Inleiding elektrocardiogram |
|
Het elektrocardiogram (EKG) registreert de elektrische potentialen die gegenereerd worden door de myocardcellen. Het routinematig gebruik bij kritisch zieke patiënten laat toe om informatie te verzamelen over het hartritme en over de aanwezigheid van myocardiale ischemie, aritmieën, geleidingsstoornissen, pacemakerdysfuncties en acute stoornissen in het plasmakalium en calcium.
Techniek elektrocardiogram |
Bij een reanimatie wordt het elektrocardiogram afgenomen met behulp van ëën of drie standaardafleidingen via elektroden aan de rechterarm, de linkerarm en het linkerbeen. Hiermee bekom je een afleiding equivalent aan de standaardafleiding II van het 12-afleidingen EKG. De elektrische as van afleiding II loopt parallel met de atria en geeft de grootste p-golven weer. Met deze afleiding registreer je ritmestoornissen en ischemie in het inferiorgebied. Wanneer de aandacht van de hulpverlener afgeleid wordt door omstandigheden, is het raadzaam om het auditief signaal van de monitor luider in te stellen.
De Europese
standaardcode voor deze afleidingen is respectievelijk rood
(rechterarm), geel (linkerarm) en groen (linkerbeen). Jammer genoeg
houden niet alle firmaës zich aan deze standaarden. Als alternatief kan
je de electroden ook plaatsen op het manubrium sterni, de
linkerschouder en de apex. Dit noemt men CMS en deze techniek zou het
ST-segment beter demonstreren, waardoor het een betere indicatie geeft
van myocardiale ischemie.
Om ook ischemie te detecteren in de voorwand en de laterale wand, heb je nood aan een EKG met 12 afleidingen: afleiding V5 geeft deze pathologie best weer. Om ST-segmenten juist te kunnen interpreteren, moet het elektricardiogram zo gestandaardiseerd zijn dat een afwijking van 0.1mV een deflectie van 10mm op de monitor veroorzaakt. Nieuwere elektrocardiografische toestellen analyseren continu het EKG op ST-afwijkingen. Een ST-depressie dieper dan 1mm, voornamelijk in combinatie met inversie van de T-golf, is indicatief voor cardiale ischemie. ST-segment elevatie met piekende T-golven weerspiegelt eveneens ischemie.
Merk op dat een registratie van het elektrocardiogram op zich onvoldoende is om de orgaanperfusie te evalueren. Het EKG geeft immers geen informatie geeft over de cardiac output. Zo kan er zich een situatie voordoen waarbij virtueel de elektrische geleiding over het hart normaal verloopt, terwijl er geen contractie van de hartspiercellen aanwezig is: de polsloze electrische activiteit. Gebruik het elektrocardiogram dan ook steeds in combinatie met een toestel dat meer informatie geeft over het hartdebiet.
Nadelen elektrocardiogram |
|
Vermits de gemeten potentialen zeer klein zijn, ontstaan vaak artefacten op het elektrocardiogram ten gevolge van bewegingen van de patiënt of de EKG-kabels, door coagulatietoestellen of door fout geplaatste elektroden. Bij de registratie van het hartritme kan de monitor eveneens belangrijke fouten maken: artefacten worden soms aan de telling toegevoegd. De monitor verdubbelt bijvoorbeeld het hartritme bij grote T-golven of bij een groot pq-interval. Ook counterpulsaties door een IABP-pomp geven aanleiding tot een foutieve telling van het hartritme.