. Andere neurotransmitters zoals acetylcholine vertragen dan weer het hartritme.

CPR\ Fysiologie \Bloedsomloop


Bart Massaer