Hartfalen

Index



Index

Epidemiologie


Multipele studies toonden duidelijk aan dat de mortaliteit van hartfalen de laatste jaren is afgenomen. Anderzijds kon men geen dalign in het aantal overlijdens vaststellen, wat erop wijst dat het overlijden ten gevolge van hartfalen door de moderne therapie eerder wordt uitgesteld dan voorkomen.
Hartfalen is immers een klinisch syndroom met verschillende oorzaken. Niet elke patiënt uit de groep vertoont een slecht contraherend ventrikel of een lage ejectiefractie. Vele patiënten lijden aan een ongecorrigeerd kleplijden zoals een aortastenose of mitralisregurgitatie, of aan een abnormale vulling welke leidt tot diastolisch hartfalen. Heel wat van de patiënten met hartfalen zijn oudere patiënten en kampen met arteriële hypertensie. Bovendien lijdt de meerderheid van de patiënten minstens aan ëën andere ziekte.

Niettegenstaande hartfalen een belangrijk gezondheidsprobleem omvat, bestaan er geen screeningsprogrammaës om de aandoening in een vroeg stadium op te sporen. Nochtans is hartfalen te voorkomen via reductie van de bloeddruk en andere cardiovasculaire risicofactoren.


Index

Fysiopathologie


Indeling

De American College of Cardiology en de American Heart Association spreken van vier stadia bij de evolutie van hartfalen:

  • Stadium A: Hoog risico op het ontwikkelen van hartfalen zonder aantoonbare structurele abnormaliteiten                
  • Stadium B: Structurele abnormaliteiten zonder symptomen van hartfalen              
  • Stadium C: Structurele abnormaliteiten met huidige of voorafgaande symptomen               
  • Stadium D: Hartfalen refractair aan de standaard behandeling of symptomen die hiermee gepaard gaan

Fysiopathologische modellen

Hartfalen kan bij een gegeven patiënt de verschillende stadia achtereenvolgens doorlopen, de evolutie is echter niet omkeerbaar. Dit in tegenstelling tot de indeling volgens de New York Heart Assodiation waarbij de behandeling kan leiden tot een reductie in symptomen.

Traditioneel beschouwt men hartfalen als een geheel van tekenen en symptomen welke veroorzaakt worden door inadequate werking van het hart. Heden ten dage beschouwt men echter ook de structurele, functionele en biologische veranderingen welke aanleiding geven tot de natuurlijke evolutie van hartfalen. Zo kan men de therapie met beta-blokkers verklaren in verband met het onderdrukken van de orthosympathicus. Deze zorgt immers voor een toegenomen vrijstelling van renine en andere vasoactieve substanties, welke vasoconstrictie triggeren, een tachycardie uitlokken en de myocyten dermate veranderen dat een nadelige ventriculaire dilatatie ontstaat.
Verscheidene modellen welke het principe van hartfalen verklaren, worden nu eerder gecombineerd. Het hemodynamisch model legt de nadruk op een gewijzigde load die het hart wordt opgelegd. Dit model verklaart het gebruik van vasodilatoren en inotropica
Het neurohumoraal model erkent het belang van de activatie van de renine-angiotensine-aldosteronas en van het orthosympathisch stelsel in de progressie van de cardiale dysfunctie. Inspanningen om het effect van noradrenaline en angiotensine II te onderdrukken worden nu op andere wijze beproefd gezien de ontdekking dat deze en andere vasoactieve substanties ook in de cardiale myocyten worden geproduceerd.
Gezien geen enkel alleenstaand model het gebeuren van hartfalen kan verklaren, richt men zich met de therapie tot meer dan ëën orgaansysteem.

Ventriculaire remodelling

Naast de toename van circulerende neurohormonen zien we bij een hartfalen tevens een ventriculaire remodelling. Onder remodelling van het linker ventrikel verstaan we het proces waarbij mechanische, neurohumorale en mogelijk genetische factoren de vorm, grootte en vermoedelijk ook de functie van het linker ventrikel wijzigen. Remodelling komt voor bij meerdere klinische toestanden zoals bij myocardinfarct, cardiopmyopathie, hypertensie en kleplijden. Het omvat voornamelijk hypertrofie van het hart, verlies aan myocyten en een toegenomen interstitiële fibrose.
Bij bijvoorbeeld een myocardinfarct zien we een acuut verlies van myocardcellen niet alleen in het gebied van het infarct doch ook op afstand. Het remodelleren leidt tot dilatatie en een wijziging van de vorm naar een meer sferisch ventrikel. Remodelleren ontstaat tot weken na het initiëel insult, de vormverandering van het ventrikel is bovendien nefast voor de globale hartfunctie. Bij cardiomyopathie ontstaat het proces van dilatatie en hypertrofie zonder voorafgaande infarcering van het hartspierweefsel.


Index

Behandeling


Bij patiënten met linker ventrikeldysfunctie ten gevolge van acuut myocardinfarct vormen A.C.E-inhibitoren en bëta-blokkers de standaardbehandeling.

Blokkade van het aldosteron

Blokkade van het aldosteron reduceert het aantal overlijdens ten gevolge van plotse hartdood bij acuut hartfalen (8), bovenop het gebruik van een A.C.E.-inhibitor. Blokkade van het aldosteron voorkomt tevens het ventriculaire remodelleren alsook de collageenvorming bij patiënten met linker ventrikeldysfunctie na een acuut myocardinfarct. 
Men kent reeds jaren de effecten van aldosteronblokkade op het plasmavolume en de electrolytenexcretie. Andere neurohumorale mechanismen kunnen echter eveneens een grote rol spelen. Blokkade van het aldosteron reduceert in dierexperimenten de coronaire inflammatie en het daarop volgende risico op interstitiële fibrose. Tevens vermindert de oxidatieve stress, verbetert de endotheliale functie en wordt plaatjesaggregatie voorkomen.
De blokkade van het aldosteron verhoogt wel significant de kaliëmie.
De rol van adosteronblokkade wat betreft het reduceren van de mortaliteit is echter nog niet duidelijk aangetoond.


Index




Pagina laatst aangepast op 29.09.2008