|
Index
Anafylaxie kent in de wetenschap verschillende
definities. Een exacte definitie is voor de urgente behandeling evenwel van
minder belang
[68].
Volgende brede definitie wordt vooropgesteld:
Anafylaxie is een ernstige, levensbedreigende, veralgemeende of
systemische overgevoeligheidsreactie die gekenmerkt wordt door het snel ontstaan
van levensbedreigende luchtweg- en ademhalingsproblemen of problemen met de
circulatie. Anafylaxie gaat meestal gepaard met veranderingen ter hoogte van de
huid en de mucosae.
De overgevoeligheidsreactie berust op een IgE of IgG4-geënduceerde vrijstelling van mediatoren uit de mastcellen of de basofielen.
De term anafylaxie wordt vaak verward met de term anafylactoëde
reacties. Een anafylactoëde reactie wordt niet gemedieerd door het IgE, niettegenstaande
gelijkaardige klinische kenmerken. Gezien de identieke
kliniek en behandeling is dit verschil in de
praktijk echter niet belangrijk.
|
|
 |
Anafylaxie wordt vaak miskend waardoor de exacte incidentie onbekend blijft. Een
studie in de U.K. uitgevoerd in 2005 geeft een prevalentie van 75.5 per 100.000
weer
[68].
Wel is duidelijk dat er een grote
toename is in het aantal gevallen per jaar. In Zweden bijvoorbeeld verdubbelde het
aantal gevallen van anafylaxie over een periode van 12 jaar. Deze toename wordt toegeschreven aan de
polyfarmacie en aan de Westerse levensstijl. Er is immers duidelijk aangetoond dat de
aanwezigheid van micro-organismen in de darm een belangrijke rol speelt bij de vorming van de
immuniteit. De vermindering van het aantal micro-organismen zorgt dan ook voor een slechte
functie van het afweersysteem van het lichaam.
De globale prognose van anafylaxie is goed, met een mortaliteit van
1% in de meeste studies
[68]. Het
risico op overlijden is groter bij patiënten met voorafbestaand astma,
voornamelijk indien het astma slecht medicamenteus gecontroleerd is. Het risico
op terugkerende anafylaxie na een voorafgaand insult is wel vrij groot.
|
|
|
- Insectensteken: voornamelijk wespen en bijen. Patiënten die eenmalig reageren op een insectensteek lopen
35 tot 60% kans op reactie bij een volgende steek.
- Sommige voedingswaren zoals noten, melk, bananen, eieren, vis en
schaaldieren. Bijzonder gevaarlijk zijn de allergische reacties op
pindanoten
[34].
- Farmaca:
- Antibiotica (penicilline en bëta-lactamantibiotica)
- Spierrelaxantia: suxamethonium, vecuronium, atracurium
- Volume-expanders (Dextrane en gelatines)
- Propofol
- Thiopental
- Vaccins
- Ace-inhibitoren
|
- Aspirine en NSAID
- Protamine
- Ethyleendioxide (sterilisatiemateriaal)
- Methylmetacrylaat (botcement)
- Locale Anesthetica (zelden)
- Opioiden
- Vitamine K
|
- Intraveneuze contrastmiddelen: voornamelijk geënoniseerde
contrastmiddelen, minder technetium en fluorescine
- Latex
- Inspanningsgebonden anafylaxie
- Idiopatisch
|
|
 |
Atopie
Atopie is een erfelijke predispositie om IgE te produceren tegen allergenen uit
de omgeving. Een snellere loslating door degranulatie van de basofielen zou aan de basis liggen.
Atopische mensen vertonen vaak een combinatie van:
- Astma
- Voedselallergie
- Atopische dermatitis
Voornamelijk bij mucosaal contact ontwikkelt zich een allergische reactie. Deze mensen zullen
dus eerder anafylaxie vertonen bij een peroraal contact met het allergeen. De
incidentie van allergie voor latex, radiocontrast en de
idiopathische anafylaxie is hoger.
Bij atopici dient men rekening te houden met een disfunctie van het autonoom
zenuwstelsel, waardoor de behandeling van de hypotensie moeilijker
verloopt.
Leeftijd en geslacht
Volwassenen zijn gevoeliger voor allergie aan contrastmiddelen, plasmaexpanders,
anesthetica en hymenoptera. Men weet niet of deze grotere gevoeligheid wordt veroorzaakt door
meer expositie of door een grotere sensitiviteit.
Vrouwen zijn vaker allergisch aan intraveneuze spierrelaxantia, latex en
aspirines. Men denkt dat dit veroorzaakt wordt door een grotere expositie, gezien er meer
vrouwen actief zijn in de zorgensector. Intraveneuze spierrelaxantia bevatten een quaternair
ammonium dat ook voorkomt in vele cosmetica.
De toedieningsweg
Theoretisch kan elke toedieningsweg leiden tot een anafylactische reactie. In de
praktijk zal echter een intraveneuze toediening frequenter en
sneller aanleiding geven tot anafylaxie. De reactie na een intraveneuze
toediening zal tevens heviger zijn.
Wijze en tijdstip van toediening
Indien men de behandeling tijdelijk onderbreekt ontstaat een predispositie voor de
allergie. Bijvoorbeeld bij de zwangerschapsdiabetes die intermitent behandeld wordt met
insuline ontstaat na herstarten van de insuline een groter risico op anafylaxie.
Tijdstip van de laatste reactie
Indien sedert lange tijd zich geen reactie meer voordeed, is de
kans op herhalign van de allergische reactie kleiner. Vermoedelijk daalt de IgE synthese door
minder expositie aan het allergeen.
Pathofysiologie anafylaxie
Ten gevolge van een toename van het IgE of door een directe inwerking van
histamine zullen de mastcellen en basofielen degranuleren en mediatoren
zoals histamine, prostaglandines, thromboxanen, bradykinine en leucotriënen
loslaten. Deze mediatoren veroorzaken de verschillende symptomen van
een allergische reactie en van anafylaxie. Voornamelijk
histamine
speelt door activatie van de H1- en H2-receptoren een belangrijke rol in
de pathofysiologie. Er ontstaat een luchtwegenoedeem, een bronchospasme en
een ernstig volumetekort door shift van het vocht van intravasculair naar
extravasculair. In tien minuten tijd kan tot 40% van het intravasculair volume migreren,
met shock tot gevolg. Ter compensatie produceert het lichaam
cathecholamines en zet het angiotensine I om tot angiotensine II via het
Angiotensine Converting Enzyme. Hierdoor neemt de
totale perifere weerstand sterk toe.
Ook een activatie van het complementsysteem en van de stollingscascade
veroorzaken de allergische reactie.
Tevens kunnen alternatieve pathways een invloed hebben op de allergische reactie. Bij
de allergie voor NSAID bijvoorbeeld, zal een abnormaal arachidonzuurmetabolisme meer
NSAID omzetten via de lipoxygenase-pathway, waardoor meer leucotriënes gevormd worden. Deze
reactie is klinisch niet te onderscheiden van de reactie gemedieerd door IgE.
Uit de mastcellen worden bovendien chemotactische mediatoren vrijgesteld, welke
de inflammatoire cellen aantrekken die na de acute episode een
tweede activatie van de
allergische reactie veroorzaken.
|
 |
Volgende symptomen komen voor in volgorde van frequentie:
- Algemeen onwel gevoel
- Luchtwegproblemen met zwelling van de
keel en de tong. Heesheid kan voorkomen, net als stridor. Dyspnoe en wheezing zijn in 10% der gevallen de enige
manifestatie van de allergische reactie.
Hypoxie en cyanose ontstaan wanneer de patiënt uitgeput raakt. vóór de intubatie merkt
men dit soms door een moeilijke
ballonbeademing
-
Circulatoire problemen met hypotensie die aanleiding geeft tot duizeligheid en syncope.
Er zijn tekenen van
shock met een snelle pols en een bleke klamme huid.
Bradycardie is
meestal een laattijdig teken. Plots rechtkomen of rechtzitten kan aanleiding
geven tot een circulatoire collaps. Myocardischemie kan voorkomen met
veranderingen op het elektrocardiogram bij mensen met vooraf normale
coronairen. Uiteindelijk is er risico op een
hartstilstand.
- Gedaald bewustzijn, agitatie en verwardheid
tot bewusteloosheid
- Urticaria en angiooedeem
zijn aanwezig in 80% van de gevallen.De huidmanifestaties variëren
van subtiel tot dramatisch, van erytheem tot uitgebreide rash. Urticaria
komt voor overal op het lichaam, met een roze wheal en variërend van vorm.
Angio-oedema is gelijkaardig aan urticaria doch betrekt de diepere weefsels,
oogleden en lippen.
- Gastroëntestinaal heeft de patiënt soms last van braken,
diarree of van
een krampachtige abdominale pijn
- Rhinitis, hoofdpijn, substernale pijn, pruritus en rash
kunnen voorkomen
Na voedselinname ontstaat een
respiratoir
arrest meestal na 30 tot 35 minuten, niettegenstaande een
onmiddellijke reactie ook kan optreden. Insektensteken geven een collaps na
10 tot 15 minuten terwijl na toediening van intraveneuze farmaca de patiënt
collabeert binnen de vijf mintuten. Hoe sneller het ontstaan van de
symptomen, hoe ernstiger de reactie! Een overlijden komt nooit meer voor 6
uur na de trigger.
De cardiale symptomen kunnen zeer ernstig zijn. Ten gevolge van de hypotensie ontstaat
een compensatoire tachycardie. Toch kan ook een ernstige
bradycardie optreden, wat men aanduidt als de Bezold-Jarisch
reflex welke ontstaat door een prikkeling van sensorische receptoren in de
inferoposterieure wand van het linker ventrikel. Deze receptoren worden geactiveerd ten
gevolge van de ontstane ischemie. De hypoxie vergroot de cardiale depressie en de hypotensie, welke over meerdere dagen
kan aanhouden. Het coronair vasospasme kan leiden tot een
acuut myocardinfarct wat te zien is op het elektrocardiogram of door de
stijging van de hartenzymen.
Na een schijnbare verbetering van de symptomen kan zich een tweede reactie
voordoen door een activatie van de inflammatoire cellen die werden aangetrokken door de
chemotactische mediatoren vrijgesteld uit de basofielen. Ook door een continue vrijstelling van
histamine en tryptase kunnen op een later tijdstip nog symptomen optreden. Men spreekt van
een bifasische anafylaxie die niet mag onderschat worden: overlijden ten gevolge van
de laattijdige reactie komt voor!
Tijdens het acuut gebeuren dient men snel een differentiaaldiagnose te maken om de
juiste behandeling in te stellen.
Een anafylactische reactie is waarschijnlijk
indien een patiënt na blootstelling aan een trigger plots
levensbedreigende symptomen ontwikkelt ter hoogte van de ademhaling en
de circulatie, meestal geassocieerd met huid- en mucosale veranderingen.
De reactie treedt meestal onverwacht op. Helaas worden, door de
breedheid van de symptomen, veel anafylactische reacties miskend of fout
behandeld. Anderzijds worden huidmanifestaties, vagale reacties of
hyperventilatiesyndromen soms verward met anafylaxie
[68].
Voornamelijk bij kinderen doen zich wel eens diagnostische problemen voor.
Richtlijnen voor de behandeling van anafylactische reacties moeten daarom
rekening houden met onvermijdbare inherente diagnostische fouten
[68].
Een anafylactische reactie is waarschijnlijk indien aan volgende drie criteria
voldaan is:
-
Plots ontstaan en snelle progressie van
de symptomen
-
Levensbedreigende luchtweg of ademhalings-
of circulatoire problemen
-
Huid- en mucosale symptomen zoals
flushing, urticaria en angio-oedeem
|
De
diagnose wordt ondersteund indien er een blootstelling was aan een gekend
allergeen. Merk op dat alleenstaande huid- en mucosale geen teken zijn van een
anafylactische reactie. Bij 20% van de anafylactische reacties zijn de
huidreacties bovendien heel discreet
[68]. Een
anafylactische reactie wordt vaak verward met:
- De vagale reactie
- Eerder bleek, zwakte, hypotensie, zweten, nausea, soms braken
- Bijna steeds bradycardie
- Geen urticaria, angiooedeem, flush of andere dermale symptomen
- Levensbedreigend astma komt vaak voor bij kinderen
- Andere vormen van shock
Vaak gemakkelijk te onderscheiden van anafylaxie. Bij kinderen
aandachtig zijn voor
septische
shock met purpura. - Restaurant syndromen
- Chinees restaurant syndroom ten gevolge van
monosodiumglutamaat
- Flushing
- Thoraxpijn, hoofdpijn
- Brandend gevoel ter hoogte van de huid
- Vertigo, nausea, braken
- Zweten, paresthesieën, palpitaties
- Saurine in rotte vis
- Flush
- Carcinoid syndroom door secretie van serotonine en andere
mediatoren
- Medullair schildkliercarcinoom
- Postmenopauzale flush
- Voornamelijk ter hoogte van aangezicht en hals,
bovenste thorax
- Verdwijnt na drie tot vijf minuten
- Geen urticaria, noch wheezing, noch hypotensie
- Alcoholingestie
- Autonome epilepsie
- Gebruik van ACE-Inhibitoren
- Idiopathisch
- Emotionele stoornissen
- Stembanddysfunctie
- Paniekaanval
- Eventueel met flushing, tachycardie, dyspnoe of
GI-symptomen
- Geen angiooedeem, urticaria of hypotensie
- Munchausenës stridor of geënduceerd larynxspasme.
Soms verdwijnen de symptomen met hoesten.
Na de acute reactie kan men nagaan of men te maken had met een allergie door het bepalen van tryptase in het serum. Tryptase bereikt immers
een piek na 1 tot anderhalf uur en blijft tot 5 uur hoog in het serum. Histamine
is na een uur reeds verdwenen en dus moeilijk meetbaar na het incident.
Na twee tot vier weken kan men huidtesten uitvoeren met een
standaardoplossing en te vergelijken met een positieve en negatieve controle. Neemt men de
huidtesten korter af na het incident, dan kan door depletie van de mediatoren de test vals
negatief uitdraaien.
|
|
 |
- Met een goede anamnese kan men de risicofactoren inschatten. Kennis van de
biochemische (vb. aspirine en prostaglandine-inhibitoren) en immunologische kruisreactiviteit
(vb. bëta-lactamring in penicilline en cefalosporines) is belangrijk
- Orale toediening van
uitlokkende farmaca kan de reactie eventueel voorkomen
- Indien men de farmaca toch parenteraal toedient, dient men de patiënt gedurende
20 tot 30 minuten onder observatie te houden
- Van patiënten welke een anafylactische reactie doen wordt nadien de allergiestatus
bepaald en aan hen zal men de nodige instructies geven
- Eventueel kan de patiënt gebruik maken van een epi-kit. Op dit
ogenblik zijn er slechts twee vormen voor auto-injectie beschikbaar: 0.15
en 0.3mg
- Patiënten met risico op anafylactie schrijft men best geen bëta-lytica voor
omdat zij de compensatoire tachycardie op de volumeshift inhiberen en de reactie op
adrenalinetoediening onvoorspelbaar maken
- Patiënten met risico op anafylactie schrijft men best geen Tricyclische
Antidepressiva noch MAO-inhibitoren voor. De eerste klasse remt de reuptake van adrenaline,
de tweede klasse remt de afbraak van adrenaline en beide zorgen ze dus voor een onvoorspelbaar
antwoord van het lichaam op de toediening van
epinephrine
- Er bestaan specifieke protocols voor de toediening van contract bij allergische
patiënten
|
 |
Aangezien de differentiaaldiagnose vaak
moeilijk is, wordt een systematische aanpak bij vermoeden van anafylaxie
aangeraden. Benader de patiënt en behandel levensbedreigende toestanden volgens
hun voorkomen.
- Herken de symptomen en stel de
differentiaaldiagnose
- Roep om hulp
-
Verwijder onmiddellijk de trigger van de anafylaxie: stop farmaca of
verwijder een eventuele angel na insektensteek. Het verwijderen van het
allergeen mag echter de verdere behandeling niet vertragen. Het is niet
nuttig na orale ingestie van een allergeen, de patiënt te doen braken om
het allergeen te verwijderen.
- Zorg voor een goede beveiliging van de luchtweg, een
intubatie is wenselijk, een
tracheostomie kan noodzakelijk zijn
- Geef 100%
zuurstof
- Leg het slachtoffer in ruglig met eventueel hoogstand van de benen. Dit is
de houding die het vochtdeficit helpt te corrigeren. Indien de ademhaling echter te veel
wordt gecompromitteerd, brengt men het slachtoffer best in een halfzittende houding.
-
Monitor de patiënt, minimaal met saturatiemeting, niet-invasieve
bloeddrukmeting en elektrocardiogram
- Behandel verder
medicamenteus met
- Neem correcte maatregelen bij urgentie en pas de
CPR-technieken aan
zo nodig
|
Nauwkeurige observatie is noodzakelijk gedurende de conventionele
behandeling. Bij patiënten met alarmtekenen zoals heesheid, tongoedeem of
oropharyngeale zwelling dient men een vroege electieve
intubatie door te voeren. Indien de respiratoire functie
deterioreert zal men een semi-electieve tracheale intubatie zonder
spierrelaxantia uitvoeren. Angio-oedeem vormt een ernstig probleem gezien de kans op snelle
deterioratie. De meeste patiënten vertonen reeds enige faciale of labiale zwelling.
Voornamelijk patiënten met tekenen van heesheid, linguaal oedeem of
oropharyngeaal oedeem hebben een hoog risico op de vorming van angio-oedeem.
Stelt men de intubatie uit dan kan de toestand van de
patiënt snel deterioreren over de periode van een half uur tot drie uren. Er ontstaat
progressieve stridor, ernstige dysfonie of afonie, laryngaal oedeem, oedeem van het
aangezicht en de hals
en hypoxemie. Op dit ogenblik is de tracheale intubatie of de
cricothyrotomie moeilijk of zelfs onmogelijk geworden.
Pogingen om een intubatie door te voeren kunnen het oedeem zelfs
verergeren of door bloeding in de oropharynx kan de nauwe glottis nog meer geobstrueerd worden.
De patiënt wordt onrustig ten gevolge van de hypoxie en is soms niet coëperatief voor de
zuurstoftoediening.
Het gebruik van spierrelaxantia bij een poging tot
intubatie kan de dood tot gevolg hebben, gezien de iatrogene apnoe
die ontstaat. Indien immers de intubatie niet succesvol blijkt
kan zelfs de beademing met een
beademballon onmogelijk worden
ten gevolge van het oedeem dat een lekdichte afsluiting tussen het aangezicht en het
beademmasker verhindert. De farmacologische paralyse ontneemt aldus de patiënt het enige
ventilatiemechanisme, namelijk dat van de spontane ademhaling!
Onder de dringende omstandigheden met een moeilijke luchtweg kan men eventueel zijn
toevlucht nemen tot:
Vocht bij anafylaxie
Tijdens een anafylactische reactie ontstaan grote hoeveelheden volumeshifts
en veralgemeende vasodilatatie. Geef een snelle intraveneuze vochtbolus van
20mL/kg bij kinderen of 500 tot 1000mL bij volwassenen. Er bestaat
geen wetenschappelijk evidentie over het gebruik van colloëden of
cristalloiden in deze setting. Bij moeilijke
intraveneuze toegangsweg,
kan gebruik gemaakt worden van de
intraosseuze route.
Indien de patiënt bëta-lytica neemt heeft men vaak veel vocht nodig, tot eventueel
meer dan 5 tot 7 liter.
Adrenaline
is het belangrijkste farmacon in de behandeling van de
ademhalingsproblemen en hypotensie bij anafylaxie. Het veroorzaakt
arteriële en capillaire vasoconstrictie en vermindert de oedeemvorming via stimulatie van de alfa-1 receptoren. Bëta-2
stimulatie zorgt voor bronchodilatatie, positieve inotropie en vermindering van
de vrijstelling van leucotriënen en histamine. De dosis en wijze van toediening van epinephrine
zijn afhankelijk van de ernst van de reactie en de leeftijd en gewicht van de
patiënt: Men geeft epinephrine buiten het ziekenhuis bij
voorkeur subcutaan of intramusculair, aan een dosis van 0.3 tot 0.5 ml
(0.3 - 0.5mg) van een 1/1000-oplossing. De pediatrische dosis bedraagt
10ëg/kg.
De (intraveneuze) toediening van epinephrine
is niet zonder risico, hoewel de
bijwerkingen meestal beperkt blijven. Zorg na toediening voor
adequate
monitoring van het effect.
De toedieningsroute bij voorkeur is intramusculair: de
intramusculaire toediening is veiliger met minder bijwerkingen, vereist
geen intraveneuze toegangsweg en is eenvoudiger aan te leren.
De beste plaats is de anteriolaterale zijde van het middenste derde van de dij.
Gebruik een lange intramusculaire naald om zeker te zijn dat de epinephrine
intramusculair toegediend wordt.
Bij de subcutane toediening kan de resorptie vertraagd zijn ten gevolge van de
shock, waardoor de intramusculaire toedieningsweg te verkiezen is.
Toediening via inhalatie wordt evenmin aangeraden omdat deze toedieningsweg minder efficiënt is dan de intramusculaire toedieningsroute. Sublinguaal kan men ook adrenaline
injecteren in het posterieure 1/3 van de tong, eveneens 0.5 ml van een 1/1000-oplossing.
De intraveneuze toegangsweg
kan gebruikt worden door artsen met ervaring in het intraveneus titreren van epinephrine.
Ervaring in de toediening van epinephrine
tijdens reanimaties is onvoldoende om het ook
intraveneus te
gebruiken bij anafylaxie
[68]. Bij
patiënten met een spontane circulatie kan de
intraveneuze
toediening van epinephrine
aanleiding geven tot levensbedreigende hypertensie, tachycardie,
artimieën en
myocardiale ischemie.
Heeft de patiënt nood aan meerdere intramusculaire dosissen epinephrine;
dan is een intraveneuze toediening aangewezen.
Geef intramusculair een bolus van 0.5mg
of 0.5mL van een 1:1000 oplossing. Voor kinderen bestaat
er geen wetenschappelijk gefundeerde dosis, meestal wordt gebruik
gemaakt van volgend schema
[68]:
|
> 12jaar |
500ëg IM bij grotere kinderen
300ëg IM bij kleinere kinderen |
|
6 - 12 jaar |
300ëg IM |
|
6 maand tot 6 jaar |
150ëg IM |
|
< 6 maand |
150ëg IM |
De dosis kan tot drie keer toe herhaald worden elke
vijf minuten.
Geeft men adrenaline intraveneus dan volstaat
10 tot 50ëg of
0.1 tot 0.5ml van een 1/10.000 oplossing, te herhalen om de 5 tot 10 minuten.
Geef nooit intraveneuze bolussen van de onverdunde 1:1000 oplossing.
Een
intraveneus infuus met 1 mg
adrenaline in 250 mL Glucose 5% (4 µg/mL) aan een
snelheid van 1 tot 4 µg/min kan worden opgestart.
Bij kinderen geef je 0,1 tot 5 ëg/kg/min. De pediatrische toediening van
intraveneus
adrenaline wordt
enkel voorbehouden voor artsen ervaring in het gebruik. Een kind reageert vaak
al op een bolus van 1ëg/kg.
De huidsymptomen en de hypotensie kan men behandelen met antihistaminica.
Gebruik deze enkel als tweedelijns behandeling en stel de toediening van
adrenaline
hiervoor niet uit. H1-antihistaminica remmen de
histamine-gemedieerde vasodilatatie en bronchoconstrictie. Op zich zijn
ze evenwel niet levensreddend. De dosis chlorphenamine is afhankelijk
van de leeftijd. Er bestaat weinig wetenschappelijke evidentie voor het
gebruik van H2-antihistaminica in de initiële aanpak van
anafylaxie.
Ter preventie van de laattijdige reactie kan men
corticoëden toedienen, bijvoorbeeld 100 mg tot 1g Hydrocortisone
intraveneus, 4mg/kg elke 6 uur bij kinderen.
Bij patiënten met voorafbestaand astma lijken
hogere dosissen efficiënter
[68].
- Bëta-mimetica kunnen worden toegediend bij wheezing. Geef bij
kinderen jonger dan vijf jaar 2.5mg salbutamol in aerosol, bij
kinderen ouder dan vijf jaar geef je 5mg salbutamol.
- Atropine kan in een dosis van 0.3 - 0.5 mg
worden herhaald om de tien minuten om een chronotroop effect te bekomen in geval van
bradycardie
- Ook Glucagon werkt chronotroop en inotroop en dit onafhankelijk van de
circulerende catecholamines. Men geeft 1 tot 5 mg gevolgd door een continu infuus
van 5 tot 15µg//min
- Vasopressoren zijn meestal weinig effectief gezien reeds de maximale
vasculaire constrictie. Dopamine aan een snelheid van
2 tot 20µg/kg/min kan getitreerd worden naar de bloeddruk
De specifieke test om een anafylactische reactie te
bevestigen is de bepalign van het mastceltryptase. Typtase is het
belangrijkste proteëne bij mastceldegranulatie. Trypasebepalign is nuttig voor
de opvolging van anafylaxie doch heeft geen nut bij de initiële diagnostiek. De
waarden stijgen significant na 30 minuten en bereiken een piek na 1
tot 2 uur. Het halfleven is zeer kort, waardoor de serumwaarden normaliseren
na 6 tot 8 uur. Best wordt dus zo snel mogelijk een staal afgenomen, met
een controlestaal 1 tot 2 uur na de start van de symptomen
en een derde staal na 24 uur
[68].
Het cardiaal arrest is vaak een
Polsloze Elektrische Activiteit of een
asystolie, waardoor het gebruik van
atropine of de transcutane pacing aangewezen zijn. Een
hartstilstand ten gevolge van anafylaxie kan langer op de behandeling reageren dan normaal,
gezien de patiënt vaak nog jong is met een gezond hart. Het correct doorvoeren van de
CPR-technieken kan voldoende zijn om de zuurstofvoorziening in stand te houden tot de
katastrofale gevolgen van de anafylaxie verdwijnen
[34].
Patiënten worden na het doormaken van een anafylactische reactie gedurende
minimaal 6 uur gemonitord in een bewaakte eenheid. Patiënten met een goed
antwoord op de behandeling worden nadien ontslagen met het advies te consulteren
bij heroptreden van de symptomen.Volgende patiënten
worden best gedurende minstens 24 uur opgevolgd:
- Ernstige anafylaxie met traag begin
- Reacties bij patiënten gekend met ernstig astma
- Reacties waarbij het allergeen verder geabsorbeerd wordt
- Patiënten met een vroeger verhaal van bifasische anafylactoide reacties
- Patiënten die zich ës nachts presenteren, of indien de patiënt niet
adequaat kan reageren bij deterioratie
- Patiënten in gebieden waar toegang tot de dringende hulpverlening
moeilijk is
Alle patiënten worden ambulant verwezen naar een specialist om de oorzaak van
de anafylactische reactie vast te stellen, alsmede maatregelen te treffen naar
preventie toe.
|