Plotse hartstilstand |
|
CPR / Wat is CPR? / Plotse hartstilstand Index
Plotse hartstilstand is de belangrijkste doodsoorzaak in Europa met meer dan 700.000 overlijdens per jaar [54]. Bij analyse van het eerste hartritme onmiddellijk na de circulatiestilstand blijkt ongeveer 40% van de slachtoffers een ventrikelfibrillatie door te maken. Vermoedelijk is dit percentage groter op het ogenblik van de stilstand, tegen het ogenblik van registratie zijn een aantal van deze aritmieën echter reeds gedeterioreerd tot een asystolie. 70 tot 80% van deze plotse stilstanden doen zich voor in het thuismilieu.
Oorzaken van een plotse hartstilstand [21]:
Acuut coronair lijdenCoronair lijden is
bij 80% van de slachtoffers de oorzaak van de plotse hartstilstand. Bij
lijkschouwing blijkt 40 tot 70% van de slachtoffers van plotse hartdood
evidentie te vertonen van een vroeger myocardinfarct.
Niettegenstaande vele van deze slachtoffers zelfs tekenen vertonen van
aantasting van meerdere coronairen, vindt men slechts bij 30% in de
voorgeschiedenis een verhaal van een acute trombose [1].
50% van de mannen en vrouwen in de Westerse wereld met ernstig arterieel lijden ontwikkelt een plots cardiaal arrest als eerste symptoom van deze
ziekte [18]. Vrouwen
die een plotse hartstilstand doormaken in het ziekenhuis hebben minder vaak te kampen met
ischemische hartziekten dan mannen
[38] en zijn vaak ouder dan de mannelijke slachtoffers. Andere cardiovasculaire oorzakenOok primair myocardiale ziekten zoals een hypertrofische cardiomyopathie, klepziekten en geleidingsstoornissen zoals bij het Wolff-Parkinson-White syndroom, congenitale hartziekten zoals anomalieën van de coronaire arteriën of mechanische defecten zoals hartruptuur en acute harttamponade kunnen een plotse hartstilstand uitlokken. Niet-cardiale oorzakenMinder dan 25% van de plotse overlijdens wordt veroorzaakt door een niet-cardiale oorzaak zoals een massief longembool, nierfalen, trauma, intoxicatie, een postoperatief event, hemorrhagie, elektrolytenstoornissen, een maligniteit, sepsis of neurologische aandoeningen zoals CVA en subarachnoëdale bloeding. Trauma is de belangrijkste doodsoorzaak in de leeftijdscategorie jonger dan 40 jaar.
Buiten het ziekenhuis vindt men bij 80 tot 90% van de plotse
hartstilstanden een ventriculaire fibrillatie [21],
vaak voorafgegaan door een ventriculaire
tachycardie. In 10% is de onderliggende ritmestoornis
een ventriculaire
asystolie en in minder dan 5% ligt een Polsloze
Elektrische Activiteit aan de basis.
Bij kinderen ligt meestal een ademhalingsprobeem aan de basis van de
plotse hartstilstand. ademhalingsmoeilijkheden met geassocieerde hypoxie leidt
al snel tot ernstige
bradycardie of asystolie.
Een cardiaal arrest bij een kind heeft een zeer slechte prognose gezien er op
dat ogenblik reeds ernstige zuurstofschade is aan de vitale organen zoals de
hersenen en de nieren. De reanimatie
kan de cardiac
output herstellen, na de reanimatie
ontstaat echter een Multiple Orgaan Falen met belangrijke neurologische
sequelen. Onder de leeftijd van 17 jaar is de asystolie of de elektromechanische dissociatie de meest gedetecteerde ritmestoornis bij een plotse hartstilstand. Slechts in 7 tot 15% van de gevallen gaat het om een ventriculaire fibrillatie. In al deze gevallen is onmiddellijke hartmassage noodzakelijk. Vroeg starten van CPR is de beste behandeling van een cardiaal arrest [1] in afwachting van een automatische defibrillator en verder gespecialiseerde hulp [21]. Cardiaal arrest met asystolie of Polsloze Elektrische Activiteit is moeilijker te behandelen dan ventriculaire fibrillatie en heeft een slechtere prognose. Heel vaak worden kinderen met een circulatiestilstand niet onmiddellijk door de omstanders of hulpverleners gereanimeerd uit vrees nog meer schade toe te brengen. De huidige guidelines voor de reanimatie van kinderen werden om deze reden sterk vereenvoudigd [59].Toch kan het doorvoeren van een minimale reanimatie de levenskansen van het kind sterk vergroten. Ook bij kinderen geldt immers dat het uitvoeren van hartmassages of beademingen alleen, de kans op overleven sterk doet toenemen [59]. |
|