Medische aanpak van brandwonden
Anatomie van de huid
De huid bestaat uit drie lagen: de opperhuid of epidermis,
de lederhuid of dermis en de onderhuid of subcutis.
De opperhuid bestaat voornamelijk uit dode cellen welke afschilferen. Ze vormen de
belangrijke barriërelaag tussen de buitenwereld en het inwendig milieu van het lichaam.
Onder de opperhuid vinden we de lederhuid waarin we belangrijke structuren zoals
haartjes in een haarfollikel, zweet- en talgklieren en haarvaatjes (kleine bloedvaatjes)
terugvinden. Indien de oppervlakkige huid is beschadigd door brandwonden, zal vanuit de
haarfollikels de nieuwe huid worden aangemaakt. Is ook de diepe lederhuid door de brandwonde
getroffen dan zal dit genezingsproces veel moeizamer verlopen. De onderhuid bestaat
grotendeels uit vetweefsel.
Functie van de huid
Onze huid heeft voor ons lichaam een belangrijke barriërefunctie. Ze voorkomt
dat vuil en bacteriën ons lichaam zouden binnendringen en een ontsteking veroorzaken.
Onze huid speelt ook een belangrijke rol bij de temperatuurregulatie. Wie het koud heeft ziet bleek, wie het warm heeft ziet rood: de bloedvaten openen en sluiten respectievelijk bij te warme of te koude temperaturen voor ons lichaam. Ook door vochtverdamping of transpiratie via zweetklieren kan warmte aan ons lichaam onttrokken worden.
Tenslotte speelt onze huid een belangrijke rol bij de stofwisseling, in het bijzonder voor vitamine D en voor de vochtregulatie van ons lichaam.
Soorten brandwonden
Men dient bij brandwonden een onderscheid te maken tussen ernstige en
minder ernstige brandwonden. Vooral de temperatuur bij verbranding en de contacttijd spelen een belangrijke rol. Volgende factoren dragen bij tot de ernst van een brandwonde:
- De oppervlakte van de brandwonde
- De graad van de brandwonde
- Oorzaak en bevuiling van de brandwonde
- Leeftijd van het slachtoffer
- De plaats van de verbranding
De oppervlakte van een brandwonde - Regel van Negen
Hoe groter de oppervlakte van een brandwonde, hoe meer risico op dehydratatie en
infectie. Bij verbranding over grote oppervlakte gaat de gehele functie van de huid verloren.
De overleving van de patiënt is sterk afhankelijk van de oppervlakte van de brandwonde.
De oppervlakte van een brandwonde wordt uitgedrukt in een percentage ten opzichte van het
gehele lichaam. Meest eenvoudig kunnen we dit percentage inschatten door te vergelijken met de
oppervlakte van de handpalm van de patiënt: een handpalm komt overeen met 1%
verbranding.
Een meer gecompliceerde berekening van de oppervlakte van een brandwonden volgt uit de
"regel van negen". Met deze regel deelt men het lichaam in in elf verschillende zones, elke zone krijgt een waarde van negen procent toegewezen (zie figuur). Een brandwonde die een oppervlakte groter dan negen procent inneemt dient te worden geëvalueerd door een arts.
Bij kinderen zijn de lichaamsverhoudingen enigszins anders. Het hoofd neemt ten opzichte van het kinderlichaam een grotere oppervlakte in. Er dient dus een aangepaste regel van negen te worden gebruikt.
De graad van een brandwonde
Ook de diepte van verbranding speelt een belangrijke rol. Naargelang de diepte
krijgt een brandwonde een ander uitzicht en delen we ze in onder een andere graad. Een
oppervlakkige brandwonde is een open wonde met eiwitrijk vocht waarrond zich afgestorven
weefsel bevindt. Dit is een ideale voedingsbodem voor micro-organismen. Bij een diepe
brandwonde zal het litteken de wonde min of meer sluiten waardoor het gevaar op infectie veel
kleiner is.
Bij een eerste graad brandwonde zien we vooral een rode verkleuring van
de huid. Gezien de beschermende laag over de zenuwuiteinden is weggebrand zal een eerste graad
brandwonde heel pijnlijk zijn. Tevens is de huid wat gezwollen. Het meest bekende voorbeeld van een
eerste graad brandwonde is de zonnebrand. Eerste graad brandwonden leiden niet tot een gevoel
van ernstig ziek-zijn. Soms heeft men wel wat koorts of koude rillingen. Door voldoende te
drinken kan men zichzelf behandelen. Na vier tot vijf dagen genezen de wonden zonder litteken.
Enkel zeer jonge of zeer oude slachtoffers kunnen zelfs van kleine eerstegraads brandwonden
zeer ziek zijn ten gevolge van de grotere gevoeligheid voor dehydratatie.
Bij een tweede graad brandwonde ontstaat er een vernietiging van de cellen van
de huid waardoor er zich vocht opstapelt: we zien blaren onder de huid. Rondom een tweede
graad brandwonde treffen we meestal ook een eerste graad brandwonde aan.
Een tweede graad brandwonde kan variëren van oppervlakkig tot diep. Dit
onderscheid heeft belangrijke gevolgen voor de behandeling. Een diepe tweede graad brandwonde
moet men behandelen als een derde graad brandwonde.
Bij een derde graad brandwonde is de huid volledig verkoold. Er blijft enkel een
zwartgeblakerde laag over, niettegenstaande een derde graad brandwonde ook rood of
wit kan zien. Een derde graad brandwonde is niet meer pijnlijk omdat de
zenuwuiteinden door de verbranding zijn beschadigd. Door de beschadiging van de haarvaten is
een derde graad brandwonde droog. De huid verliest haar elasticiteit omdat de elastische vezels
in de diepte aan elkaar gaan kleven.
Bij een derde graad brandwonde geneest de huid niet meer spontaan omdat alle huidelementen
zijn vernietigd. Enkel kleine derde graad brandwonden, met een oppervlakte van minder dan
5 centimeter kunnen genezen vanuit de rand van de brandwonde.
Soms spreekt men ook van een vierde graad brandwonde. Hiermee geeft men aan dat ook onderliggende structuren zoals spieren en andere weefsels zijn verbrand.
Oorzaak en bevuiling van een brandwonde
Het is evident dat een verbranding door chemische stoffen ernstiger dient te worden ingeschat dan een verbranding door rein water. Ook verbrandingen door frietvet of oliën zijn ernstig. Men houdt rekening met Ingebrande kledij en andere bevuiling van de wonde. Bij verbrandingen door
elektrocutie zijn vaak ook inwendige organen getroffen.
Leeftijd van het slachtoffer
Kinderen en bejaarden hebben een kleinere weerstand en zullen dus minder gemakkelijk herstellen van een brandwonde. Bij kinderen is de mortaliteit hoger ten gevolge van de dunnere opperhuid, vroegtijdige shock, snel ontstaan van oedeem en de vroege ontwikkeling van elektrolytenstoornissen.
De plaats van de verbranding
Brandwonden laten vaak littekens na, zeker te vermijden in het aangezicht of op
de handen. De geslachtsorganen zijn zeer kwetsbaar en inwendige brandwonden
zijn moeilijker te behandelen.
Handelen bij een brandwonde
De belangrijkste regel bij de behandeling van brandwonden luidt:
Eerst water,
Al de rest komt later!
|
Verwijder eerst het slachtoffer van de oorzakelijke thermische bron. Breng jezelf niet
in gevaar.
Indien de kledij van het slachtoffer brandt, laat het slachtoffer dan onmiddellijk
stoppen, neerliggen op de grond en rollen. Met een deken of met
water kan je de vlammen doven.
Een brandwonde dien je onmiddellijk en liefst binnen de dertig seconden na het
gebeuren te koelen met koud stromend water. Kan het koelen niet zo snel, dan heeft
latere koeling nog steeds zijn voordelen
(23). Let er
op dat de temperatuur van het water niet ijskoud is, gezien zeer koud water pijn doet op de
brandwonde. Een watertemperatuur van 20 tot 25ëC zou voldoende zijn, evenals een
temperatuur van 10 tot 15ëC
(23). Uitgebreid koelen met water van
0ëC leidt tot hypothermie en toegenomen
mortaliteit bij brandwonden van meer dan 20% oppervlakte. Korte blootstelling van de
brandwonde aan dergelijk koud water zou wel een voordelig effect kunnen hebben.
Stromend water is reiner dan stilstaand water, doch in nood mag je elk water
gebruiken om zo snel mogelijk de brandwonde te koelen en verdere verbranding tegen te gaan.
Het koelen van de brandwonde verlicht de pijn, vermindert de zwelling, vermindert de kans
op infectie, remt de verbranding in de diepte, laat ze sneller genezen
en voorkomt noodzaak tot heelkundige behandeling. Ook de mortaliteit verlaagt door koelen
(23). Men koelt de brandwonde
gedurende ongeveer 15 tot 30 minuten en minstens tot de pijn is verdwenen
(23). Het koelen mag echter het
transport naar het ziekenhuis niet vertragen.
Verwijder alle kledij en juwelen die eenvoudig kunnen worden verwijderd. Onderneem geen
pogingen om ingebrande kledij verder te verwijderen. Laat deze brandwonden evalueren door een
arts welke de juiste maatregelen zal treffen.
Na het koelen van de brandwonde dek je de brandwonde best af en contacteer je
gespecialiseerde hulp. Indien je een brandwonde door een arts laat evalueren, strijk dan geen
zalven of andere producten aan de brandwonde. Dek de brandwonde snel op een steriele wijze af,
eventueel met een steriel driehoeksverband.
Boter en melk zijn absoluut uit den boze bij de behandeling van brandwonden. Kleine
brandwonden die niet verder dienen te worden nagekeken door een arts kan je verder verzorgen
met een brandwondenzalf zoals Flammazine®, waarna je de brandwonde steriel afdekt.
In geval van verbranding door chemische stoffen kan je best de geraakte
oppervlakte uitgebreid spoelen met lauw stromend water. Tracht niet om de stof chemisch te
neutraliseren, gezien je hierdoor grote schade kan aanrichten.
Bij levensbedreigende brandwonden dien je uiteraard de CPR-technieken toe te passen.
Behandel het slachtoffer, niet de brandwonde. Vitale functies krijgen steeds voorrang! De
brandwondepatiënt is een
traumapatiënt waarbij het ABC van de reanimatie voorrang krijgt.
Een belangrijke complicatie bij brandwonden is de CO-intoxicatie.
Koolstofmonoxide ontstaat bij een onvolledige verbranding. Het CO heeft een affiniteit
voor het hemoglobine op de rode bloedcellen die 200 keer groter is dan de affiniteit van
zuurstof. Hierdoor kan de rode bloedcel niet meer met zuurstof worden geladen en ontstaat
zuurstoftekort ter hoogte van de hartspier en de hersenen.
Slachtoffers van brandwonden koelen snel af, omdat de temperatuurregulerende functie
van de huid is weggevallen. Dek het slachtoffer dan ook toe.
Pagina laatst aangepast op
18.06.2008