Geschiedenis


Index



Egyptische mythologie

Index


Reanimatiepogingen zijn misschien even oud als de mensheid zelf. De vroegste medische gegevens dateren uit het Oude Egypte, zoën 4000 jaar geleden. Later maakte men frequent melding van mensen die de boze geesten uit een lichaam drijven om het leven te herstellen. Dit gebeurde door het maken van geluiden of door de patiënt te slaan, doch ook door technieken die lijken op de reanimatie zoals we ze nu kennen. Zo maakt de Egyptische mythologie melding van Isis die het leven van haar man redt door in zijn mond te ademen (2).


Elfde en twaalfde eeuw voor Christus

Index


In de elfde en twaalfde eeuw voor Christus kende men de Hebreeuwse vroedvrouw als "shiphrah", afgeleid van twee afzonderlijke woorden:

De vroedvrouwen reanimeerden schijnbaar doodgeboren kinderen met hun eigen adem (2).


Eerste vermelding van beademing in het Oude Testament

Index


De eerste vermelding van cardiopulmonaire resuscitatie vinden we terug in het Oude Testament.
In het eerste boek van Kings kunnen we lezen over de profeet Elijah die zichzelf op zijn stervende zoon legde: "...en zijn ziekte was zo ernstig dat hij geen adem meer in hem had". Het verhaal vertelt verder hoe Elijah eerst een gebed startte en zich dan neerlegde naast het zieke kind "...en de ziel van het kind kwam weer in hem en hij herleefde".

Vermoedelijk gebruikten Elijah en Elisha, de leerling van Elijah, dezelfde methoden. Kings II beschrijft hoe de profeet Elisha een schijnbaar dood kind reanimeert, ongeveer in de 8e eeuw voor Christus:
"...en toen Elisha in het huis kwam zag hij dat het kind dood was. Hij sloot de deur en startte een gebed. Toen stond hij op en legde zich op het kind, plaatste zijn mond op de mond van het kind... Het lichaam van het kind werd weer warm."


Traumasystemen in Ilias

Index


De eerste vermelding van traumasystemen vinden we reeds in de Ilias, met het verhaal van de gewonden die verwijderd worden van het slagveld naar barakken of schepen om aldaar verzorgd te worden (35). De militaire legioenen van de Romeinen gebruikten eveneens het concept van de triage op het veld in combinatie met een georganiseerd systeem van gespecialiseerde ziekenhuizen voor de verzorging van gewonden uit de strijd (35).


Andreas Vesalius en de artificiële luchtweg

Index


Andreas Vesalius (42) werd geboren in Brussel op 31 december 1514 uit een familie met een grote traditie in geneeskunde. Zijn overgrootvader, grootvader en vader waren allen gerechtsartsen.
Vesalius werd gedoopt onder de naam Andreas van Wesel, wat later werd omgevormd tot het Latijnse Andreas Vesalius naar gewoonte van die tijd.

Andreas Vesalius Terwijl zijn vader geregeld weg was van huis om het hof van de Keizer te volgen in verscheidene campagnes in Oostenrijk en Spanje, werd Vesalius opgevoed door zijn moeder, Isabel Crabbe. Zij moedigde haar zoon aan om te lezen in de vele werken over geneeswijzen in de oudheid. Reeds als kind koesterde Vesalius een grote passie voor de anatomie. Hij voerde dissecties uit op dode dieren welke hij vond in het veld rond zijn woonplaats. Ook tijdens zijn vroege schooljaren toonde hij veel interesse in natuurkunde en het disseceren van muizen, ratten en honden.
In 1533 reisde Vesalius naar Parijs waar hij les volgde aan de Universiteit van Parijs, een zeer onderscheiden en conservatieve school. Ook hier groeide zijn interesse in de anatomie exponentieel. Zijn leermeesters lieten de dissecties echter over aan enkele ongetreinde chirurgijnen terwijl de instructeur bovenaan voorlas uit de werken van Galenius, wiens theorieën goddelijk en niet bediscussieerbaar waren (42).
De jonge Vesalius frustreerde zich mateloos bij deze handenvrije manier van werken. Gezien het tekort aan dissectiemateriaal maakte Vesalius samen met enkele collegaës uitstapjes naar het "Cimetiere de Innocents" waar ze uit de graven beenderen stalen om te onderzoeken. Op een bepaalde dag werd hij in Montfaucon, een plaats waar de lichamen van geëxecuteerde criminelen werden gedumpt, betrapt en aangevallen door de waakhonden. Toch was Vesalius niet bang om zijn leven in gevaar te brengen ten dienste van de wetenschap. Al gauw werd hij een expert in het blind benoemen en beschrijven van elk deel van het skelet. Hij was overtuigd van het feit dat de beste leermethode bestond uit de dissectie van kadavers: "Tangitis res vestries minibus, et his credit" ("Raak aan met je eigen handen en vertrouw op hen"). Het kadaver waarmee Vesalius in De Fabrica zijn debuut maakte, was een "prostituë met slanke figuur en van jonge leeftijd, welke opgehangen werd". Dit waren de eerste stappen van de jonge anatomiestudent welke later de kennis van de anatomie volledig zou hervormen.

Na meerdere dissecties rezen bij Vesalius twijfels omtrent de leer van Galenius, doch Vesalius hield deze gedachte voor zichzelf gezien de enorme invloed van Galenius rondom hem. 
Toen Vesalius bijna afstudeerde met een bachelor in de geneeskunde, invadeerde keizer Charles V Frankrijk en nam de Frans-Duitse oorlog een aanvang in 1536. Vesalius zag zich genoodzaakt om Parijs te verlaten. Om zijn studies verder te zetten, verhuisde Vesalius opnieuw naar de Universiteit van Leuven. Op een nacht verwerft hij in het geniep een menselijk skelet dat lag buiten de stadswallen van Leuven, waar criminelen werden geëxecuteerd en verbrand. Het plunderen van graven werd destijds zeer streng bestraft, Vesalius wist de autoriteiten echter ervan te overtuigen dat hij het skelet had meegebracht uit Frankrijk.
In 1536 voerde Vesalius de eerste publieke anatomische dissectie uit terwijl hij zelf doceerde. Hij ontving zijn diploma in de geneeskunde in 1537. Later reisde Vesalius naar Venetië en Padua waar hij zijn medisch doctoraat ontving. Na het slagen in zijn examen werd hij onmiddellijk Professor in de Heelkunde en Anatomie aan de universiteit van Padua.
Gebaseerd op de verscheidene dissecties publiceerde Vesalius zijn Tabulae Anatomicae Sex welke drie kaarten van de arteriële, veneuze en portale circulatie bevatte, samen met drie tekeningen van het skelet, gemaakt door zijn vriend. Dit boek werd het eerste handgetekende tekstboek voor zijn studenten. Gedurende zijn academische periode raakte Vesalius er meer van overtuigd dat de tekeningen van Galenius fout waren.

Vesalius beschreef eveneens de techniek om een proefdier in leven te houden om de thoracale structuren te kunnen onderzoeken: "...om het dier zogenaamd weer tot leven te brengen, dient men een opening te maken in de arteria aspera langs waar men een tube of rietje introduceert. Je zal dan op deze tube blazen waardoor de longen weer opgaan en het dier lucht inneemt... Door in de borstkas van dit dier een klein beetje lucht te blazen zullen de longen opzetten tot de hele caviteit van de thorax, het hart wordt weer sterk en maakt een wonderbaarlijke variatie van bewegingen. Indien men de longen nogmaals opblaast kan men de beweging van het hart onderzoeken en het hart betasten zoals men wenst. Terwijl ik de longen met intervallen opblaas zal de beweging van hart en longen niet ophouden..."
In dit artikel beschrijft Vesalius dus de eerste poging om een kunstmatige luchtweg aan te maken.

In 1543 vervolmaakt Vesalius zijn meesterwerk "De Humani Corporis Fabrica". Dit werk omvat zeven boeken met 11 grote platen en 300 illustraties. Het werk betekende een keerpunt in de geschiedenis van de geneeskunde en een startpunt van de nieuwe medische wetenschap.
De Fabrica was gepubliceerd in hetzelfde jaar dat Copernicus in  zijn "De Revolutionibus Orbium Coelestium" aantoonde dat de zon, en niet de aarde, het centrum vormt van het heelal. Vesalius en Copernicus daagden de tradities van hun respectievelijke wetenschap uit en beiden werden ernstig afgebroken door de criticasten van hun tijd.

Niettegenstaande zijn klinische carriëre niet uitgebreid was, was Vesalius ëën der eersten om een aneurysma te beschrijven. Tevens liet hij de oude techniek van Hippocrates, het draineren van een empyeem van de thorax, weer tot leven roepen. Vesalius droeg bij tot de medische nomenclatuur toen hij de appendix linkte met een worm (vermiformis), hij benoemde de alveolus naar een compartiment in een honingraat, benoemde de choana, de incus en de mitraalklep. Vesalius ontdekte de spermatische venen en beschreef de heup. Ook revalideerde hij de Hippocratische theorie dat de hersenen kunnen beschadigd worden zonder het optreden van een schedelfractuur. Vesalius verwierp de Galenische theorie dat de onderkaak bestaat uit twee beenderen in plaats van ëën en het sternum uit zeven onderdelen in plaats van drie. Vesalius uitte zijn twijfel over de permeabiliteit van het interventriculair septum, waardoor zijn student Colombus de pulmonaire circulatie kon beschrijven en Harvey de bloedcirculatie vastlegde. Ook de oudste skeletpreparatie ter wereld zou van Vesaliusë hand zijn.

Toen een Spaans edelman overleed vroeg Vesalius permissie aan de familie om een autopsie uit te voeren om de doodsoorzaak vast te stellen. Eens de thorax vrij lag, zag men echter het nog kloppende hart waardoor de familie concludeerde dat de man nog leefde. De verschrikte familie beschuldigde Vesalius van moord en sleepte het geval voor de Inquisitie. Koning Phillip II kwam tussenbeide en verzachte de uitspraak welke zonder twijfel de doodstraf op de brandstapel zou geweest zijn. In plaats daarvan diende Vesalius een Pelgrimstocht naar Jerusalem te ondernemen om zich van zijn zonden te verlossen.
In 1564 vertrok Vesalius op Pelgrimstocht. Na zijn reis naar Jerusalem kon Vesalius zijn oude post in Padua weer opnemen gezien het overlijden van Fallopius. Gedurende de uitgebreide reis waarin voedsel en water ontbeerden werd Vesalius echter heel ziek. Hij overleed ten gevolge van een onbekende oorzaak op 14 oktober 1564, op vijftigjarige leeftijd, kort nadat hij het eiland Zante nabij Griekenland had bereikt (42).


De techniek van Silvester

Index


Men legt het slachtoffer op de rug, drukt op de thorax en plooit en trekt de armen van het slachtoffer open.


De techniek van Holger-Nielsen

Index


Men legt het slachtoffer op de buik, drukt op de rug en trekt de armen open.


Index

De techniek van Schafer



Men legt het slachtoffer op de buik en drukt op de rug.

 


Index

Pugh (1752): De "air-pipe" voor neonatale resuscitatie


Benjamin Pugh werd geboren in 1715 uit een gezin van tien kinderen in Bishopës Castle, Shropsire. Zijn oom was een plaatselijke chirurg en superviseerde de vroege opleiding van Benjamin Pugh. Na enige tijd verbleven te hebben in Londen werd hij apotheker en chirurg. Hij verhuisde naar Essex in 1738 en richtte een praktijk op in Chelmsford. Daar huwde hij een weduwe en dochter van de apotheker. Pugh was een succesvol medicus en werd gerespecteerd in de gemeenschap.

Pugh beklemtoonde de kans op asfyxie van de foetus tijdens het baringsproces van het nakomende hoofdje. Pugh stelde dat hij door zijn methode om het kind lucht te geven, hij reeds het leven van meerdere kinderen had gered welke anders zouden zijn gestorven.
Pugh gaat verder met een opmerkelijke beschrijving van mond-aan-mondbeademing (2):

"Indien het kind na de verlossing niet onmiddellijk ademt, wat soms voorkomt, reinig de mond en druk je mond op deze van het kind, terwijl je de neus toeknijpt met duim en wijsvinger om te voorkomen dat de lucht ontsnapt; blaas lucht in de longen terwijl je het kind voor het vuur opwarmt door te wrijven. Door deze methode redde ik reeds vele levens"

Moderne richtlijnen in de neonatale resuscitatie melden eveneens dat geassisteerde ventilatie dient te worden gestart na stimulatie indien het kind in apnoe is. Ook vermeldt men dat om het risico van infectie te verminderen, moederlijk bloed en andere lichaamsvloeistoffen eerst dienen te worden gereinigd van de mond van het kind.

Pugh ontwierp een "air-pipe" als hulpmiddel voor de kunstmatige beademing.
Pugh overleed op 14 februari 1798 en werd begraven ter hoogte van de St. Peterës Church in Freshford. Binnenin en boven de ingang van de kerk kan men een gedenkplaat lezen waarop staat:
"Hier ligt het lichaam van Benjamin Pugh, MD, welke het leven liet op 14 februari 1798 op de leeftijd van 84 jaar. Hij was een goede vriend en een punctueel eerlijke man. Rust in vrede."


Index

Smellie (1752): Treatise on the theory and practice of midwifery


De beroemde schotse verloskundige, William Smelli, beschreef in 1752 de standaardbenadering voor reanimatie van de neonaat in die eeuw (8):
"...Men houdt het kind warm, in beweging, schudt het, men wrijft het hoofd, de slapen en de borstkas in met parfum en brengt look, ui of mosterd aan op de mond en de neus van het kind..."
Hij beschreef ook een vorm van kunstmatige beademing:
"...Het kind dient soms te worden gereanimeerd door lucht in de mond te blazen met behulp van een zilveren canule, om aldus de longen te expanderen..."

Twee jaar later, in hetzelfde jaar waarin Pugh zijn werk publiceert, schrijft Smellie een tweede deel waarin hij weerom een methode voor kunstmatige beademing voorstelt:
"...leek dood te zijn, nadat alle vertrouwde inspanningen om te reanimeren waren uitgevoerd. Nochtans, ik blies lucht in de longen door te blazen op de mond doorheen een catheter gebruikt in de verloskunde, en het kind zuchtte, waarna ik de inflatie met bepaalde intervallen herhaalde tot het kind weer spontaan ademde en herstelde"

De beschrijving van Smellie was minder precies dan deze van Pugh, welke een eigen hulpmiddel ontwierp, terwijl Smellie zich leek te redden met een catheter gebruikt in de verloskunde.


Index

Snow, John (1841): On asphyxia and on the resuscitation of stillborn children


Het werk van John Snow op vlak van de reanimatie is minder bekend dan zijn bijdragen tot de wetenschap van de anesthesie (37). Zijn werk over de reanimatie van pasgeboren kinderen in asfyxie werd gepubliceerd in 1841. In dit werk bespreekt hij de respiratoire fysiologie en het mechanisme van asfyxie, waarbij hij stelt dat de "ademhaling voor het hele dierenrijk van groot belang lijkt. Indien de ademhaling door eender welke oorzaak wordt gestopt, belandt men in een toestand van asfyxie". Snow legde enkele basisbegrippen van de respiratoire fysiologie vast, namelijk het ontstaan van koolstofdioxide in de weefsels en het effect van hypothermie op een betere outcome na asfyxie. Hij raadde dan ook aan om het slachtoffer met een ademstilstand niet op te warmen tot de ademhaling is hersteld.
Snow was bovendien de eerste die bij de neonatale reanimatie gecombineerd gebruik maakte van supplementaire zuurstof en van aspiratie van de luchtwegen alvorens de kunstmatige ademhaling te starten.


Von Recklinghousen (1931): Automatische niet-invasieve bloeddrukmeting

Index

In 1931 maakte Von Recklinghousen gebruik van een tweede cuff om de arteriële pulsaties tijdens de bloeddrukmeting te detecteren. Op deze techniek is de automatische niet-invasieve bloeddrukmeter gebaseerd.


Balassa (1858): Gesloten-thorax hartmassage

Index

De oudst bekende beschrijving van een gesloten-thorax hartmassage is deze van de Hongaarse chirurg Balassa uit 1858. Hij reanimeerde een 18-jarige vrouw lijdend aan een luchtwegobstructie ten gevolge van een tuberculeus laryngeaal oedeem.
Nadat de patiënte een hartstilstand vertoonde, voerde Balassa een laryngotomie uit. Hierop initieerde hij ritmische compressies op het centrale deel van de voorste thoraxwand. Na zes minuten keerde de spontane hartwerking weer [17].


Riva Rocci (1896): Meting van de bloeddruk met de sfyngomanometer

Index

In 1896 maakte Riva Rocci voor het eerst gebruik van een sfyngomanometer voor het meten van de arteriële bloeddruk [1].


Korotkoff (1905): Beschrijving van de Korotkofftonen tijdens de manuele bloeddrukmeting

Index

In 1905 werden door Nicolai Korotkoff, een Russische legersergeant, voor het eerst de tonen beschreven die je kan ausculteren tijdens de manuele bloeddrukmeting.


Forsmann W. (1929): Cannulatie van een diepe vene

Index

In 1929 cannuleerde Werner Forssman bij zichzelf een diepe vene [1], deze mogelijkheid vormde de basis van de techniek voor het plaatsen van een centraal veneus infuus.


Gissane Z. (1941): Traumacentra

Index

Niettegenstaande een georganiseerd systeem reeds vroeg werd aanvaard in militaire kringen, dateert een gelijkaardige behandeling van burgerlijke traumaslachtoffers van meer recente tijden. Het eerste traumacentrum in de wereld was het Birmingham Accident Hospital, opgericht door William Gissane in 1941 in het Verenigd Koninkrijk (35). In dit ziekenhuis werden traumaslachtoffers behandeld door artsen. In 1964 werd deze dienst uitgebreid met een mobiel chirurgisch team welk hulp verleende aan traumaslachtoffers in het verkeer en de industrie. Tevens erkende men de nood aan revalidatie en voorzag men in fysiotherapeuten en andere artsen om de revalidatie van de traumaslachtoffers te verwezenlijken. Tot 1991 bleef dit centrum het enige traumacentrum.

In de Verenigde Staten werden in 1966 traumacentra opgericht in Chicago in het Cook County Hospital en in het General Hospital of San Fransisco. In datzelfde jaar publiceerde de National Academy of Science het rapport "Accidental Death and Disability - The Neglected Disease of Modern Society". Deze publicatie leidde tot een toename van het aantal traumacentra. Tevens kon men aantonen dat men heel wat overlijdens ten gevolge van traumata kon voorkomen indien deze slachtoffers in een dergelijk centrum zouden worden behandeld. Er werden criteria vastgelegd waaraan traumacentra dienen te voldoen, niettegenstaande het nog heel wat jaren duurde eer alle traumacentra aan deze eisen volbrachten.


Einthoven W.: Ontwikkeling van het elektrocardiogram

Index

In 1895 ontwikkelde William Einthoven, geënspireerd door de capillaire elektrometer van Waller, de "string-galvanometer" die hij omdoopte tot "elektrocardiogram". Deze galvanometer registreerde golven van vijf elektrische potentialen, dewelke hij de p, q, r, s en t-golven noemde. Na wat verder onderzoek, noteerde Einthoven dat de som van deze elektrische stromen in een specifieke richting wees, de elektrische as van het hart. Wanneer de afleidingen volgens een driehoek georganiseerd werden, kon Einthoven beter de relaties tussen deze afleidingen waarnemen. Deze driehoek vormt op heden nog steeds de basis voor het bepalen van de elektrische as van het hart [66].


Bovet (1949): Synthese van succinylcholine

Index

In 1949 synthetiseerde Bovet het succinylcholine, dat op de markt werd gebracht in 1951.
Dit spierrelaxans werd een standaard voor het inbrengen van de endotracheale tube. Niettegenstaande er geen enkel product de snelle werking van succinylcholine kan evenaren, blijft men omwille van de nevenwerkingen toch nog steeds zoeken naar nieuwere en beter spierrelaxantia.


Seldinger (1952): Gebruik van de guidewire voor intravasculaire toegang

Index

In 1952 maakte Dr. Seldinger, geboren in 1921 in Zweden, voor het eerst gebruik van een guidewire voor het verschaffen van een intravasculaire toegangsweg [61]. De techniek wordt nog steeds toegepast in het cath-lab en bij het plaatsen van onder andere arteriële en centraal veneuze catheters.


Index

Safar (1958): Inwendige beademingstechnieken zijn efficiënter

 


Bij de inwendige beademingstechnieken wordt uitgeademde lucht, atmosferisch lucht, met zuurstof aangereikte lucht of zuurstof onder positieve druk rechtstreeks in de longen van het slachtoffer geblazen.

Tot de inwendige beademingstechnieken worden gerangschikt:

  1. Mond-op-mond beademing

  2. Mond-op-neus beademing

  3. Mond-op-stomie beademing

  4. Beademing met een beschermgaas

  5. Beademing met een zakmasker

  6. Beademing met een beademballon


Safar rapporteerde dat gedurende mond-aan-mondbeademing met getijvolumina van 1000 tot 1500ml aan een frequentie van 12 per minuut, het end-tidal CO2 onder normaal blijft bij individuen met een normale circulatie.


Elam (1958): Keuze van de getijvolumina

Index

Elam et al. stelden in 1958 dat mond-op-mondbeademing dient te gebeuren met getijvolumina van tweemaal het gemiddelde, of minstens 1 liter aan een frequentie van 12 tot 20 per minuut (16). De hulpverlener zou aldus lucht in de longen blazen tot men de thorax ziet omhoog rijzen.


 


Brain (1981): Het larynxmasker

Index


In 1981 suggereerde de Britse anesthesist Dr. Archie Brain in het Royal London Hospital, Whitechapel, dat het "Goldman Dental Mask" zodanig kon worden omgevormd dat het zou passen rond de larynx in plaats van rond de neus. Een halve eeuw vroeger werden reeds gelijkaardige hulpmiddelen beschreven.

Dr. Archie BrainDr. Brain was van mening dat de twee bestaande methoden om de anatomische luchtweg te verbinden met de kunstmatige luchtweg verre van efficiënt waren. Het aangezichtsmasker is immers te kort gezien aangezien het connecteert ter hoogte van mond en neus, de endotracheale tube dringt diep in de luchtwegen en creëert een hoge laterale druk op het delicate epitheeloppervlak met ongewenste autonome reacties tot gevolg. Om de anatomische luchtweg te koppelen aan de kunstmatige luchtweg beschouwde Dr. Brain als meest elegante methode een end-to-end junctie aan de glottis. Hij stelde zich dan ook tot doel om een hulpmiddel te ontwikkelen dat snel kan worden gebruikt bij een geobstrueerde luchtweg en dat toch eenvoudig en atraumatisch kan worden ingebracht. In 1981 werd van dit hulpmiddel een prototype toegepast bij de mens, in 1983 werd het larynxmasker voor het eerst gebruikt bij een moeilijke intubatie.

Door veelvuldig gebruik kwamen er nog kleine aanpassingen in het ontwerp. De beschikbaarheid van propofol en de ontwikkeling van de silicone cuff leidde tot een toegenomen succes van het larynxmasker. Initieel werd het masker op de markt gebracht in vier verschillende maten, in 1991 werd hieraan nog de kindermaat 2 1/2 toegevoegd.


Index

Moderne reanimatietechnieken



De mogelijkheid bestaat dat de Victoriaanse tijd voorkwam dat elke methode die lippencontact inhield, uit den boze was. Het duurde alleszins tot de jaren 1950 vooraleer mond-op-mondbeademing herontdekt werd.


Index

Zoll (1956): Beëindigen van een ventriculaire fibrillatie met behulp van uitwendig toegepaste elektriciteit


Het beëindigen van een ventriculaire fibrillatie door uitwendig toegepaste elektriciteit werd voor het eerst beschreven in 1956 door Zoll en zijn medewerkers. De mogelijkheid om een fatale aritmie om te keren met behulp van defibrillatoren was een zeer belangrijke ontdekking. De uitdaging stelde zich nu om deze defibrillatoren zo snel mogelijk ter plaatse van het ongeval te kunnen brengen (18).


Index

Rainer en Bullough: Intermittente abdominale compressie



Drie jaar voor de beschrijving van de externe CPR-technieken door Jude, Kouwenhoven en Knickerbocker in 1960, ontwikkelden Rainer en Bullough in Groot-Brittanië een techniek voor de reanimatie van kinderen welke een anesthetische overdosis kregen. Deze techniek omvat het alternerend drukken op het abdomen en de thorax. De chirurg diende de knieën van de patiënt te plooien tot aan de kin, waarbij hij de thorax van de patiënt samendrukt met zijn eigen gewicht. De toegepaste techniek was succesvol in acht van de acht gerapporteerde gevallen.
Deze methode kan beschouwd worden als een voorloper van de IAC-CPR.

 


Index

Jude, Kouwenhoven en Knickerbocker (1960): Gesloten-thorax hartmassage


In 1960 publiceerden Jude, Kouwenhoven en Knickerbocker hun klassiek werk over gesloten-thorax hartmassage. Ze toonden aan dat de circulatie kan worden onderhouden gedurende cardiaal arrest zonder de nood aan een thoracotomie, door combinatie van gesloten thoraxcompressies, mond-op-mondbeademing en externe defibrillatie. Ze verklaarden dat hun algoritme eenvoudig was uit te voeren:
"Iedereen kan nu op elke plaats cardiale reanimatieprocedures starten. Het enige noodzakelijke zijn twee handen."

Na testen van hun methodes op 100 honden, pasten ze deze technieken toe op 20 patiënten, wat een overlevingsratio produceerde van 70%.


Sellick: Toepassen van cricoïddruk tijdens intubatie

Index

Het Sellick-maneouver of het toepassen van cricoïddruk werd voor het eerst beschreven in 1961 omwille van de grote ongerustheid over het aantal maternele overlijdens ten gevolge van aspiratie tijdens de verlossing. De techniek werd kort nadien een standaard toegepaste techniek bij de Rapid Sequence Induction.
Sellick suggereerde aanvankelijk om de hals in extensie te brengen in plaats van in flexie en om de cricoïddruk toe te passen op de hoogte van de vijfde cervicale wervel. Op deze manier wou hij de slokdarm strekken en laterale verplaatsing ervan voorkomen.
Later werd duidelijk dat, indien de hals in extensie wordt gebracht, dit de intubatie bemoeilijkt. Kort nadien stelde men de "sniffing position" voor, waarbij de hals eerder in flexie gebracht wordt.


Index

Eerste Conferentie over CPR (1966)


In de Verenigde Staten werd in 1966 een eerste conferentie gehouden over CPR. Deze gaf het advies om medisch geschoolden, militairen en andere professies te trainen in de cardiopulmonaire resuscitatie volgens de vigerende richtlijnen van de American Heart Association (18).


Index

Tweede Nationale Conferentie over CPR (1973)



Deze gaf de raad om trainingsprogrammaës in verband met CPR uit te breiden naar het algemene publiek (18).


Index

Heimlich (1974): Abdominale compressies bij verstikking



In 1974 publiceerde Heimlich de techniek van abdominale compressies voor het verwijderen van een corpus alienum bij een verstikking.


Index

Derde Nationale Conferentie over CPR (1979)



Ontstaan van Advanced Care Life Support met advies om medisch personeel te trainen, te testen en te superviseren betreffende CPR (18).


Index

Eerste Nationale Conferentie over pediatrische CPR (1983)



De guidelines voor pediatrische BLS en ALS werden ontwikkeld, alsook afzonderlijke guidelines voor neonatale resuscitatie (18).


Index

Vierde Nationale Conferentie over CPR (1985)



Herzien van de CPR-guidelines aan de hand van experimentele en klinische research sinds de conferentie van 1979 (18).


Index

Skulberg (1992): Thoraxcompressies bij verstikking



In 1992 vermelde Skulberg dat thoraxcompressies efficiënter zouden zijn dan het Heimlich-manouver in geval van verstikking. Thoraxcompressies zouden een hogere druk in de trachea veroorzaken. Bovendien worden op deze manier de CPR-technieken eenvoudiger en verliest men minder tijd wanneer men de hartmassage wil starten bij een hartstilstand.


Vijfde Nationale Conferentie over CPR (1992)

Index


Herzien van de ontwikkelingen van de laatste zeven jaar waarna het ILCOR werd opgericht (18).


ILCOR guidelines

Index


Het International Liaison Comittee on Resuscitation (ILCOR) werd opgericht in 1993 en stelt zich tot doel de wetenschappelijke informatie omtrent CPR te evalueren en aanbevelingen te formuleren omtrent de te volgen guidelines. Het ILCOR vertegenwoordigt de belangrijkste resuscitatie-organisaties over de wereld, waaronder:

De wetenschappelijke basis voor de behandeling van een hartstilstand heeft een actieve internationale literatuur. Het doel bij het creëren van de adviezen was het organiseren van de internationale ervaring en perspectieven in de basisbehandeling van cardiaal arrest. Men tracht hiermee het algoritme bruikbaar te maken voor alle individuele nationale resuscitatie-organisaties.

Om haar doel te bereiken organiseerde het ILCOR zes "Task forces":

  1. Basic Life Support

  2. Advanced Life Support

  3. Acute Coronary Syndromes

  4. Pediatric Life Support

  5. Neonatal Life Support

  6. Interdisciplinaire task force

De adviezen werden opgesteld gedurende 10 meetings van het ILCOR, beginnende in 1991 tot op heden. Het bekomen algoritme is geen rigide standaard, doch heeft als prioriteit het vermijden van de kleine internationale verschillen in B.L.S.-training die zijn ontstaan gedurende de laatste 30 jaar, vaak zonder wetenschappelijke ondertoon. Indien men bijvoorbeeld de richtlijnen van het ERC en de A.H.A. vergeleek, vond men heel wat verschillen zonder enige rationale, die vaak waren gebaseerd op historische feiten. Men hoopte dat, door het verwijderen van deze verschillen, BLS-training zo uniform mogelijk kan worden aangeleerd over de hele wereld. Het ILCOR tracht tevens rekening te houden met geografische en economische verschillen alsook met de verschillende urgentiesystemen en de beschikbaarheid van farmaca op het terrein.


The First International Guidelines Conference on CPR and ECG (2000)

Index


Eerste internationale conferentie met deelname van

verbonden door het ILCOR. Dit was ook de eerste conferentie gebaseerd op wetenschappelijke evidentie, waarnaar nieuwe guidelines werden opgesteld (18).
Een aantal verschillen in de guidelines bleven evenwel bestaan. Deze verschillen komen voort uit voorafbestaande internationale verschillen in wetgeving, ethiek, management en lokale regels. De wetenschappelijke ondergrond werd echter algemeen internationaal erkend.

Het ILCOR werd aangesteld als verantwoordelijk comitë voor het verzamelen van wetenschappelijke literatuur en het formuleren van nieuwe gegevens in aanbevelingen omtrent CPR.

Belangrijkste wijzigingen in de guidelines-2000 (21)

Rol van Basic Life Support bij beroerte en ACLS

  1. Hulpverleners dienen eerst te alarmeren voor bewusteloze slachtoffers. Uitzondering hierop vormen de verdrinkingsslachtoffers, slachtoffers van traumata en intoxicaties.

  2. BLS-hulpverleners dienen de eerste tekenen van een beroerte te herkennen, eventueel met behulp van specifieke schalen, en een snel transport voorzien. Ook dient het betrokken ziekenhuis ingelicht te worden over de komst van een slachtoffer met beroerte, zodat intraveneuze fibrinolytische behandeling onmiddellijk kan starten.

  3. Slachtoffers van een beroerte krijgen dezelfde prioriteit als slachtoffers van een acuut myocardinfarct of een ernstig trauma.

  4. Slachtoffers met vermoeden van een beroerte dienen te worden overgebracht naar een instelling waar men binnen het uur na aankomst een fibrinolytische behandeling kan starten, tenzij deze instelling zich verder bevindt dan 30 minuten rijden van de plaats van het ongeval.

BLS-sequenties

  1. Het getijvolume en de tijd om in te blazen gedurende mond-op-masker of met de beademballon verandert naar ongeveer 10 mL/kg (700 tot 1000 mL) over twee seconden in te blazen. Indien men echter zuurstof toedient zal men slechts een tidal volume aanhouden van 6 tot 7 mL/kg (400 tot 600 mL), toegediend over ëën tot twee seconden.

  2. De hulpverlener kan gebruik maken van alternatieve hulpmiddelen zoals een larynxmasker of een Combitube indien hij of zij getraind is in het gebruik ervan.

Controle van de carotispols

  1. Aan leken zal niet langer worden aangeleerd om de carotispols te controleren. Meerdere studies, gepubliceerd sedert 1992, stelden immers de validiteit van deze controle in vraag en toonden aan dat de test "controle van de carotis" bij leken een zeer lage sensitiviteit, specificiteit en accuraatheid vertoont. Ook nam men meestal veel te veel tijd in beslag om de carotis te controleren.
    Een leek kan nu hartmassage starten van zodra er geen tekenen zijn van circulatie zoals een normale ademhaling, hoesten of bewegen van het slachtoffer.
    Getrainde hulpverleners dienen wel een controle van de carotispols uit te voeren, samen met het nagaan van eventuele tekenen van circulatie. Men verwacht dat met deze wijziging minder tijd zou verloren gaan vooraleer de eerste levensreddende handelingen gestart worden. Het niet-reanimeren bij een hartstilstand heeft immers verdergaande gevolgen dan het wel toepassen van hartmassage indien dit niet noodzakelijk zou zijn (21).

Hartmassage

  1. De frequentie van hartmassage is ongeveer 100 per minuut.

  2. De verhouding tussen hartmassage en beademing is, zowel voor reanimatie met ëën als reanimatie met twee hulpverleners, 15 hartmassages ten opzichte van 2 beademingen, zolang er geen bescherming is van de luchtweg van het slachtoffer.

  3. Indien CPR wordt doorgevoerd met behulp van telefonische assistentie vanuit de dispatching volstaat het om enkel hartmassages door te voeren zonder beademing. Deze regel geldt ook indien de hulpverlener niet bereid is om mond-aan-mondbeademingen uit te voeren.

Handelen bij verstikking

  1. Aan leken zal niet meer worden aangeleerd hoe ze een vreemd voorwerp bij eventuele verstikking kunnen verwijderen indien het slachtoffer van verstikking bewusteloos is. In deze situatie dient de leek dezelfde stappen te ondernemen als bij gewone CPR. Gedurende de zorg voor vrije luchtwegen dient de leek een mondinspectie door te voeren en indien hij of zij het vreemd voorwerp ziet kan dit gemakkelijk worden verwijderd. Hartmassages kunnen efficiënt zijn voor het verwijderen van een vreemd voorwerp bij een bewusteloos slachtoffer (21).
    Getrainde hulpverleners dienen wel nog steeds de sequentie te volgen om bij een bewusteloze een vreemd voorwerp uit de luchtwegen te verwijderen.

Defibrillatie

  1. Vroege defibrillatie krijgt nu prioriteit. Onder "vroege defibrillatie" verstaat men het toedienen van een countershock binnen de vijf minuten.

  2. Professionele hulpverleners dienen te worden getraind in het gebruik van AEDës, voorzien zijn van deze toestellen en de toelating hebben om ze te gebruiken.

  3. Binnen het ziekenhuis dient men eveneens voorzien te zijn op een eventuele snelle defibrillatie. Hier aanvaardt men een interval tussen het collaberen van het slachtoffer en het toedienen van de countershock, van niet langer dan drie minuten en dit voor alle afdelingen van het ziekenhuis.

  4. Het voorzien van Public Access Defibrillation-programmaës is nuttig op die plaatsen waar

  5. Het gebruik van AEDës wordt aangeraden voor kinderen van meer dan acht jaar of meer dan 25 Kg lichaamsgewicht. Bij kinderen van minder dan acht jaar wordt het gebruik van een AED niet aangeraden.


European Resuscitation Council Guidelines for Resuscitation (2005)

Index


In 2005werden de European Resuscitation Council Guidelines for Resuscitation gepubliceerd [1].

Belangrijkste wijzigingen in de richtlijnen 2005:


Baron von Larrey (1792, Frankrijk) : ambulances volantes



Het concept van hulpverlening ter plaatse van het ongeval werd voor het eerst bedacht door Baron von Larrey, een jonge Franse chirurg in het leger van Napoleon Bonaparte die, in 1792 een licht voertuig ontwierp dat chirurgen en hun materialen vervoerde naar de frontlinies van de oorlog van Napoleon.

De ambulances volantes ("vliegende ambulances) waren de primitieve voorlopers van de hedendaagse Urgentieteams. Baron Larrey combineerde een concept van


Index

Pantridge (1966, Belfast): Mobiele CCU



Eens men de nood aan een Coronary Care Unit in een ziekenhuis vaststelde, kwam men tevens tot het besef dat 2/3 van de overlijdens aan ischemische hartziekten zich voordeden nog vóór de aankomst in deze gespecialiseerde Units. Dit alles leidde tot pogingen om de coronary care, in het bijzonder de defibrillatie, te voorzien in de gemeenschap.

Pantridge richtte in Belfast in 1966 als eerste een Mobiele Coronary Care Unit op, bemand door een verpleegkundige en een arts.
Hun eerste bevindingen toonden aan dat aan de basis van heel wat cardiale arresten een lethale aritmie lag. Heel wat patiënten werden succesvol gereanimeerd door deze mobiele eenheden alvorens zij werden overgebracht naar het ziekenhuis.

Pantridge en zijn medewerkers vestigden ook de aandacht op de waarde van Cardiopulmonaire Resuscitatie uitgevoerd door een omstander, wanneer een hartstilstand zich voordoet nog voor de aankomst van de mobiele eenheid.


Index

Cobb (1970, Seattle): B.L.S.-training aan brandweerlui



Geënspireerd door de resultaten van Pantridge, trainde Leonard Cobb, een cardioloog uit Seattle, de plaatselijke brandweerlui in de technieken van Basic Life Support. Ook ruste hij deze paramedics uit met defibrillators.

De brandbestrijding in Seattle is zeer goed gecoërdineerd, waardoor bij een brandmelding een standaardwagen in vier minuten elke uithoek van de stad kan bereiken. Aldus kan cardiopulmonaire resuscitatie tevens worden gestart nog vooraleer enkele minuten later hooggetrainde paramedics met een ziekenwagen aankomen.
Cruciaal voor het overleven na een hartstilstand bleek de snelheid van uitvoeren van een defibrillatie te zijn. Om hier nog sneller over te kunnen beschikken voorzag men de brandweerlui van defibrillatietoestellen, wat vereenvoudigd werd door de opkomst van het semi-automatische model, wat minder training noodzakelijk maakt. 


Index

Vickery (1970, Seattle): B.L.S.-training aan de bevolking



Vickery
, de brandweercommandant van Seattle, maakte de cruciale opmerking dat cardiopulmonaire resuscitatie uitgevoerd door burgers de eerste stap kan zijn voor extramurale coronary care.
Research in Seattle en King County toonden het belang aan van een snel instellen van B.L.S., samen met vroege defibrillatie. Met deze intensieve inspanningen kon men de overleving na een hartstilstand opdrijven tot 40% in dat deel van de U.S.


Bart Massaer