Wervelbreuk


CPR \ Oorzaken \ Wervelbreuk

Index



Vermoeden (hals)wervelbreuk

Index

In de volgende gevallen moet je rekening houden met de mogelijke aanwezigheid van een (hals)wervelbreuk:

Bij vermoeden van een breuk van de wervels mag er geen zijdelingse beweging van de halswervels plaatsvinden. Vermijd elke beweging van het slachtoffer tenzij de veiligheid een dringende evacuatie vereist.


Symptomen (hals)wervelbreuk

Index

Soms klaagt een slachtoffer met een (hals)wervelbreuk van een plaatselijk pijnlijk gevoel ter hoogte van de wervelzuil. Afwezigheid van pijn sluit evenwel het bestaan van een (hals)wervelbreuk niet uit.

Wanneer het ruggenmerg is aangetast - de zogenaamde dwarslaesie - kan het motorisch of sensorisch deel van de bezenuwing zijn uitgevallen. Motorisch merken we eventueel een gelokaliseerde, een halfzijdige of een volledige verlamming. Sensorisch is er soms sprake van uitval van het gevoel of van de gewaarwording van tintelingen ter hoogte van een lidmaat. Wanneer je deze tekenen opmerkt, moet je meteen bedacht zijn op een mogelijke (hals)wervelbreuk.
Van alle patiënten met polytrauma heeft slechts 5% een instabiele wervelfractuur, 2/3 hiervan vertoont echter geen initiële neurologische uitval. Gezien de extreme invaliditeit die ontstaat ten gevolge van een dwarslaesie blijft een correcte immobilisatie onder alle omstandigheden van primordiaal belang.

Het acuut respiratoir falen is de belangrijkste doodsoorzaak van een spinale dwarslaesie. Bij elke wervelfractuur boven D10 treedt een ademhalingsdysfunctie op. Deze is meer uitgesproken naarmate het letsel hoger is, aangezien hierdoor meer tussenribspieren uitvallen zodat de ademhalingsfunctie uiteindelijk alleen nog berust op de werking van het middenrif of diafragma. Er ontstaat een sterk verminderde kracht van de ademhalingsspieren en een beperkte hoestfunctie wat aanleiding geeft tot respiratoire depressie en atelectase. Vaak moet de patiënt in de acute setting beademd worden, de latere weaning zal omwille van de beperkte spierkracht zeer moeizaam verlopen. De kans op longinfecties en sepsis nemen eveneens in belangrijke mate toe en dragen bij tot de mortaliteit op langere termijn.

Cardiovasculaire gevolgen zijn meestal pas merkbaar bij fracturen boven D5 door een onderbreking van de sympathische banen met verlamming van de veneuze en arteriële bloedvaten en een relatieve bradycardie. Bij een aantal patiënten leidt dit tot een ernstige bloeddrukval met een abnormaal traag hartritme. Deze toestand op zich geeft zelden aanleiding tot shock, geassocieerd met ernstig bloedverlies is hij echter wel levensbedreigend.


Klinisch onderzoek (hals)wervelbreuk

Index

Het is prognostisch gezien belangrijk te weten of een dwarslaesie volledig of onvolledig is. Ga dus nauwkeurig na of er in bepaalde gebieden nog een zekere motorische of sensorische functie bestaat. Hierbij is ook een rectaal toucher - uitgevoerd in het ziekenhuis door de arts - met onderzoek naar de willekeurige contractie van de anale sfincter belangrijk.

De kans op een letsel ter hoogte van de cervicale wervelzuil is klein bij afwezigheid van pijn ter hoogte van de cervicale middellijn, focale neurologische uitval, verminderd bewustzijn, intoxicatie en pijn ten gevolge van andere letsels. Een klinisch neurologisch bilan is vaak slechts mogelijk indien de patiënt wakker, coëperatief en pijnvrij is. Bij 50% van de gevallen is echter een geassocieerd cerebraal trauma  met coma aanwezig wat de neurologische evaluatie onmogelijk maakt. Beeldvorming zal in dit geval een eventueel (hals)wervelfractuur moeten uitsluiten.


Beeldvorming (hals)wervelfracturen

Index

Vóór de opname op een intensieve zorgeneenheid dienen op de spoedopname reeds RX-foto´s te worden genomen.
De initiële radiologische evaluatie van de cervicale wervelzuil bestaat uit een face en profielopname waarbij men stevig aan de armen van de patiënt trekt om ook de zevende wervel in beeld te brengen. Om de dens en de axis te evalueren wordt daarbij nog een antero-posterieure odontoid opname doorheen de open mond genomen. 3/4 opnames en flexie-extensie opnames worden alleen op indicatie aangevraagd, vooral bij het klinisch of radiografisch vermoeden van subluxaties en whiplashletsels.
Op een CT-scan kan men de botstructuur goed evalueren, ligamenteuze instabiliteit en prolaps van een discus kan men echter nog over het hoofd zien. Het opsporen van cervicale fracturen is echter verraderlijk omdat geen enkel onderzoek voor deze letsels een goede sensitiviteit bezit. Zo is voor fracturen de gevoeligheid van een CT-scan wel groter dan 90% ten opzichte van 60% voor gewone Rx opnames, de detectie van sub- en dislocaties gebeurt op een CT-scan in slechts 50 tot 60% van de gevallen waar hier de gevoeligheid van de radiologische opnames 90% bedraagt.
MRI
is zeer sensitief doch weinig specifiek, gezien het zowel mineure letsels van de weke weefsels toont als majeure ligamenteuze instabiliteit. Het heeft wel de unieke eigenschap om afwijkingen in het merg in het licht te stellen. In de acute fase van een trauma is dit onderzoek echter om logistieke redenen niet uitvoerbaar. De spiraal-CT met 3D reconstructie laat nu veelal wel zeer nauwkeurige beeldvorming toe.

Aanvullende beeldvorming van de thoracale en de lumbale wervelzuil wordt uitgevoerd indien nodig.


Handelen (hals)wervelbreuk

Index

Basic Life Support bij werveltraumata

Vermoed je bij een slachtoffer een halswervelbreuk, beweeg dan in geen geval de wervelkolom tenzij er acuut gevaar dreigt. Hou het hoofd, de hals, de borstkas en de lumbale wervelzuil van het slachtoffer in een neutrale lijn tijdens de reanimatie. Tracht het hoofd van het slachtoffer met je handen te immobiliseren en laat het slachtoffer zo weinig mogelijk praten. Zorg bij een bewusteloos slachtoffer voor vrije luchtwegen door het toepassen van de kinlift of de jaw thrust. Het kantelen van het hoofd kan theoretisch de letsels aan de wervelzuil vergroten, niettegenstaande deze complicatie in de praktijk niet is gedocumenteerd en het risico dus ongekend is [57]. Toch laat je best het kantelen van het hoofd achterwege zolang je een vrije luchtweg kan bekomen met door het toepassen van de kinlift of de jaw thrust. Blijkt het onmogelijk om met deze technieken adequaat de luchtweg te vrijwaren, kantel dan het hoofd een beetje tot de luchtweg wel open is; het vrijwaren van de luchtweg krijgt uiteraard prioriteit op het voorkomen van verdere letsels aan de halswervels.
Bij een slachtoffer met een hoge halswervelbreuk dreigt het gevaar van een ademhalingsstilstand. Controleer dan ook geregeld de ademhaling.

Advanced Life Support bij werveltraumata

Immobilisatie

Beschik je over het materiaal uit een ziekenwagen, immobiliseer dan bij vermoeden van traumata ter hoogte van de (hals)wervels het slachtoffer vóór het transport. Maak hiervoor gebruik van een halskraag, een schepdraagberrie en een vacuëmmatras. Ook indien omwille van respiratoire problemen een intubatie noodzakelijk is, dient deze minstens te gebeuren onder tractie en stabilisatie van de wervelzuil uitgevoerd door een tweede hulpverlener.

Halskraag

Bij vermoeden van een (hals)wervelbreuk legt je zo snel mogelijk een halskraag aan. Commercieel zijn er zachte en harde halskragen beschikbaar. De zachte halskragen hebben een opvallende oranje kleur om alle aandacht op de hals te vestigen. Beweging van het hoofd is met deze kragen echter nog mogelijk. De harde kragen zijn beschikbaar in zes standaardmaten; vier voor volwassenen en twee voor kinderen. Ze worden samen geleverd in een set. Recent ontwierp men ook een verstelbare harde halskraag waarmee men de hals van de meeste volwassen kan spalken.

Volwassenen Kinderen
Tall Pediatric
Medium Baby No Neck
Small
No Neck

Aanleggen halskraagBij het kiezen van de juiste maat is niet zozeer de omtrek, doch wel de hoogte van de hals van belang. De hoogte wordt bepaald door het aantal vingers van ëën hand te meten tussen een denkbeeldige lijn doorheen de onderkaak en een denkbeeldige lijn doorheen de hoek gevormd door de hals en de schouderspieren. Op de harde halskraag vind je een zwart sluitingsknopje. De afstand tussen dit knopje en de onderrand van het plastiek gedeelte (dus niet de onderrand van de schuimrubber, welke omplooit bij het aanleggen van de kraag) moet overeenkomen met de gemeten vingers. Dit vereist uiteraard voldoende oefening. In sommige omstandigheden is het nodig om een pediatrische halskraag te gebruiken voor volwassenen.

Om de kraag aan te leggen wordt het hoofd door een tweede helper in een neutrale positie gehouden. Hiertoe klemt hij het hoofd onbeweeglijk vast met beide handen ter hoogte van de slapen van de gekwetste. Rol de kraag even op om hem cirkelvormig te maken. Na het voorvormen schuif je het uiteinde van de kraag met het kleefband onder de hals van het slachtoffer. Het steunstuk voor de kin wordt verder onder de kin geschoven en de halskraag wordt vastgemaakt met het kleefband.
Een halskraag ligt goed aan indien de kin netjes in het steunstuk is gepositioneerd. Eventueel kan je het kleefband nogmaals lossen en de kraag beter positioneren. De tweede helper laat het hoofd van het slachtoffer pas los, wanneer de kraag correct is aangelegd en gesloten.

Na het aanleggen van een harde halskraag moet je er rekening mee houden dat nog steeds enige beperkte beweging van de hals mogelijk is. Laat zal dus nog steeds het slachtoffer zo min mogelijk bewegen en til indien nodig het slachtoffer in ëën blok op. Om beweging te vermijden kan het hoofd met een horizontale kleefpleister aan de brancard worden gefixeerd. Commercieel bestaan er hulpmiddelen om ook deze beweging te minimaliseren.

Methylprednisolone

Gedurende de eerste 24 uur na een dwarslaesie wordt meestal methylprednisolone toegediend in hoge dosis: 30mg/kg in bolus, gevolgd door een continu infuus van 5.4mg/kg/uur. Deze toediening wordt verder gezet gedurende 24 uur indien de toediening start binnen de 3 uur na het trauma, en gedurende 48 uur indien de toediening gestart wordt 3 tot 8 uur na het trauma.
Het gebruik van methylprednisolone als standaardtherapie stuit wetenschappelijk toch nog op heel wat tegenargumenten.

Vocht en vasopressie

De behandeling van hypotensie bestaat uit het platliggen, eventueel Trendelenburgpositie, en de toediening van vocht en vasopressoren.

Beademing

Bij respiratoire insufficiëntie is ondersteuning van de ventilatie in de acute setting nodig.

CPR \ Oorzaken \ Wervelbreuk