Harttamponnade

Index



Index

Definitie


Acute harttamponnade is een levensbedreigende aandoening met snelle of trage compressie van het hart ten gevolge van opstapeling van vocht, pus, bloed, klonters of gas in het pericard. Deze vochtcollectie kan veroorzaakt zijn door een trauma, door effusie of door ruptuur van het hart.
Harttamponnade is een medische urgentie, de mortaliteit is afhankelijk van de snelheid van diagnose, de onderliggende oorzaak en de snelheid waarmee de behandeling wordt ingesteld.
Gezien de verscheidenheid aan oorzaken moeten clinici zoeken naar de meest relevante diagnose, steeds anticiperend. Zo is een traumatische tamponnade meest voorkomende oorzaak na cardiale heelkunde en is een tuberculeuze tamponnade meest frequent in Afrika doch zeldzaam in de Westerse wereld.


Index

Prevalentie


Op kinderleeftijd komt de harttamponnade meer voor bij jongens dan bij meisjes, de verhouding bedraagt 7/3. Bij volwassenen lijkt de harttamponnade ook meer voor te komen bij mannen dan bij vrouwen, de verhouding bedraagt hier echter slechts 1.25/1.
Bij jonge mensen is de harttamponnade meer gerelateerd aan een HIV-infectie, op oudere leeftijd is de tamponnade vaker te wijten aan een maligniteit of aan nierfalen.


Index

Fysiologie


Een inzicht in de pathofysiologie van een acute tamponnade is essentieel voor de diagnose en de behandeling.
Het pericard omringt als membraan het hart en bestaat uit twee lagen. De buitenste fibreuze laag noemt men het pariëtaal pericard, de binnenste sereuze laag noemt men het visceraal pericard.
Een normaal pericard bevat ongeveer 20 tot 50 mL vocht. Pericardiale effusies zijn sereus, serosanguineus, hemorrhagisch of chyleus.

De primaire stoornis bij een tamponnade van het hart is een snelle of trage compressie van alle kamers van het hart. Naargelang de ernst van de compressie kan men verschillende fasen onderscheiden:
Eerst bereikt de pericardiale ruimte het pericardiaal reservevolume, dit is het volume dat het pericard doet uitzetten. Tijdens deze eerste fase accumuleert het pericardiaal vocht waardoor de stijfheid van het ventrikel toeneemt en een hogere vullingsdruk noodzakelijk is. Gedurende deze fase zijn de linker en rechter ventriculaire vullingsdrukken nog steeds hoger dan de druk in het pericard.
Bij verdere opstapeling van vocht in het pericard wordt de intrapericardiale druk groter dan de ventriculaire vullingsdrukken. De output van het ventrikel zal dan ook verminderen ten gevolge van een kleinere vulling.
Tenslotte daalt het hartdebiet verder gezien de pericardiale druk in evenwicht komt met de intraventriculaire vullingsdruk.

Voornamelijk de diastolische vulling is gestoord bij een tamponnade omdat het hart niet kan uitzetten ten gevolge van de toegenomen intrapericardiale druk. De veneuze terugkeer van bloed naar het hart wordt belemmerd door de verhoogde intrapericardiale druk. Het rechter atrium collabeert. Bij inspiratie zal de intrapericardiale druk dalen, samen met de druk in het rechter atrium, ten gevolge van de negatieve intrathoracale druk. Op dit ogenblik vergroot de veneuze retour naar het rechter hart en neemt het volume van het rechter ventrikel significant toe. Gezien het pulmonaal vasculair bed compliant is, zal het bloed preferentieel accumuleren in de veneuze circulatie, ten koste van de vulling van het linker ventrikel. Een kleiner volume in het linker ventrikel veroorzaakt op zijn beurt een lager hartdebiet.

De druk in het pericard is afhankelijk van de snelheid waarmee de vloeistof in het pericard toeneemt ten opzichte van de elasticiteit van het pericard, alsook van de effectiviteit van de compensatiemechanismen. Zo zal bij een acute bloeding ten gevolge van een hartruptuur het pericard stijf zijn waardoor de druk in het pericard te snel stijgt om de compensatiemechanismen de kans te geven. Een volume van 150cc is dan voldoende om de druk in het pericard significant te laten toenemen. Indien anderzijds het pericardvolume traag toeneemt, bijvoorbeeld ten gevolge van een inflammatie, kan zich tot meer dan twee liter vocht opstapelen alvorens het hart in verdrukking komt.

De stijfheid van het pericard bepaalt dus de hoeveelheid vocht die aanleiding zal geven tot tamponnade. Dit wordt geëllustreerd door een karakteristieke druk-volumecurve Druk-volumecurve bij 
harttamponnade waarbij de druk langzaam oploopt om vanaf een bepaald volume plots bijna verticaal te stijgen. Deze steile curve zorgt ervoor dat de tamponnade een fenomeen is van de "druppel die de emmer doet overlopen"; een kleine toename van volume brengt het hart volledig in verdrukking. Ook indien we het pericardvocht draineren merken we dat de grootste decompressie bereikt wordt door dit beetje volume uit het pericard te verwijderen.

De ware vullingsdruk van de hartkamers is de transmurale druk, de intracardiale druk min de pericardiale druk. Toename van de pericarddruk vermindert de vullingsdruk tot vulling onmogelijk wordt, eerst ter hoogte van het rechter hart, tenslotte in alle hartkamers. Gedurende de inspiratie zal het rechter hart zich nog kunnen vullen, ten koste van een dalign van volume van het linker hart. Tijdens de expiratie gebeurt het omgekeerde. De vullingsdrukken schommelen dus met de ademhaling. Bij zeer ernstige tamponnade zal dit mechanisme echter niet meer volstaan om de vulling van het hart te vrijwaren. De neurohumorale compensatie wordt geactiveerd om verder te compenseren, dit fenomeen is gelijkaardig aan de compensatie bij hartfalen, met het verschil dat het natriuretisch peptide laag blijft gezien de hartkamers niet worden uitgerokken. Niettegenstaande de coronaire perfusie daalt bij tamponnade, zien we zelden een ischemische component, gezien tevens de arbeid van het hart verlaagd is.


Index

Anamnese


Anamnestisch kunnen we vaak de oorzaak van de tamponnade achterhalen. Patiënten met een systeemaandoening of met een maligniteit vermelden vaak gewichtsverlies, vermoeidheid of anorexia. Thoraxpijn is het belangrijkste symptoom bij patiënten met pericarditis of een myocardinfarct. Spierpijn of koorts zijn aanwezig bij patiënten met een onderliggend bindweefsellijden. Een anamnese van nierfalen kan uremie in het daglicht stellen als oorzaak van pericardiale effusies.

Men dient de habituele medicatie van de patiënt te overlopen gezien lupus door farmaca een pericarduitstorting kan veroorzaken. Recente cardiochirurgische ingrepen, coronaire interventies of trauma kunnen een snelle accumulatie van bloed in de pericardholte verklaren.
Ook het plaatsen van een pacemaker of een centraal veneuze katheter kunnen snel ontaarden tot accumulatie van vocht in het pericard.
Indien de patiënt gekend is met een voorgeschiedenis van intraveneus druggebruik moet men rekening houden met een mogelijke HIV-infectie. Ook bestralign van de thoraxwand voor long-, mediastinaal of oesophagaal carcinoma alsook symptomen van nachtelijk zweten, koorts en gewichtsverlies dient men te noteren in het kader van een tuberculose infectie.


Index

Klinisch onderzoek


Tachypnoe en dyspnoe bij inspanning staan centraal bij een acute tamponnade. Door het lage hartdebiet zijn de ledematen soms koud en klam. Spierzwakte, syncope en andere vage symptomen zoals anorexia, dysphagie en hoest kunnen voorkomen. Ook complicaties zoals nierfalen kunnen zich voordoen als initieel symptoom. Tachycardie is de regel, tenzij bij uremische patiënten of patiënten met een hypothyreoidie waar een bradycardie kan optreden.
Bij inflammatoire effusies vindt men vaak een pericardiaal wrijfgeruis. De hartauscultatie is vaak gedempt ten gevolge van het geluidsisolerende vocht en de verminderde hartfunctie. Toch is de apex cordis zelf palpeerbaar.

Een klinisch significante tamponnade leidt tot absolute of relatieve hypotensie, bij snelle tamponnade zijn de patiënten in shock met koude extremiteiten, neus en oren en soms perifere cyanose. Jugulaire veneuze distensie is in de regel voornamelijk zichtbaar op het voorhoofd, de schedel en de oogfundus, tenzij de patiënt ook hypovolemisch is. Ook hepatomegalie kan opgespoord worden bij meer dan 50% van de patiënten met een tamponnade. Deze combinatie van hypotensie, jugulaire veneuze stuwing en demping van de hartgeluiden bij auscultatie noemt men de Triade van Beck, beschreven in 1935.

Pulsus paradoxus

Een belangrijk teken is de pulsus paradoxus, gedefinieerd als een val van de systolische bloeddruk met meer dan 10 mmHg tijdens de normale ademhaling.
Om een pulsus paradoxus op te sporen kan men de cuff van de bloeddrukmanchet opblazen tot minstens 20mmHg boven de systolische bloeddruk. Men laat de lucht zachtjes uit de cuff ontsnappen tot de eerste Korotkoff tonen hoorbaar zijn, enkel tijdens expiratie. Nadat men de druk heeft afgelezen wordt de cuff zachtjes verder leeg gelaten. Men bepaalt het punt waarop de tonen weer hoorbaar zijn zowel tijdens inspiratie als tijdens expiratie. Indien het verschil tussen beide metingen meer dan 12 mmHg bedraagt is een abnormale pulsus paradoxus aanwezig.
Indien echter de cardiac output zeer laag is heeft men een arteriële katheter nodig om deze bloeddrukschommelingen te meten.
Pulsus paradoxus kan eveneens worden veroorzaakt door een massief longembool, ernstige hemorrhagische shock of andere vormen van ernstige hypotensie en ten gevolge van obstructief longlijden. Soms is de pulsus paradoxus niet waarneembaar bij een acute harttamponnade.

Teken van Kussmaul

Bij tamponnade zien we eveneens een paradoxale toename van de veneuze distensie en druk tijdens de inspiratie. Dit Teken van Kussmaul, genoemd naar Adolph Kussmaul, kan men waarnemen bij patiënten met een constrictieve pericarditis en soms bij patiënten met een effusieve-constrictieve pericarditis of bij harttamponnade.

Teken van Ewart

Het Teken van Ewart of het Teken van Pins komt voor bij patiënten met grote pericardiale effusies. Men merkt een zone van doffe auscultatie en bronchiale geluiden onder de hoek van de linker scapula.

Op de cvd-curve missen we meestal de klassieke y-descent. Dit is te wijten aan de toegenomen intrapericardiale druk, welke de diastolische vulling van de ventrikels belemmert. Bij volledige compressie zien we geen x noch y-descent.


Index

Etiologie


  • Maligniteiten vormen de frequentste oorzaak voor alle patiënten
  • HIV infectie
  • Virale en bacteriële infecties (tbc) of fungi
  • Farmaca: Hydralazine, procaënamide, isoniazide, minoxidil
  • Postcoronaire interventie door dissectie of perforatie
  • Trauma
  • Postmyocardiaal infarct (Ruptuur van de vrije wand of Syndroom van Dressler)
  • Cardiovasculaire heelkunde (postoperatieve pericarditis)
  • Bindweefselziekten zoals systemische lupus erythematosus, rheumatoëde arthritis, dermatomyositis
  • Bestralign
  • Iatrogeen na sternumbiopsie, pericardiocentese, plaatsen centraal infuus
  • Uremie
  • Idiopathische pericarditis
  • Pneumopericardium door mechanische ventilatie of gastropericardiale fistels


Index

Differentiaaldiagnose


  • Cardiogene shock
  • Constrictieve en effusieve pericarditis
  • Longembool
  • Spanningspneumothorax


Index

Diagnose


Invasieve drukmeting

Bij drukmeting zal men merken dat de rechter hartdruk toeneemt bij inspiratie met tegelijkertijd een dalign van de linker hartdruk. Diastolische drukken overschrijden meestal 15 tot 30 mmHg. Merkwaardig genoeg veroorzaakt deze druk bij tamponnade geen longoedeem.
Op de cvd-curve merken we dat de systolische x-descent meer uitgesproken is terwijl de y-descent verdwijnt.
Met een Swan-Ganz katheter merkt men dat de rechter en linker atriale drukken evenals de rechter ventriculaire diastolische druk, de diastolische druk in de a. pulmonalis en de wedge drukken nagenoeg gelijk zijn aan elkaar - met een verschil van eventueel 5 mmHg.

Beeldvorming

Rontgenonderzoek

Op rëntgenfoto van de thorax zien we soms een verbrede hartschaduw, niettegenstaande deze slechts merkbaar is vanaf een pericardvolume van meer dan 200 cc. Pericardiale calcificaties of een thoraxtrauma zijn indicatief.

NMR en CT zijn meestal niet voldoende snel beschikbaar en enkel zinvol indien het uitvoeren van een echocardiografie niet mogelijk is.

De diagnose, welke voornamelijk klinisch is, wordt bevestigd met behulp van een echocardiografie welke de circumferentiële vochtlaag en de gecomprimeerde kamers aan het licht brengt. Bij inspiratie bewegen de atriale en ventriculaire septa scherp naar links door de vulling van het rechter systeem, bij expiratie draait de beweging om. De vena cava inferior is gedilateerd en varieert weinig met de ademhaling. De kamers van het hart zijn gecollabeerd, voornamelijk de rechter kamer en voorkamer. Collaps van het linker atrium is zeer specifiek voor tamponnade. Bij inspiratie neemt de flow in het rechter hart toe met meer dan 40%, over de mitraalklep daalt de flow met minstens 25%.
vóór en achter het linker ventrikel, en achter het linker atrium, bemerkt men eventueel een echovrije zone.

Het linker ventrikel collabeert meestal ten gevolge van specifieke heelkundige tamponnades, men merkt op echocardiografie een vrije vochtcollectie posterior zonder anterieure effusie.

elektrocardiogram

Het E.K.G. vertoont pericarditis, doch het enige quasi specifieke teken is dat van elektrische alternatie waarbij alternerend een QRS-complex kleiner is in amplitude en soms omgekeerd in polariteit. Elektrische alternatie wordt veroorzaakt door de pendelbeweging die het hart maakt bij tamponnade. Elektcrische alternatie komt ook voor bij supraventriculaire en ventriculaire tachycardie.

Laboratorium

Het creatinine kinase en de hartenzymes
zijn verhoogd bij patiënten met een acuut myocardinfarct gecompliceerd met cardiaal trauma. Men bepaalt een uremie om nierfalen uit te sluiten en men voert een perifeer bloedonderzoek uit om de infectiologische status te bepalen indien men een pericarditis vermoedt. Sedimentatiesnelheid en rheumafactor kunnen bepaald worden bij vermoeden van bindweefselziekten, niettegenstaande de testen minder gevoelig zijn. Ongeveer 24% van de pericardeffusies zijn geassocieerd aan een infectie met HIV.
Stollingstesten zijn nuttig om het bloedingsrisico van de interventies zoals pericarddrainage of heelkunde in te schatten.

Histologie

Occasioneel neemt men een pericardiale biopsie indien de etiologie van de tamponnade onduidelijk is. Dit is nuttig in het kader van een tuberculeuze pericardiale effusie gezien in dit geval de culturen zelden een positieve kweek voor mycobacteriën opleveren. Soms merkt men granulomata op het pericardweefsel bij deze patiënten.


Index

Variante vormen van tamponnade


Indien de diastolische druk minder is dan 6 tot 12 mmHg spreekt men van een tamponnade met lage druk. Dit komt voor bij hypovolemische patiënten met ernstig systeemlijden, bloeding of kanker of bij hypovolemische patiënten na forse diurese. De patiënt voelt zich zwak en is meestal normotensief met dyspnoe bij inspanning. Volumebelasting kan de typische tekenen van tamponnade uitlokken. 

Hypertensieve harttamponnade
met alle klassieke tekenen van tamponnade komt voor bij overmatige sympathische activatie en toont hoge arteriële bloeddrukken, zelfs hoger dan 200 mmHg is beschreven. Meestal zijn deze patiënten reeds vooraf gekend met hypertensie. 

Regionale harttamponnade ontstaat indien een specifieke zone van het hart wordt gecomprimeerd door lokale effusies, meestal samengaand met adhesies van het pericard zoals na hartchirurgie. Postoperatieve tamponnade komt meer voor na klepchirurgie dan na CABG. De symptomen zijn dan enkel zichtbaar in de gecomprimeerde hartkamers, niettegenstaande de klassieke tamponnade kan ontstaan ten gevolge van spanning op het pericard. Ook na een rechter ventrikelinfarct kunnen gelokaliseerde effusies ontstaan welke het rechter ventrikel comprimeren. Hierbij is de druk in het rechter atrium dan groter dan de druk in het linker. Door afwezigheid van een pulsus paradoxus is de aandoening moeilijk herkenbaar.


Index

Behandeling


Een harttamponnade is een medische urgentie. Bij voorkeur worden alle patiënten onder monitoring bewaakt op de afdeling intensieve zorgen.

Ondersteunende therapie

Alle patiënten krijgen extra zuurstof en een waakinfuus. Volume infusie kan helpen bij patiënten met hypovolemie, in andere situaties verhoogt infusie van volume de intracardiale druk en de grootte van het hart, waardoor de pericardiale druk op zich toeneemt en de transmurale druk verder daalt. Vochttransfusie kan zelfs een tamponnade uitlokken. Bedrust met hoogstand van de benen kan ook de veneuze return verbeteren.

Inotropica


Het hart kan tijdelijk worden ondersteund door inotropica eventueel in combinatie met perifere vasodilatoren, Dobutamine geniet de voorkeur omdat het de systemische vasculaire weerstand niet verhoogd terwijl het wel de cardiac output verbetert. De endogene inotrope stimulatie is tijdens een tamponnade meestal echter reeds maximaal waardoor de rol van een medicamenteuze behandeling gelimiteerd blijft.

Mechanische ventilatie


Met het instellen van mechanische ventilatie en positieve luchtwegdrukken moet men voorzichtig zijn gezien hierdoor de cardiac output en de veneuze terugkeer verder daalt.

Een stilstand bij een patiënt met tamponnade kenmerkt zicht meestal door een polsloze elektrische activiteit waarbij op het E.K.G. nog complexen zichtbaar zijn met echter afwezigheid van circulatie. Bij patiënten met een corarrest en een grote hoeveelheid pericardvocht zal de hartmassage weinig zoden aan de dijk brengen, indien men er in slaagt de systolische drukken te verhogen zal de diastolische druk dermate dalen dat de coronaire perfusie afwezig blijft...

Definitieve therapie

Urgente percutane drainage is een levensreddende techniek die aan bed kan uitgevoerd worden. De subxyphoidale benadering is extrapleuraal en dus de veiligste manier indien men blind moet werken. Men plaatst een 16 of 18 Gauche naald onder een hoek van 30 - 45ë doorheen de huid, in de linker xyphocostale hoek en gericht naar de linker schouder. De mortaliteit van deze procedure bedraagt ongeveer 4% en in 17% ontstaan complicaties. Plotse hartstilstand kan optreden.

Men kan echter best het pericardvocht draineren onder geleide van echocardiografie of CT vanuit de linker intercostale ruimte. Men markeert de punctieplaats daar waar het meeste vocht accumuleert in de buurt van de transducer. Men meet de afstand van de huid tot de pericardiale ruimte en richt de naald onder de hoek van de transducer. Men vermijdt best de onderliggende ribrand om neurovasculaire letsels te voorkomen. Voor verdere drainage laat men een 16 Gauche catheter ter plaatse.

Kan men het pericard niet aanprikken dan voert men een heelkundige drainage uit, meestal langsheen een subcostale incisie. Heelkundige drainage geniet de voorkeur bij intrapericardiaal bloedverlies of indien zich reeds stolsels vormden in het pericard. Subkritische uremische tamponnade beantwoordt soms goed aan intense dialyse doch indien deze benadering niet succesvol blijkt dient men het vocht eveneens te draineren.
Indien het pericardvocht recidiveert kan men heelkundig een ballonpericardiotomie uitvoeren met speciale katheters welke een venster open laten tussen het pericard en het meer absorberende oppervlak van de pleura of het peritoneum.


Index

Opvolging


Na een pericardiocentese laat men de intrapericardiale katheter ter plekke om deze aan te sluiten op een gesloten drainage systeem. Deze katheter blijft 1 tot 2 dagen aanwezig ter controle en kan gebruikt worden voor een nieuwe pericardiocentese.
Men behoudt bovendien een Swan-Ganz katheter voor continue evaluatie van de hemodynamiek en om het effect van eventuele heropstapeling van pericardvocht te beoordelen. Men voert een elektrocardiogram en een thoraxfoto uit na vierentwintig uren. Na de periode van een maand kan men best een echocardiogram en een thoraxfoto herhalen om nieuwe accumulatie van pericardvocht uit te sluiten.


Index  





Pagina laatst aangepast op 29.09.2008