Echocardiografie


Index



Inleiding echocardiografie

Index

Bij een plote hartstilstand is de onderliggende etiologie niet steeds onmiddellijk duidelijk. Toch is het belangrijk om onderliggende pathologie zoals een harttamponnade, een ruptuur van het myocard of een longembool onmiddellijk te herkennen en te behandelen. Een elektrocardiogram geeft belangrijke informatie omtrent de elektrische activiteit van het hart, maar maakt geenszins een beoordeling mogelijk van het reële hartdebiet.

De echocardiografie is een niet-invasieve techniek waarmee de contractiliteit van het hart, de vullingsstatus en de functie van de hartkleppen kan beoordeeld worden. Ook niet-radiologen kunnen door gebruik te maken van de techniek van echocardiografie, op een adequate manier de ejectiefractie en de mate van myocarddysfunctie inschatten. Een echocardiografisch bewezen asystolie is bovendien een prognostisch belangrijke parameter.


Transthoracale echocardiografie

Index

Klassiek wordt gebruik gemaakt van de transthoracale echocardiografie. Een aantal factoren maken echter tijdens de reanimatie de beeldkwaliteit of de toegankelijkheid moeilijk.


Transoesophagale echocardiografie

Index

Om de beperkingen van de transthoracale echocardiografie te overbruggen, kan een transoesophagale echocardiografie uitgevoerd worden. Hierbij wordt de probe in de oesophagus geplaatst, een ideale positie voor visualisatie van het hart en het mediastinum. De beeldvorming van de hartkamers is kwalitatief beter terwijl de techniek minder gevoelig is aan storing door subcutane lucht, aan emfyseem en aan andere factoren die de transthoracale benadering negatief beïnvloeden. TTE laat toe om de diastolische functie van het hart te evalueren en om intracardiale massa's op te sporen. Ook hartkleppen kunnen nauwkeuriger bestudeerd worden met aandacht voor klepdysfuncties of vegetaties. De techniek wint nu aan populariteit tijdens anesthesie omwille van de mogelijkheid tot continue monitoring, de beperkte invasiviteit en de hoge kwaliteit. Eens geïntroduceerd, kan de TTE-probe ter plaatse blijven tijdens de reanimatie, met bijkomende beoordeling van de kwaliteit van de hartmassage en evaluatie van het succes van cardioversie, zonder langdurig onderbreken van de hartmassage. Nadeel is de hogere kostprijs van de transducer en de ietwat grotere invasiviteit. Het gebruik van TEE vereist bijkomende training en vaardigheden.


Bart Massaer